id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 30 januari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090130.6 Rolnummer: C.06.0011.N-C.06.0022.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Belastingrecht Invoerdatum: 2009-04-14 Raadplegingen: 300 - laatst gezien 2026-07-03 01:04 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090130.6 Fiches 1 - 3 De indeplaatsstelling in de zin van artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek kan nog worden toegestaan zolang de overschrijving van het beslag gelegd door de vervolgende schuldeiser niet is doorgehaald
(1).
(1)Zie de (strijdige) concl. O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Beslag en overschrijving GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling BURGERLIJK RECHT - VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - Hypotheek - Doorhaling - vermindering GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatie - Gevolgen - Verwijzing na cassatie - In burgerlijke zaken Vrije woorden: Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving - Indeplaatsstelling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1571, 1610 en 1612 Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1571, 1610 en 1612 Thesaurus CAS: VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - HYPOTHEKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving - Indeplaatsstelling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1571, 1610 en 1612 Fiches 4 - 6 Wanneer de vordering niet gesteund is op verstandhouding of bedrog, maakt het vonnis van de beslagrechter, oordelend op het derdenverzet tegen de beslissing inzake indeplaatsstelling een vonnis uit als bedoeld in artikel 1624, eerste lid, 1° van het Gerechtelijk Wetboek, waartegen geen hoger beroep kan ingesteld worden
(1).
(1)Zie de (strijdige) concl. O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering tot indeplaatsstelling - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1624, eerste lid, 1° Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1624, eerste lid, 1° Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering tot indeplaatsstelling - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1624, eerste lid, 1° Fiche 7 Wanneer het Hof een arrest vernietigt, wegens het ontvankelijk verklaren van een hoger beroep tegen een vonnis dat niet vatbaar was voor hoger beroep, is er, gelet op de verwerping van het gelijktijdig cassatieberoep tegen dat vonnis, geen aanleiding tot verwijzing
(1).
(1)Zie de (strijdige) concl. O.M. Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Arrest - Hoger beroep ontvankelijk - Vernietiging - Vonnis niet vatbaar voor hoger beroep - Gelijktijdig cassatieberoep - Verwerping Fiches 8 - 14 Conclusie van advocaat-generaal DUBRULLE. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving - Indeplaatsstelling Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving Thesaurus CAS: VOORRECHTEN EN HYPOTHEKEN - HYPOTHEKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Overschrijving - Indeplaatsstelling Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering tot indeplaatsstelling - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Vordering tot indeplaatsstelling - Derdenverzet - Vonnis - Niet gesteund op verstandhouding of bedrog - Aard - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag op onroerend goed - Samenloop - indeplaatsstelling Vrije woorden: Arrest - Hoger beroep ontvankelijk - Vernietiging - Vonnis niet vatbaar voor hoger beroep - Gelijktijdig cassatieberoep - Verwerping Tekst van de conclusie C.06.0011.N & C.06.0022.N Conclusie van de Heer advocaat-generaal G. DUBRULLE
- De eisers komen tegelijk in twee voorzieningen van dezelfde datum op tegen:
- de "beschikking" van de beslagrechter die het derdenverzet van Krefima (tegen het toekennen van de indeplaatsstelling aan de curator van het faillissement van de B.V.B.A. Frema) afwijst (waarbij ze tussenkomende partijen waren) (A.R. C.06.0011.N)
- het arrest dat hun hoger beroep tegen die beschikking afwijst (A.R. C.06.0022.N) Gelet op het nauw verband tussen beide bestreden beslissingen is een samenvoeging van deze zaken wenselijk.
