← België

ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090504.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 04 mei 2009 ECLI

Art. 2247

Fiches 2 - 4 Wanneer de strafrechter beslist dat geen misdrijf bewezen is ten laste van de beklaagde en zich om die reden onbevoegd verklaart om kennis te nemen van de burgerlijke vorderingen ingesteld tegen de beklaagde en de burgerrechtelijk aansprakelijke partij, doet de strafrechter met deze beslissing uitspraak over de zaak zelf en houdt deze beslissing in dat de burgerlijke vordering wordt afgewezen omdat het misdrijf waarop zij steunt niet bewezen is

(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Burgerlijke rechtsvordering (bijzondere regels) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing - Stuiting Vrije woorden: Vrijspraak op strafgebied - Onbevoegdverklaring om kennis te nemen van de burgerlijke vordering Wettelijke bepalingen:

Art. 2247

Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing - Stuiting Vrije woorden: Dagvaarding - Dagvaarding voor de strafrechter - Vrijspraak op strafgebied - Onbevoegdverklaring om kennis te nemen van de burgerlijke vordering Wettelijke bepalingen:

Art. 2247

Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Burgerlijke rechtsvordering UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing - Stuiting Vrije woorden: Vrijspraak op strafgebied - Onbevoegdverklaring om kennis te nemen van de burgerlijke vordering Wettelijke bepalingen:

Art. 2247Fiches 5 - 8 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER.

Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing - Stuiting Vrije woorden: Afwijzing van de eis Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Burgerlijke rechtsvordering (bijzondere regels) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing - Stuiting Vrije woorden: Vrijspraak op strafgebied - Onbevoegdverklaring om kennis te nemen van de burgerlijke vordering Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing - Stuiting Vrije woorden: Dagvaarding - Dagvaarding voor de strafrechter - Vrijspraak op strafgebied - Onbevoegdverklaring om kennis te nemen van de burgerlijke vordering Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Burgerlijke rechtsvordering UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing - Stuiting Vrije woorden: Vrijspraak op strafgebied - Onbevoegdverklaring om kennis te nemen van de burgerlijke vordering Tekst van de conclusie C.08.0354.N Advocaat-generaal Mortier heeft in substantie gezegd: Naar aanleiding van een dodelijk verkeersongeval gingen de nabestaanden en de arbeidsongevallenverzekeraar van het slachtoffer over tot rechtstreekse dagvaarding voor de politierechtbank, van de burgemeester van de gemeente waar het verkeersongeval zich had voorgedaan wegens inbreuk op de artikelen 418 en 419 Sw. (onopzettelijke doding) en van de gemeente zelf als burgerrechtelijk aansprakelijke partij op grond van artikel 1384 B.W. De politierechter overwoog dat geen welkdanige causaal relevante onvoorzichtigheid, nalatigheid of inbreuk lastens de burgemeester vaststaand bewezen voorkomt, zodat de vrijspraak zich opdringt voor wat de strafrechterlijke betichting betreft. Met betrekking tot de gemeente oordeelde de politierechter dat vermits de burgemeester noch auteur is van welkdanig bewezen misdrijf, noch een persoon is voor wie de gemeente verantwoordelijk is krachtens artikel 1384 B.W. de gemeente feitelijk niet voor de strafrechtbank kan gedaagd worden in een burgerlijke vordering. Bijgevolg achtte de politierechtbank zich niet bevoegd om kennis te nemen van de vordering op rechtstreekse dagvaarding lastens de burgemeester en de gemeente, gezien de vrijspraak van de burgemeester. Doet de strafrechter die zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van een burgerlijke vordering nadat hij de beklaagde heeft vrijgesproken, louter uitspraak over zijn bevoegdheid of gaat het om meer? De burgerlijke rechtsvordering die voor het gerecht is gebracht, waarbij de strafvordering aanhangig is overeenkomstig de artikelen 3 en 4 V.T.Sv., is hierop gegrond dat de door de burgerlijke partij opgelopen schade haar oorzaak vindt in een fout die onder toepassing van de strafwet valt. De burgerlijke vordering steunt in dat geval dus enkel op de delictuele aansprakelijkheid. Wanneer de rechter voor wie de strafvordering aanhangig is, beslist dat de beklaagde de hem tenlastgelegde fout niet heeft gepleegd, beslist hij noodzakelijk dat de grondslag van de burgerlijke rechtsvordering niet bewezen is. Wanneer de strafrechter een beklaagde vrijspreekt van de hem tenlastgelegde misdrijven, die aan de burgerlijke rechtsvordering ten grondslag liggen, heeft hij de gewoonte om zich onbevoegd te verklaren voor de kennisneming van de burgerlijke rechtsvordering tegen de vrijgesproken beklaagde. Deze beslissing betekent dat op basis van de tenlastlegging de vordering tot vergoeding van schade ongegrond is en dat, gezien de beklaagde het strafbaar feit niet gepleegd heeft, de rechter voor wie de strafvordering aanhangig is ook niet bevoegd is uitspraak te doen over een andere rechtsgrond, die ook als basis kon dienen voor de vordering van de benadeelde. De beslissing waarbij de rechtbank zich onbevoegd verklaart heeft dus geen betrekking op de burgerlijke rechtsvordering zoals deze hic et nunc is ingesteld, zij betekent dat de rechter voor wie de strafvordering is ingesteld, onbevoegd is om kennis te nemen van een "gewijzigde vordering". Er kan immers geen sprake zijn van een wijziging van de juridische grondslag van de burgerlijke vordering voor deze rechter zoals bedoeld in artikel 807 Ger.W. Voor de burgerlijke rechter is een dergelijke wijziging wel mogelijk: de aanvoering van een delictuele aansprakelijkheid voor de burgerlijke rechter, staat het zich beroepen op een contractuele of quasi-delictuele aansprakelijkheid tijdens hetzelfde geding niet in de weg, voor zover de nieuwe op tegenspraak genomen conclusies berusten op een feit of akte in de dagvaarding vermeld. Dit is evenwel niet het geval voor de rechter bij wie de strafvordering aanhangig is, omdat deze rechter slechts bevoegd is in burgerlijke zaken als aangenomen wordt dat de beklaagde het hem tenlastgelegde strafbaar feit, dat ten grondslag ligt aan de burgerlijke rechtsvordering, die voor hem is gebracht, heeft gepleegd

