← België

ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090518.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 18 mei 2009 ECLI

Artt. 221, zesde lid en 223, eerste lid Fiche 2 Een krachtens het eerste en tweede lid van artikel 223, B.W. bevolen maatregel van toekenning van het uitsluitend genot van de gezinswoning aan een van de echtgenoten blijft, wanneer naderhand een verzoekschrift tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed wordt ingediend, gelden tot aan de beslissing van de rechtbank of van de voorzitter van de rechtbank in kort geding, in zoverre de bevolen maatregel nog niet is vervallen door het verstrijken van de door de vrederechter bepaalde duur ervan

(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE - Voorlopige maatregelen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Genot van de gezinswoning - Beslissing van de vrederechter - Gelding Wettelijke bepalingen:

Artt. 221, zesde lid en 223, eerste lid Fiche 3 De krachtens artikel 223, eerste en tweede lid, B.W. opgelegde maatregel van uitsluitend genot van de gezinswoning kan, naargelang van het geval, zijn opgelegd als loutere bestuursmaatregel of als uitvoering in natura van de hulpverplichting tussen de echtgenoten tijdens het huwelijk, waarbij er in dit laatste geval, naargelang hetgeen waarmee de vrederechter rekening heeft gehouden, aanleiding is tot verrekening van dit genot van de echtgenoot op zijn aandeel in de inkomsten van de onverdeelde goederen en, ingeval het aandeel van de onderhoudsgerechtigde echtgenoot in de onverdeelde inkomsten hoger is dan het genoten voordeel, dit genot in zoverre aanzien wordt als een voorschot op dit aandeel

(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: VREDERECHTER UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Dringende en voorlopige maatregelen - Toekenning van het uitsluitend genot van de gezinswoning aan één der echtgenoten - Aard van de maatregel Wettelijke bepalingen:

Art. 223

, eerste en tweede lid Fiche 4 Door de ontbinding van het huwelijksstelsel ontstaat tussen de partijen een postcommunautaire onverdeeldheid, die de goederen bevat die aanwezig waren op het ogenblik waarop de ontbinding van het huwelijk tussen de echtgenoten terugwerkt, evenals de vruchten die deze goederen nadien hebben opgebracht

(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE GOEDEREN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Ontbinding van het huwelijksstelsel Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1278, tweede lid Fiche 5 Uit de bepaling van artikel 577-2, § 3, B.W. volgt dat de deelgenoot die alleen het genot van een onverdeeld goed heeft gehad, voor dit uitsluitend genot aan de deelgenoten een vergoeding verschuldigd is. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - ALGEMEEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Huwelijksgemeenschap - Mede-eigenaar - Exclusief genot van een onverdeeld goed Wettelijke bepalingen:

Art. 577

-2, § 3 Fiche 6 De gevolgen van de krachtens artikel 223, eerste en tweede lid, B.W. toegekende maatregel van uitsluitend genot van de gezinswoning aan een van de echtgenoten, die ook blijft gelden na het inleiden van de echtscheiding tot aan de beslissing van de rechtbank of van de voorzitter van de rechtbank in kort geding en nog niet is vervallen door het verstrijken van de door de vrederechter bepaalde duur ervan, zijn verschillend naargelang die maatregel bestaat als uitvoering van de alimentatieverplichting in natura dan wel als loutere bestuursmaatregel, waarbij de aard van de maatregel evenwel niet verandert door de enkele omstandigheid van het inleiden van de eis tot echtscheiding

(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE GOEDEREN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Vereffening en verdeling - Huwelijksvermogensrecht - Onderhoudsgeld - Alimentatie - Dringende en voorlopige maatregel - Genot van de gezinswoning - Uitwerking en aard Wettelijke bepalingen:

Art. 223, eerste en tweede lid Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.

1278, tweede lid

Art. 577-2, § 3 Fiches 7 - 12 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER.

Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Vrederechter - Beslissing inzake ontvangstmachtiging - Dringende en voorlopige maatregelen betreffende de persoon en de goederen - Naderhand ingediend verzoekschrift tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE - Voorlopige maatregelen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Genot van de gezinswoning - Beslissing van de vrederechter - Gelding Thesaurus CAS: VREDERECHTER UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Dringende en voorlopige maatregelen - Toekenning van het uitsluitend genot van de gezinswoning aan één der echtgenoten - Aard van de maatregel Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE GOEDEREN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Ontbinding van het huwelijksstelsel Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - ALGEMEEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Huwelijksgemeenschap - Mede-eigenaar - Exclusief genot van een onverdeeld goed Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE GOEDEREN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - HUWELIJKSVERMOGENSRECHT - Wettelijk stelsel - Ontbinding/ Vereffening Vrije woorden: Vereffening en verdeling - Huwelijksvermogensrecht - Onderhoudsgeld - Alimentatie - Dringende en voorlopige maatregel - Genot van de gezinswoning - Uitwerking en aard Tekst van de conclusie C.07.0517.N Advocaat-generaal Mortier heeft in substantie gezegd: Voorliggende zaak belicht de relatie tussen twee aspecten van het huwelijksvermogensrecht. Enerzijds de doorwerking in de echtscheidingsprocedure van een beschikking tot verbijf in de gezinswoning genomen door de vrederechter op grond van artikel 223 BW en anderzijds de weerslag hiervan op de vereffening-verdeling, meer bepaald het verschuldigd zijn van een woonstvergoeding. Artikel 1278, lid 1 Ger.W. bepaalt dat het vonnis of het arrest waarbij de echtscheiding werd uitgesproken ten aanzien van de persoon van de echtgenoten gevolg heeft vanaf de dag waarop de beslissing in kracht van gewijsde is getreden. De hulpverplichting tussen echtgenoten, als persoonlijk gevolg van het huwelijk, neemt bijgevolg pas een einde bij het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis of arrest waarbij de echtscheiding werd uitgesproken. Met betrekking tot de goederen van de echtgenoten bepaalt het tweede lid van dit artikel dat dit vonnis of arrest terugwerkt tot op de dag waarop de eerste vordering tot echtscheiding is ingesteld. Te dezen had de vrederechter op grond van artikel 223 BW dringende en voorlopige maatregelen bevolen en eiseres het verblijf in de echtelijke woning toegekend. Deze door de vrederechter getroffen beslissing vervalt enkel wanneer ze op verzoek van één der partijen gewijzigd of ingetrokken wordt of wanneer, eens de echtscheiding ingezet, de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in kort geding een andere beslissing neemt. Uw Hof oordeelde bij arrest van 22 oktober 1981