- Volgens het "eerste" cassatieberoep is de beschikking klaarblijkelijk in laatste aanleg gewezen (art. 608 Ger. W.) ... hoewel de eisers ertegen zelf hoger beroep instelden. Met het "tweede" cassatieberoep bestrijden de eisers het arrest omdat het hun hoger beroep toch ontvankelijk verklaart (eerste middel). Er is dus samenloop van een cassatieberoep tegen een beslissing die, volgens de eisers, niet vatbaar is voor hoger beroep en een cassatieberoep tegen een arrest op hun toch toegelaten hoger beroep tegen die beslissing. De eisers zijn zich duidelijk bewust van het probleem dat daarbij rijst, nu zij twee afzonderlijke voorzieningen instellen en vooral twijfel uiten over de ontvankelijkheid van het "tweede" cassatieberoep, minstens over de ontvankelijkheid van het eerste middel tot staving ervan: in de toelichting houden ze voor toch een belang te hebben om in cassatie op te komen tegen dit arrest, "gezien ze door dit arrest op een aantal punten in het ongelijk worden gesteld". De twijfel is begrijpelijk omdat de eisers alleszins wel gelijk kregen doordat hun hoger beroep wel ontvankelijk werd verklaard (terwijl ze nu aanvoeren dat het ten onrechte was). Daarom stellen ze ook eerst dat de wettelijke regels inzake de ontvankelijkheid van het hoger beroep in burgerlijke zaken de openbare orde raken. In deze omstandigheden lijkt me vooraf een eerste vraag te moeten worden beantwoord: "staat de deur open" tot de bestreden beschikking, bij de vaststelling dat ook een cassatieberoep tegen het arrest op het hoger beroep tegen die beschikking werd ingesteld? De door het middel tot staving van het "eerste" cassatieberoep gestelde vraag is of deze beschikking al dan niet oordeelt over een vordering tot indeplaatsstelling, bij toepassing van het artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek (zie verder), wegens verstandhouding of bedrog (in welk geval het wel voor hoger beroep vatbaar was). Dit onderstelt echter dat dus de inhoud van deze beschikking moet worden beoordeeld, om te bepalen of ze voor hoger beroep (dan wel onmiddellijk cassatieberoep) vatbaar was. Het komt me voor dat aldus eerst het "tweede" cassatieberoep voorwerp van onderzoek dient te zijn. Immers: - indien dat arrest standhoudt (ingeval van verwerping, o.m. van het eerste middel, volgens hetwelk geen hoger beroep mogelijk is) impliceert dit dat het hoger beroep dus wel ontvankelijk was en dat de beschikking dus niet in laatste aanleg was gewezen en dus niet voor cassatieberoep vatbaar was. - indien, integendeel, dat arrest vernietigd wordt, omdat de beschikking niet voor hoger beroep vatbaar was, is er, in voorkomend geval, geen reden tot verwijzing en komt men tot de beoordeling van de beschikking op grond van het ertegen ingestelde ("eerste") cassatieberoep. Wat deze volgorde betreft moge ik verwijzen naar het arrest van het Hof van 24 juni 2004 en de voorafgaande conclusie O.M.
