id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 20 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090220.18 Rolnummer: C.07.0305.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-06-29 Raadplegingen: 347 - laatst gezien 2026-07-03 00:35 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.18 Fiche 1 Diegene die door zijn fout aan een ander schade berokkent, is verplicht deze schade integraal te vergoeden, wat inhoudt dat de benadeelde teruggeplaatst wordt in de toestand waarin hij zou zijn gebleven indien de fout waarover hij zich beklaagt, niet was begaan
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Begroting schade - Algemene beginselen schadebepaling Vrije woorden: Integrale vergoeding Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1382 en 1383 Fiche 2 Het feit dat het slachtoffer van een ongeval genoodzaakt is beroep te doen op de hulp van een derde, levert op zich een materiële schade op, die integraal moet worden vergoed door diegene die door zijn fout deze schade heeft veroorzaakt
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Begrip. Vormen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Begroting schade - Algemene beginselen schadebepaling Vrije woorden: Begrip - Hulp van een derde Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1382 en 1383 Fiche 3 In het geval het slachtoffer gerechtigd is beroep te doen op professionele betalende hulp, kan die materiële schade door de rechter geraamd worden op het bedrag voor die hulp verschuldigd, ook indien het slachtoffer op deze professionele betalende hulp geen beroep heeft gedaan of zal doen
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Beoordelingsbevoegdheid. Raming. Peildatum UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Begroting schade - Algemene beginselen schadebepaling Vrije woorden: Raming - Materiële schade - Professionnele betalende hulp Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1382 en 1383 Fiches 4 - 6 Conclusie van advocaat-generaal DUBRULLE. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Begroting schade - Algemene beginselen schadebepaling Vrije woorden: Integrale vergoeding Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Begrip. Vormen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Begroting schade - Algemene beginselen schadebepaling Vrije woorden: Begrip - Hulp van een derde Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - SCHADE - Beoordelingsbevoegdheid. Raming. Peildatum UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Begroting schade - Algemene beginselen schadebepaling Vrije woorden: Raming - Materiële schade - Professionnele betalende hulp Tekst van de conclusie C.07.0305.N Advocaat-generaal Dubrulle heeft in hoofdzaak gezegd De voorziening vecht het vonnis aan in zoverre het de eiser - aansprakelijk verklaard voor een verkeersongeval, waarvan de eerste verweerster het slachtoffer werd - veroordeelt tot vergoeding voor hulp van derden (familieleden) aan deze verweerster en terugbetaling aan de gesubrogeerde arbeidsongevallenverzekeraar, tweede verweerster, voor het Hof niet vertegenwoordigd. Overeenkomstig een gevestigde rechtspraak van het Hof
(1)wordt deze toerekening terecht niet aangevochten op het vlak van een oorzakelijk verband tussen de fout van de aansprakelijke eiser en de schade, dan wel enkel op het vlak van het begrip schade zelf en van de vergoedbaarheid van de schade, zo deze bestaat. In het eerste middel wordt de hulp van derden als vergoedbare schade betwist. Het tweede middel vecht het vonnis aan in de mate dat geen verrekening werd gedaan van de som die voor hulp van derden door de arbeidsongevallenverzekeraar aan het slachtoffer werd betaald. Beide middelen hebben betrekking op de (gewone) rechtstreekse schadevordering van het slachtoffer zelf en dus niet, op een rechtstreekse schadevordering van derden, wegens hulp aan het slachtoffer, tegen de aansprakelijke, zoals in het arrest van 6 november 2001
(2)van het Hof in hunnen hoofde erkend. De eerste vier onderdelen voeren motiveringsgebreken aan doch missen feitelijke grondslag. Het vijfde en het zesde onderdeel voeren een schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek, het vijfde omdat vergoeding voor professionele hulp tegen betaling werd toegekend, zonder rekening te houden met hulp die het slachtoffer kosteloos in familiekring kreeg in het verleden. Het zesde onderdeel voert dezelfde kritiek aan wat die vergoeding in de toekomst betreft. Zoals beslist in het precedent van 6 november 2001
(3)verhindert de enkele omstandigheid dat een prestatie op vrijwillige basis werd verricht niet noodzakelijk dat die prestatie schade kan uitmaken. Hulp van derden op vrijwillige basis aan het slachtoffer verstrekt kan dus vergoedbare schade zijn. De derde moet wel aantonen dat hij effectief schade lijdt. Deze rechtspraak werd ook in andere dan familiale situaties toegepast (zoals terzake de rechten van de overheid, die een door een fout van een derde arbeidsongeschikte ambtenaar doorbetaalt)
