id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 30 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090330.10 Rolnummer: C.07.0557.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-05-06 Raadplegingen: 104 - laatst gezien 2026-07-03 00:06 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090330.10 Fiches 1 - 2 Het feit dat een begunstigde van een beding ten behoeve van een derde een eigen en rechtstreekse vordering tegenover de belover verkrijgt, die ontstaat uit deze afzonderlijke juridische handeling, belet niet dat dit beding er toe kan strekken een voorafbestaande schuld van de bedinger ten aanzien van de derde-begunstigde door de belover te doen vereffenen
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALGEMENE BEGRIPPEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Gevolgen overeenkomsten t.a.v. derden - Beding ten behoeve van derden Vrije woorden: Beding ten behoeve van een derde - Verhouding tussen bedinger, belover en begunstigde Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1121 Thesaurus CAS: VERBINTENIS UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Gevolgen overeenkomsten t.a.v. derden - Beding ten behoeve van derden Vrije woorden: Verbintenis uit overeenkomst - Gevolgen ten aanzien van derden - Beding ten behoeve van een derde - Verhouding tussen bedinger, belover en begunstigde Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1121 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALGEMENE BEGRIPPEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Gevolgen overeenkomsten t.a.v. derden - Beding ten behoeve van derden Vrije woorden: Beding ten behoeve van een derde - Verhouding tussen bedinger, belover en begunstigde Thesaurus CAS: VERBINTENIS UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Gevolgen overeenkomsten t.a.v. derden - Beding ten behoeve van derden Vrije woorden: Verbintenis uit overeenkomst - Gevolgen ten aanzien van derden - Beding ten behoeve van een derde - Verhouding tussen bedinger, belover en begunstigde Tekst van de conclusie C.07.0557.N Advocaat-generaal Mortier heeft in substantie gezegd: Het zesde en zevende onderdeel houden verband met de draagwijdte en de gevolgen van een "beding ten behoeve van een derde". Deze rechtsfiguur vindt zijn grondslag in artikel 1121 BW en is een contractuele clausule waarbij één van de contractpartijen (de bedinger of de stipulant) die optreedt in eigen naam (en dus niet als vertegenwoordiger van een derde) de wederpartij (de belover of promettant) een prestatie laat beloven ten gunste van een derde (de begunstigde of beneficiant). Deze derde wordt op die manier schuldeiser van de beloofde prestatie en dit krachtens een overeenkomst waaraan hijzelf niet heeft deelgenomen. Zoals uw Hof ook oordeelde bij arrest van 14 februari 1980
(1), vormt het beding ten behoeve van een derde een wettelijke uitzondering op het algemene principe, zoals verwoord in de artikelen 1119 BW (In het algemeen kan niemand zich verbinden of iets bedingen in zijn eigen naam, dan voor zichzelf) en 1165 BW ( Overeenkomsten brengen alleen gevolgen teweeg tussen de contracterende partijen; zij brengen aan derden geen nadeel toe en strekken hen slechts tot voordeel in het geval voorzien in artikel 1121BW). Het beding ten behoeve van een derde doet dus een drie-partijen relatie ontstaan. De hoofdovereenkomst tussen stipulant en belover wordt de dekkingsverhouding genoemd. Het is op deze voorafgaande rechtsverhouding dat het recht van de begunstigde derde geënt is. De reden waarom de stipulant aan de belover een beding ten gunste van een derde stipuleert is te vinden in de rechtsverhouding tussen stipulant en de derde. Deze rechtsverhouding wordt de valutaverhouding genoemd. Ze verduidelijkt waarom de stipulant de derde wou begunstigen. Dit kan in het bijzonder het geval zijn wanneer de stipulant de derde iets verschuldigd was (solvendi causa). Het beding kan dus betrekking hebben op een schuld die de stipulant voorafgaandelijk had ten opzichte van de derde begunstigde. De derde verkrijgt een eigen rechtstreeks recht uit de overeenkomst tussen stipulant en belover en kan dit recht door middel van een rechtstreekse vordering uitoefenen ten opzichte van de belover.
(2)Dit belet evenwel niet dat de belover ertoe kan gehouden zijn de stipulant te vrijwaren, wanneer die zou aangeproken worden wanneer het beding betrekking heeft op een voorafbestaande schuld van de stipulant ten opzichte van de derde. Uw Hof heeft bij arrest van 12 mei 1972
(3)geoordeeld dat het bestaan van een beding ten behoeve van een ander wettelijk wordt vastgesteld door de rechter die erop wijst dat een partij bij een overeenkomst ten behoeve van een derde heeft bedongen en dat een andere partij zich jegens deze derde persoonlijk heeft verbonden. Het zesde en het zevende onderdeel gaan mijns inziens uit van een verkeerde rechtsopvatting. Het beding ten behoeve van een derde staat er immers niet aan in de weg dat de belover ook tot vrijwaring kan gehouden zijn ten opzichte van de stipulant, wanneer de belofte betrekking heeft op een voorafbestaande schuld van de stipulant ten opzichte van de derde. Conclusie: VERWERPING ARREST _________
(1)Cass., 14 februari 1980, A.C. 1979-1980, nr.370.
(2)Van Gerven en Covemaeker, Verbintenissenrecht, Acco, Leuven, 2001, 146-148.
(3)Cass., 12 mei 1972, A.C. 1972, p. 849-850. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090330.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div