(1), waarin eerst het cassatieberoep tegen een arrest, dat over een verzet beslist, werd onderzocht, alvorens de waarde van het cassatieberoep tegen het verstekarrest werd beoordeeld. De vraag kan gesteld worden of, afgaand op dit precedent, niet een middel van niet-ontvankelijkheid van de voorziening tegen de beschikking (A.R. C.06.0011.N), overeenkomstig het artikel 1097 van het Gerechtelijk Wetboek zou dienen opgeworpen te worden, omdat ze ingesteld is terwijl het cassatieberoep tegen het arrest nog niet beoordeeld is. Dit lijkt me niet vereist nu de toestand toch enigszins anders is dan in het precedent: de voorzieningen zijn gelijktijdig en door een cassatie van het arrest (A.R. C.06.0022.N) is het cassatieberoep tegen de beschikking (dat op dezelfde grond wordt bestreden) zonder voorwerp. I. De zaak A.R. C.06.0022.N 3. De ontvankelijkheid van het eerste middel tot staving van het "tweede" cassatieberoep, tegen het arrest dat het hoger beroep van eiseres tegen de beschikking ontvankelijk heeft verklaard, doch ongegrond. Het Hof heeft recentelijk, op 31 januari 2008, in voltallige zitting
(2)beslist: "Een procespartij kan in cassatie niet opkomen tegen een beslissing nopens de rechtspleging die in overeenstemming met haar conclusie werd gewezen" (ook al betrof het middel de openbare orde, de bevoegdheid van de rechtbanken). Er is dus geopteerd voor de rechtspraak in het arrest van 10 oktober 2002
(3): de eiser heeft geen belang op te komen tegen wat hijzelf gevraagd heeft
(4). Ik ben van mening dat thans dezelfde opvatting dient te gelden, temeer dat een hoger beroep (zij het enkel in het door artikel 1624, tweede lid, 1° bedoeld geval) wettelijk voorzien is: het middel is niet ontvankelijk, bij gebrek aan belang. Dit impliceert enkel dat het ontvankelijk verklaren van het hoger beroep dus standhoudt en dat de beoordeling ten gronde (waarvoor de appelrechter dus inderdaad bevoegd kan zijn) aan bod komt.
- Het eerste onderdeel van het tweede middel (identiek aan het enig middel tot staving van het "eerste" cassatieberoep (A.R. C.06.0011.N)), dat opkomt tegen deze beoordeling ten gronde. De eisers hebben er belang bij op te komen tegen het ongegrond verklaren van hun hoger beroep. Het middel is dus ontvankelijk.
- Dit onderdeel komt ook gegrond voor. De voorziening vermeldt volgende relevante feiten en procedurevoorgaanden. De gefailleerde Degreef had destijds een lening aangegaan bij de CV Cera. Tot zekerheid van de terugbetaling van deze lening werd een hypotheek genomen op zijn onroerend goed, waarop de CV Cera op 17 april 1997 uitvoerend beslag liet leggen. Om deze lening terug te betalen, ging de gefailleerde Degreef naderhand een lening aan bij de NV Krediet en Financiële Maatschappij, tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. Op 11 juli 1997 werd een hypotheek in eerste rang op hetzelfde onroerend goed gevestigd ten voordele van de laatst genoemde partij. Het blijkt niet betwist dat de CV Cera volledig werd terugbetaald en dat zij zich akkoord verklaarde om doorhaling te verlenen van de hypothecaire inschrijving en om het beslag op onroerend goed van de gefailleerde Degreef op te heffen. De betwisting spitst zich toe op de omstandigheid dat het - door een andere schuldeiser, de B.V.B.A Frema, betekend en overeenkomstig artikel 1497, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, aan de hypotheekbewaarder ter overschrijving aangeboden - exploot van bevel van 12 januari 1999 tot omzetting van een eerder gelegd bewarend beslag in uitvoerend beslag, bij toepassing van artikel 1571 van het Gerechtelijk Wetboek, werd geweigerd wegens de - spijts het gegeven akkoord tot opheffing - nog steeds bestaande overschrijving op het hypotheekkantoor van het beslag van de oorspronkelijke schuldeiser, de CV Cera. De curator van het faillissement van de B.V.B.A Frema, de eerste verweerder, verzocht, bij toepassing van artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek, in de plaats van de CV Cera te worden gesteld. Het bestreden arrest bevestigt de (bestreden) beschikking die dit verzoek inwilligt.
