id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 16 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090316.2 Rolnummer: C.08.0047.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2009-04-15 Raadplegingen: 239 - laatst gezien 2026-07-03 00:15 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090316.2 Fiche 1 De gegronde redenen waarvan sprake in artikel 340, eerste lid van het Wetboek van Vennootschappen, moeten van die aard zijn dat van de vennoot die de overname vordert in redelijkheid niet kan verlangd worden dat hij nog langer vennoot blijft. Dit impliceert niet dat steeds een foutieve of onrechtmatige gedraging vereist is die specifiek toerekenbaar is aan de vennoot van wie de overname gevorderd wordt en waaraan de vennoot die de overname vordert vreemd is
(1).
(1)zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid - Effecten Vrije woorden: Vordering tot overname van aandelen - Gegronde redenen Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen - 07-05-1999 - Art. 340, eerste lid Fiche 2 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VENNOOTSCHAPPEN - Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid - Effecten Vrije woorden: Vordering tot overname van aandelen - Gegronde redenen Tekst van de conclusie C.08.0047.N Advocaat-generaal Mortier heeft in substantie gezegd: In zoverre de voorziening uitgaat van tweede en derde eiser is zij niet ontvankelijk bij gebrek aan belang nu de appelrechters de vordering tegen hen gesteld, ongegrond verklaarden. Het eerste onderdeel mist mijns inziens feitelijke grondslag. Met de beoordeling dat er "opdat er één of meer gegronde redenen zouden zijn, er niet noodzakelijk een fout moet aangetoond worden" beantwoorden de appelrechters het in het onderdeel bedoelde verweer. Het tweede onderdeel heeft betrekking op artikel 340 eerste lid van het Wetboek van Vennootschappen dat bepaalt dat iedere vennoot om gegronde redenen kan vorderen dat zijn aandelen worden overgenomen door de vennoten op wie deze gegronde redenen betrekking hebben. Dit artikel kadert in de geschillenregeling binnen vennootschappen waarbij voorzien werd in twee procedures: enerzijds de uitsluiting van een vennoot en dit in het belang van de vennootschap, anderzijds de mogelijkheid voor een vennoot tot uittreding waarbij hij van de andere vennoten de overname vordert van zijn aandelen. Een geschillenregeling werd noodzakelijk geacht enerzijds om economische redenen en anderzijds om de belangen van de minderheidsaandeelhouder te beschermen. De procedures werden slechts toepasselijk geacht op "gesloten" vennootschappen, namelijk NV's en BVBA's die geen publiek beroep doen op het spaarwezen en waar conflicten en de wijze waarop deze opgelost worden soms rampzalige gevolgen meebrengen op economisch vlak of aan de belangen van bepaalde aandeelhouders. In het oorspronkelijk wetsvoorstel tot wijziging van de wetten op de handelsvennootschappen
(1)werd voorzien in de invoeging van artikel 190quater waarmee werd beoogd dat een vennoot die door de gedragingen van één of meer vennoten zodanig in zijn rechten of belangen wordt geschaad dat van hem in redelijkheid niet langer kan worden gevergd dat hij verder vennoot blijft, van die medevennoten in rechte kan vorderen dat zijn aandelen worden overgenomen Tijdens de besprekingen in de Senaat werd op de vraag of de gedragingen die de belangen van een vennoot schaden betrekking moeten hebben op de vennootschap dan wel zich mogen situeren in de privésfeer, geantwoord dat het duidelijk is dat de gedragingen verband moeten houden met de vennootschap. Waarmee niet is gezegd dat de redenen geen verband mogen houden met de privésfeer, voor zover zij een weerslag hebben op het functioneren van of binnen de vennootschap. Er werd voor geopteerd om de "schadelijke gedragingen van een vennoot of vennoten die tot gevolg hebben dat de vennoot die de uittreding vordert in redelijkheid niet langer kan vergen dat hij vennoot blijft" te vervangen door de notie "gegronde redenen" omdat de gewijzigde term aan hoven en rechtbanken de nodige interpretatieruimte biedt om de wet aan te passen aan concrete gevallen
(2). De minister verantwoordde deze keuze door te verwijzen naar de term "gegronde redenen" in andere artikelen van de gecoördineerde wetten en naar artikel 1871 B.W., waarbij onmiddellijk werd aangegeven dat dit begrip niet noodzakelijk een fout veronderstelt. Nazicht van de rechtspraak en de meerderheid van de rechtsleer
(3)leert dat aangenomen wordt dat de gegronde redenen waarvan sprake in artikel 340 W.Venn. niet vereisen dat aan de vennoot van wie gevorderd wordt dat hij de aandelen van een andere vennoot overneemt een fout of onrechtmatige gedraging kan verweten worden. De overname wordt niet beschouwd als een sanctie maar als een middel om een conflict op te lossen wanneer blijkt dat de samenwerking tussen partijen als vennoten al dan niet definitief en onherroepelijk is verstoord, zodat de verderzetting van de vennootschapsovereenkomst niet kan gevergd worden. Wel wordt aangenomen dat vereist is dat de gegronde redenen toerekenbaar zijn aan de vennoot van wie men de overname vordert. Uit niets blijkt evenwel, zoals eiseres aanvoert, dat de gegronde reden volledig vreemd dient te zijn aan de persoon die de overname vordert. In de rechtsleer wordt hoogstens aanvaard dat de vennoot die de overname vordert zelf niet aan de oorsprong van de gegronde reden mag liggen, maar nergens wordt gesteld dat deze vennoot totaal vreemd moet zijn aan deze gegronde reden. De appelrechters oordelen dat de definitieve echtscheiding, met een blijvende slechte verstandhouding tussen de partners na de echtscheiding, die een weerslag heeft op zowel de aandeelhouders individueel als op de vennootschap de gegronde redenen vormen in de zin van artikel 340. Eisers zijn van oordeel dat deze overweging artikel 340 W.Venn. schendt omdat onder gegronde redenen moet verstaan worden één of meer foutieve gedragingen aan de zijde van de vennoot van wie de overname wordt gevorderd, minstens één of meer onrechtmatige gedragingen die specifiek toerekenbaar zijn aan deze vennoot en die vreemd zijn aan de vennoot die de overname vordert. Gelet op wat voorafgaat faalt dergelijk standpunt naar recht. De appelrechters konden wettig beslissen dat de blijvende slechte verstandhouding tussen de partners, die dus mede kan toegerekend worden aan de vennoot van wie de overname gevorderd wordt, en een weerslag heeft op de aandeelhouders individueel als op de vennootschap in hoofde van verweerder een gegronde reden uitmaken om de vordering tot uittreding te stellen. Conclusie: VERWERPING ARREST ______________
(1)Parl.St Kamer, Wetsvoorstel tot wijziging van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935, 1005/1-92/93, 44.
(2)Parl.St . Senaat, 1993-1994, 1086/2, 440.
(3)Zie o.a. H. Braeckmans, "De uitsluiting en uittreding van aandeelhouders", R.W. 2000-2001, 1361-1378; A. Coibion, Du détournement de procédure en matière de retrait forcé, RDC, 2005, 412-420. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090316.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div