(1). Uw Hof besliste bij arrest van 25 mei 1973, dat het vonnis van de politierechtbank dat, na op de strafvordering te hebben beslist dat het aan de beklaagde telastgelegde misdrijf niet bewezen is, verklaart dat de rechtbank dientengevolge niet bevoegd is om kennis te nemen van de rechtsvordering van de burgerlijke partij, ten opzichte van deze rechtsvordering niet slechts inzake de bevoegdheid gewezen is. Het beslist ook dat het misdrijf dat ten grondslag ligt aan de burgerlijke rechtsvordering niet bewezen is. De appelrechters oordelen in het kader van de discussie omtrent het al dan niet verjaard zijn van de vorderingen tegen de burgemeester en de gemeente dat de politierechter zich onbevoegd verklaard heeft en dat overeenkomstig artikel 2246 B.W. de dagvaarding voor de onbevoegde rechter de verjaring stuit zodat de vorderingen niet verjaard zijn. Het eerste middel voert terecht aan dat de appelrechters niet wettig konden oordelen dat de politierechter zich onbevoegd had verklaard in de zin van artikel 2246 B.W.. De politierechter heeft zich wel bevoegd verklaard om van de rechtstreekse dagvaarding kennis te nemen en heeft er zelfs uitspraak over gedaan door de burgemeester vrij te spreken. Ingevolge die vrijspraak stelde de politierechter onbevoegd te zijn om van de eis ten aanzien van de gemeente kennis te nemen. Het feit dat ingevolge een vrijspraak niet meer geoordeeld wordt over de burgerlijke vordering houdt een beoordeling en een afwijzing van die eis in in de zin van artikel 2247 B.W. waardoor de stuiting van de verjaring voor niet bestaande wordt gehouden, maar houdt niet in dat de eis geformuleerd werd voor een onbevoegde rechter in de zin van artikel 2246 B.W.. Het middel is gegrond. Conclusie: VERNIETIGING ARREST _____________
(1)Zie noot E.K. onder Cass., 25 mei 1973, A.C. 1973, 936. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090504.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.