- De hamvraag is of de indeplaatsstelling, als bepaald bij artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek, nog mogelijk is, op het ogenblik dat de oorspronkelijke beslaglegger ingestemd heeft met de opheffing van het beslag, maar waarvan de overschrijving op dat ogenblik nog niet werd doorgehaald op het hypotheekkantoor. Er heerst verdeeldheid in de doctrine. Bepaalde rechtsleer is van oordeel dat de indeplaatstsstelling mogelijk is zolang de overschrijving van het beslag bestaande is
(5). Andere rechtsleer is daarentegen van oordeel dat de indeplaatsstelling niet meer mogelijk is van zodra de schuldeiser zijn akkoord met de opheffing van het beslag heeft gegeven
(6). Nog andere rechtsleer en ook rechtspraak gaan nog verder en stellen dat indeplaatsstelling niet meer mogelijk is vanaf het ogenblik dat de oorspronkelijke schuldeiser het recht niet meer heeft om de beslagprocedure verder te zetten, wat onder meer -zoals ten deze- het geval is wanneer hij zijn vordering verloren heeft ingevolge betaling
(7).
- Het zgn. "beslagrechtelijk" standpunt is, omwille van de rechtszekerheid, m.i. te verkiezen, ook al is dat niet de heersende doctrine. Krachtens het artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek "wordt de indeplaatsstelling ook toegestaan op verzoekschrift, ingediend bij de rechter door enige andere schuldeiser die beslag heeft gelegd op dezelfde goederen, wanneer de vervolger een formaliteit niet heeft vervuld of een proceshandeling niet heeft verricht binnen de voorgeschreven termijnen of indien er bedrog, verstandhouding of nalatigheid bestaat, in dit geval onverminderd vergoeding van alle schade". Krachtens het artikel 1612 van dit wetboek "kan, wanneer een uitvoerend beslag op onroerend goed doorgehaald is, de meest gerede van de latere beslagleggers zijn beslag voortzetten, al heeft hij zich niet de eerste aangemeld voor de overschrijving". Krachtens het artikel 92, eerste lid, van de Hypotheekwet "worden de inschrijvingen doorgehaald of verminderd krachtens de toestemming van de belanghebbende partijen, daartoe bevoegd, ofwel krachtens een vonnis in laatste aanleg gewezen of in kracht van gewijsde gegaan, ofwel krachtens een vonnis, uitvoerbaar verklaard niettegenstaande verzet of beroep. (...)". Uit deze bepalingen volgt dat een indeplaatsstelling niet meer mogelijk is zodra de oorspronkelijke schuldeiser -mede ingeval van het tenietgaan van zijn vordering- het recht niet meer heeft de beslagprocedure verder te zetten en, a fortiori, zodra hij het beslag heeft opgeheven, zonder dat de overschrijving reeds werd doorgehaald. Een indeplaatsstelling in de zin van artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek kan dus niet worden toegestaan zonder na te gaan of de vervolgende schuldeiser inmiddels niet is overgegaan tot de opheffing van het beslag.
- Verschillende schuldeisers kunnen inderdaad een uitvoerend beslag op onroerend goed afzonderlijk vervolgen. Aldus kunnen zij het exploot van bevel voorafgaand aan het onroerend beslag (artikel 1564 van het Gerechtelijk Wetboek) en het exploot van beslag (artikel 1567 van het Gerechtelijk Wetboek) laten betekenen. Het beginsel van de eenheid van het beslag en het daarmede samengaande principe dat beslag op beslag niet geldt ("saisie sur saisie ne vaut"), die beide worden verwoord in artikel 1571 van het Gerechtelijk Wetboek, hebben tot gevolg dat slechts één schuldeiser -en met name de meeste gerede- zijn beslagexploot kan laten overschrijven op het hypotheekkantoor. Artikel 1571 van het Gerechtelijk Wetboek luidt immers: "Indien er reeds vroeger een beslag is overgelegd en overgeschreven, vermeldt de bewaarder zijn weigering op de kant van het tweede beslag, alsmede de datum van het vroegere beslag, de naam, de voornaam, de woonplaats en het beroep van de beslaglegger en van de beslagene en de datum van de overschrijving". De