(1)dat de dringende voorlopige maatregelen die de vrederechter bevolen heeft in het kader van de hem bij artikel 223 BW toegekende bevoegdheid, niettegenstaande de indiening van een verzoekschrift tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed, uitvoerbaar blijven totdat de rechtbank of de voorzitter van de rechtbank in kort geding een beslissing heeft gewezen, tenzij die maatregelen een einde hadden genomen door het verstrijken van de door de vrederechter vastgestelde termijn. Zolang het huwelijk niet ontbonden is blijft de hulpverplichting waarvan sprake in artikel 213 BW gelden. Vermits ze een gevolg is van het huwelijk wat de persoon van de echtgenoten betreft en ze dus geenszins hun vermogensrechtelijke verhouding aanbelangt, wordt de hulpverplichting niet retroactief tenietgedaan tot op de dag waarop de eerste vordering in echtscheiding is ingesteld. Dit staat er evenwel niet aan in de weg dat de echtgenoot die gedurende de echtscheidingsprocedure en tot aan de vereffening-verdeling het genot heeft gehad van de gezinswoning, zijnde een van de post-communautaire onverdeeldheid afhangend goed, een bedrag gelijk aan de genotswaarde van het goed, in de massa moeten inbrengen. Deze verplichting drukt immers op iedere mede eigenaar die het exclusieve genot van een onverdeeld goed heeft. Het principe dat met alle vruchten van de onverdeeldheid moet rekening gehouden worden, deze genotswaarde inbegrepen, wordt toegepast zodat de onderhoudsgerechtigde die geen onderhoudsgeld bekomt maar wel het genot van de onverdeelde gezinswoning, de genotswaarde hiervan moet in rekening brengen. Indien de genotswaarde gelijk aan of hoger is dan de hem toekomende netto - helft van alle onverdeelde vruchten, moet de onderhoudsgerechtigde niets terugbetalen. De onderhoudsplichtige draagt het verschil definitief als persoonlijke schuld. Artikel 213 BW belet dat de onderhoudsplichtige dit verschil kan terugeisen. Indien de genotswaarde lager ligt dan de hem toekomende netto-helft, kan de onderhoudsgerechtigde enkel aanspraak maken op het resterend saldo. De onderhoudsgerechtigde zal dus geconfronteerd worden met een aanrekening van hetgeen hij reeds genoten heeft.
(2)De vrederechter kan echter in geen geval beschikkingen nemen die rechtstreeks inwerken op de vereffening-verdeling. Het komt niet aan de vrederechter toe in het kader van zijn bevoegdheid tot het bevelen van dringende en voorlopige maatregelen om te beslissen of er al dan niet een woonstvergoeding verschuldigd is en de hoegrootheid ervan te bepalen. Die vergoeding kan slechts gevorderd worden ter gelegenheid van de vereffening-verdeling en het is enkel de vereffenaar (hetzij de notaris, hetzij ingeval van zwarigheden de rechtbank van eerste aanleg) die naar aanleiding van het opstellen van de beheersrekening kan uitmaken of een vergoeding verschuldigd is, dan wel of de gratis bewoning van de gewezen echtelijke woonst aanzien wordt als de uitvoering van de hulpverplichting, waarbij de interpretatie van de beschikking gegeven door de vrederechter een belangrijk gegeven uitmaakt. In die optiek komt het provisionele dan wel het alimentaire karakter van de genotswaarde tot uiting. In de mate ze het netto-aandeel van de onderhoudsgerechtigde echtgenoot in de vruchten van de post-communautaire onverdeeldheid overlappen heeft de genotswaarde een provisioneel karakter; in de mate dat ze dit netto-aandeel overstijgen heeft de genotswaarde een alimentair karakter. De hulpverplichting neergelegd in artikel 213 BW staat er dus niet aan in de weg dat een woonstvergoeding moet berekend worden. Er moet dus hoe dan ook een beheersrekening gemaakt worden. De berekening moet te dezen gebeuren door de rechter die belast is met de vereffening-verdeling. De appelrechters overwegen dat het hen voorkomt dat het gratis woonstvoordeel in de periode voorafgaand aan de procedure echtscheiding een component was in natura van de tussen partijen bestaande hulpverplichting voor de duur van het huwelijk. Zij oordelen dat de eerste rechter terecht stelde dat de woonstvergoeding verschuldigd is vanaf de datum van inleiding van de procedure echtscheiding. Zij oordelen dat eiseres gratis en exclusief een onverdeeld onroerend goed bewoond heeft en uit dien hoofde een woonstvergoeding verschuldigd is. Zij heeft immers dezelde verplichting als iedere mede-eigenaar die een onverdeeld goed exclusief in gebruik heeft. Louter op grond van deze overweging en zonder na te gaan of het genot van de gezinswoning voor de periode na het instellen van de eis tot echtscheiding een uitvoering is van de tussen partijen bestaande hulpverplichting, dan wel een loutere bestuursmaatregel konden zij niet wettig tot het besluit komen dat een woonstvergoeding verschuldigd is. Het middel is gegrond. Conclusie: VERNIETIGING ARREST ________________
(1)Cass., 22 oktober 1981, A.R. 6414, A.C. 1981-82, nr.134.
(2)Zie S. Mosselmans, "De hulpverplichting van (gewezen) echtgenoten en de vereffening-verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding op grond van bepaalde feiten in P. Senaeve(ed.) Onderhoudsgelden, Acco, Leuven, 2001. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090518.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.