(4). Dit wordt ten andere niet betwist. Dit belet nochtans niet dat, wat de raming van de schade betreft, de berekeningsgrondslag een betalende professionele hulp kan zijn, waarop het slachtoffer in principe gerechtigd is, als het niet op kosteloze hulp kan rekenen. De idee die hieraan ten grondslag ligt is de vaststaande regel dat de schade integraal moet vergoed worden, dit is dat het slachtoffer terug moet geplaatst worden in de toestand voor het door de fout veroorzaakt ongeval
(5), dit is zonder hulp van derden en dat de schadeverwekker geen voordeel kan halen uit een eventuele kosteloze hulp. Wel te verstaan moet, bij een rechtstreekse vordering van derden, hulpverleners, wegens hun prestaties, tegen de schadeverwekker, de aan het slachtoffer zelf eventueel toegekende vergoeding voor die hulp verrekend worden, rekening houdende met de door het Hof in dat precedent van 6 november 2001 bepaalde criteria:
- dat deze prestaties op redelijke gronden werden verricht;
- dat ze verricht moeten zijn om bij het slachtoffer de schadelijke gevolgen van de fout te lenigen;
- dat het niet de bedoeling was van hun verstrekker om de last ervan definitief voor hun rekening te nemen. Ook het omgekeerde geldt: op de vordering van het slachtoffer moet de aan de derde toegekende vergoeding voor die hulp verrekend worden. In dezen hebben de derden evenwel eerder geen dusdanige vergoeding gevorderd en dus uiteraard geen bedoeling geuit de last ervan definitief voor hun rekening te nemen. Beide middelen gaan uit van de tegengestelde opvatting, namelijk dat de vergoeding voor schade ingevolge hulp van derden niet - op de enkele grond dat de vergoeding het slachtoffer in staat moet stellen hulp tegen betaling te verkrijgen - kan bepaald worden in functie van een betalende professionele hulp, als vastgesteld wordt dat het slachtoffer gratis hulp van derden kreeg of zal krijgen. Deze middelen lijken me aldus dus niet te kunnen aangenomen worden. Alleszins lijkt me deze oplossing (een verwerping dus) te moeten gelden wat betreft de hulp van derden voor de toekomst (dit is het voorwerp van het zesde onderdeel), nu het, ten tijde van het vonnis, niet verzekerd was dat het slachtoffer deze hulp gratis zou blijven krijgen. Ingeval het op betalende hulp wordt aangewezen, zal deze schadepost niet vergoed zijn, wat uiteraard indruist tegen het principe van de integrale vergoeding. Aldus zou hoogstens enkel het vijfde onderdeel kunnen slagen. Het zevende onderdeel is geheel afgeleid uit de beide vorige vergeefs aangevoerde middelen en dus niet ontvankelijk. Het tweede middel voert, in zijn eerste onderdeel, een motiveringsgebrek aan en is gegrond: er is geen antwoord op het verweer van de eiser m.b.t. de gevraagde verrekening van de som die voor hulp van derden door de arbeidsongevallenverzekeraar aan het slachtoffer werd betaald. Het tweede onderdeel leidt niet tot ruimere cassatie. Conclusie: cassatie beperkt tot het eerste onderdeel van het tweede middel; verwerping voor het overige; ondergeschikt: ook cassatie op grond van het vijfde onderdeel van het eerste middel. ______________________
(1)Cass., 19 feb. 2001, A.R. C.99.0014.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.6, C.99.0183.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.7, C.99.0228 en C.00.0242.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.9, A.C., 2001, nrs 97 t.e.m. 100, 20 feb. 2001, A.R. P.98.1629.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.3, A.C., 2001, nr. 101, 10 april 2003, A.R. C.01.0329.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030410.14, A.C., 2003, nr. 245, 9 jan. 2006, A.R. C.05.0007, A.C., 2006, nr. 22, 18 sept. 2007, A.R. P.07.0005.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070918.1, A.C., 2007, nr. ***, met concl. van eerste advocaat-genraal DE SWAEF, 1 okt. 2007, A.R. C.06.0389.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071001.2, A.C., 2007, nr. *** en 27 nov. 2007, A.R. P.07.1181, A.C., 2007, nr. ***
(2)Cass., A.R. P.99.1703.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011106.9, A.C., 2001, nr. 602.
(3)Zie voetnoot 5; zie ook I. BOONE, Schadevergoeding voor vrijwillige prestaties, NjW , 2006, 740.
(4)Zie de in de voetnoot 4 geciteerde arresten.
(5)Cass., 14 okt. 1985, A.R. 4761, A.C., 1985-86, nr. 89. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.18 citeert: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.6 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.7 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010219.9 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010220.3 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20011106.9 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030410.14 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070918.1 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071001.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div