andere schuldeisers, die over een uitvoerbare titel beschikken en die de uitvoering op en de uitwinning van het onroerend goed wensen te benaarstigen, zijn aldus afhankelijk van het al dan niet verder zetten van de executie en uitwinning door de schuldeiser die zijn beslag als eerste liet overschrijven. De wetgever heeft voorzien in twee garanties of maatregelen voor die andere schuldeisers om hen te beschermen tegen de inertie of de mogelijke bedrieglijke handelingen van de eerst overgeschreven vervolgende schuldeisers: "de indeplaatsstelling" (artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek) en "het gemeen worden van het beslag aan de ingeschreven schuldeisers" (artikel 1584, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek). Deze garanties vormen als het ware de 'bruggen' tussen de voornoemde principes en de belangen van die andere schuldeisers. De "indeplaatsstelling" situeert zich voor en "het gemeen worden van beslag aan de ingeschreven schuldeisers" situeert zich na het scharniermoment in de executie, met name de aanmaning om inzage te nemen van de door de instrumenterende notaris opgestelde verkoopsvoorwaarden en om aanwezig te zijn bij de toewijzing, als bepaald bij artikel 1582, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek. De indeplaatsstelling dient aldus te worden beschouwd als een "uitzonderingsregime" om, in de gevallen waar het kan, zonder bijkomende kosten een beslag verder te kunnen zetten met vermijding van kosten van doorhaling en betekening van het nieuwe beslag
(8). 9. De indeplaatsstelling, als bepaald in artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek, is een procesrechtelijke "substitutie" en geen materieelrechtelijke "subrogatie". Ze heeft geen enkele incidentie op de materieelrechtelijke positie en aanspraken van de vervolgende schuldeiser. Ze is niet meer en niet minder dan de voortzetting van de executie die door die schuldeiser werd aangevat en dit vanaf de laatste regelmatige handeling. Het is het eerste beslag dat wordt verdergezet. Daarom ook dient die schuldeiser, bij toepassing van artikel 1611, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, "de stukken van vervolging tegen ontvangstbewijs" af te geven aan de indeplaatsgestelde. Deze wordt dus in wezen "gesubstitueerd" in de louter procesrechtelijke op dat ogenblik bestaande toestand en rechten van de vervolgende schuldeiser. Hij kan dus geen ruimere rechten met betrekking tot de procedure van tenuitvoerlegging verwerven. De gebreken die de oorspronkelijke rechtspleging zouden aantasten worden aldus door de indeplaatsstelling niet opgeheven
(9). De vraag naar de omvang en de waarde van de indeplaatsstelling impliceert een onderzoek naar de regelmatigheid en de rechtmatigheid van de executie die tot op dat ogenblik werd vervolgd door de oorspronkelijke schuldeiser. De indeplaatsgestelling in de procesrechtelijke positie en rechten van de vervolgende schuldeiser vereist dat er op dat ogenblik een rechtmatig en regelmatig beslag bestaat. Bij gebrek hieraan kan de schuldeiser de door hem aangevatte procedure niet langer vervolgen en kan er dan ook geen indeplaatsstelling zijn, terwijl de beslagene, die door een beschikking die ten onrechte de indeplaatsstelling toestaat, in zijn rechten is geschaad en tegen deze beschikking trouwens derdenverzet kan aantekenen. Waar de indeplaatsstelling een uitzonderingsregime is met de voornoemde doelstellingen, dient zij trouwens beperkend te worden geïnterpreteerd en kan ze niet worden toegestaan, wanneer het recht van de oorspronkelijk vervolgende schuldeiser is uitgedoofd
(10). Dit is met name het geval wanneer het beslag niet meer actueel is, bijvoorbeeld doordat de vordering werd betaald. Er zal aldus evenmin indeplaatsstelling mogelijk zijn indien het beslag niet wordt voortgezet wegens een gerechtelijke opschorting van de tenuitvoerlegging
(11). Indeplaastsstelling is derhalve en a fortiori uitgesloten indien het beslag werd opgeheven. Ook in dit geval heeft de oorspronkelijk vervolgende schuldeiser geen recht meer op het voorzetten van de executie. Er is geen beslag meer, zodat dienaangaande geen indeplaatsstelling mogelijk is. 10. Dat de overschrijving van het beslag op het hypotheekkantoor niet werd doorgehaald doet daaraan niets af, vermits ze enkel de publiciteit en de tegenwerpelijkheid aan derden betreft
(12). Dat ze blijft bestaan bestendigt enkel dit laatste effect, maar heeft geen enkele incidentie op de regelmatigheid of de rechtmatigheid van het beslag, laat staan op het al dan niet bestaan van de onderliggende vordering. Het omgekeerde standpunt zou voor gevolg hebben dat de indeplaatsgestelde over meer rechten zou beschikken dan de oorspronkelijk vervolgende schuldeiser. Dat dit oorspronkelijk beslag nog rechtsgeldig dient te bestaan, spoort trouwens met de hiervoor geciteerde bepaling van artikel 1611, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, naar luid waarvan de stukken van vervolging met betrekking tot het oorspronkelijk beslag dienen te worden afgegeven aan de indeplaatsgestelde. 11. De opheffing van het beslag werd te dezen gerealiseerd door de loutere doch voldoende daartoe geformuleerde wilsuiting van de CV Cera, de oorspronkelijke schuldeiser. De opheffing kan immers volledig vormvrij tot stand komen. De doorhaling zelf van de overschrijving is evenmin aan enige vormvoorwaarde onderworpen. Een en ander blijkt -althans wat de bewarende beslagen betreft- uitdrukkelijk uit de artikelen 1440 en 1441 van het Gerechtelijk Wetboek. Artikel 1440 van het Gerechtelijk Wetboek luidt: "Doorhaling van de overschrijvingen betreffende bewarende beslagen op onroerend goed of betreffende hun vernieuwing geschiedt overeenkomstig de artikelen 92 tot 94 van de hypotheekwet van 16 december 1851, waarvan artikel 92 gewijzigd is bij de wet van 10 oktober 1913". Artikel 1441 van het Gerechtelijk Wetboek luidt: "In geval van vrijwillige opheffing van de overschrijving mag de schuldeiser de opheffing die hij ondertekend heeft aan de bevoegde hypotheekbewaarder betekenen. Deze verricht de doorhaling tegen afgifte van het exploot van betekening waaraan de akte van opheffing gehecht blijft". Het voormelde artikel 92 van de hypotheekwet regelt de doorhaling of vermindering van "inschrijvingen", terwijl beslagen worden "overgeschreven". De in de artikelen 92 en 94 van het Gerechtelijk Wetboek gestelde regeling is ook toepasselijk op uitvoerende beslagen
(13). Aangezien het eerste beslag onbestaande is geworden en de eerste verweerder derhalve niet kon worden gesubstitueerd, diende hij, overeenkomstig het voormelde artikel 1612 van het Gerechtelijk Wetboek, zijn beslag verder zetten
(14). Er zou nog kunnen worden gesteld dat de eerste verweerder, nu de - bij artikel 1571 van het Gerechtelijk Wetboek - bedoelde overschrijving op het hypotheekkantoor nog steeds bestond, eerst de oorspronkelijk vervolgende schuldeiser, overeenkomstig artikel 92 en 94 van de Hypotheekwet, diende te dagvaarden, teneinde de doorhaling van de (onterecht gehandhaafde) overschrijving van het uitvoerend beslag te horen bevelen. Maar, hoe dan ook, een indeplaatsstelling was, in de zin van artikel 1610 van het Gerechtelijk Wetboek, in de beide opvattingen onmogelijk geworden.
- Uit dit alles volgt, het weze herhaald, dat een indeplaatsstelling, in die zin, niet kan worden toegestaan zonder na te gaan of de vervolgende schuldeiser inmiddels niet was overgegaan tot opheffing van het beslag. De beslagrechter die, zoals in het bestreden arrest, oordeelt dat de indeplaatsstelling kon worden toegestaan omdat "nog geen handlichting van de hypothecaire inschrijving [was] verleend en van de overschrijving van het uitvoerend beslag", verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.
- Het tweede onderdeel leidt niet tot een ruimere cassatie. II. De zaak A.R. C.06.0011.N
- Ingevolge de cassatie van het arrest is het cassatieberoep tegen de beschikking (op dezelfde grond) zonder voorwerp. 15 . Conclusie: - samenvoeging - A.R. C.06.0022.N: vernietiging en verwijzing naar een ander hof van beroep - A.R. C.06.0011.N: verwerping. ___________________
(1)A.R. C.01.0588.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040624.14, A.C., 2004, nr. 351.
(2)A.R. C.05.0372.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080131.6, www.cass.be., met conclusie O.M.
(3)A.R. C.01.0087.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021010.6, A.C., 2002, nr. 527.
(4)Terwijl het arrest van 7 september 2000 (A.R. C.99.0514.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000907.8 (A.C., 2002, nr. 452), dat belang (impliciet) wel erkende.
(5)E. DIRIX, en K., BROECKX, in A.P.R., tw. Beslag, 535, nr. 952; WAELBROECK, t. III, 90 en Pand. Belges, tw. Expropriation forcée, nr. 1458, beiden geciteerd door J. BAUGNIET en R. RENS, in R.P.D.B., tw. Saisie immobilière, 748, nr. 769.
(6)G. DE LEVAL, La saisie immobilière, Brussel, Larcier, Ed. 2007, 367, nr. 568; J.L., LEDOUX, in R.P.D.B., compl. VIII, tw. La saisie immobilière, 754, nrs. 402-404; MICHIELSENS, 'Uitvoerend onroerend beslag - indeplaatsstelling', in Comité voor studie en wetgeving. Verslagen en debatten 1999-2000, Dossier nr. 6291, 763; J. BAUGNIET en R. RENS, in R.P.D.B., tw. Saisie immobilière 747, nr. 748 en 748, nr. 770.
(7)MICHIELSENS, 'Uitvoerend onroerend beslag - indeplaatsstelling', in Comité voor studie en wetgeving. Verslagen en debatten 1999-2000, Dossier nr. 6291, 764; TGI Paris, 13 januari 2000, Gaz. Pal., 20, geciteerd in Dalloz, 2004, tw. Droit et pratique des voies d'exécution, 1082, nr. 1324.201, in fine.
(8)MICHIELSENS, 'Uitvoerend onroerend beslag - indeplaatsstelling', in Comité voor studie en wetgeving. Verslagen en debatten 1999-2000, Dossier nr. 6291, 764.
(9)G., DE LEVAL, Rép. Not., ed. 1985, tw. La saisie immobilière, 207, nr. 495; G. DE LEVAL, La saisie immobilière, Brussel, Larcier, Ed. 2007, 363, nr. 553.
(10)MICHIELSENS, 'Uitvoerend onroerend beslag - indeplaatsstelling', in Comité voor studie en wetgeving. Verslagen en debatten 1999-2000, Dossier nr. 6291, 778.
(11)Cass. fr., 20 april 1989, Dall., 1989, 146.
(12)Zolang de doorhaling van de overschrijving geen afstand van de vordering met zich brengt, is zij trouwens een daad van louter beheer (M., DONNAY, Saisie-exécution immobilière, Rec. gén. enr. et not., 1969, nr. 21264, 200 en 201, nr. 52).
(13)M., DONNAY, Saisie-exécution immobilière, Rec. gén. enr. et not., 1969, nr. 21264, 200 en 201, nr. 52.
(14)J.L., LEDOUX, in R.P.D.B., compl. 8, tw. La saisie immobilière, nr. 404; G. DE LEVAL, La saisie immobilière, Brussel, Larcier, Ed. 2007, 374, nr. 568. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090130.6 citeert: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000907.8 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021010.6 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040624.14 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080131.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div