← België

ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090526.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 26 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090526.6 Rolnummer: P.09.0032.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2009-06-12 Raadplegingen: 301 - laatst gezien 2026-07-03 05:29 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090526.6 Fiche 1 Het in artikel 422bis, Strafwetboek beoogde schuldig verzuim is algemeen en houdt geen verband met de reglementering van bepaalde beroepscategorieën zoals onder meer bepaald in de Wet Gezondheidsberoepen; de rechter mag bij de beoordeling van het schuldig verzuim wel rekening houden met de opleiding van diegene die schuldig verzuim wordt ten laste gelegd

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: SLAGEN EN VERWONDINGEN. DODEN - OPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN OPZETTELIJK DODEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Onopzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Schuldig verzuim - Wet Gezondheidsberoepen Fiches 2 - 3 Palliatieve zorg sluit niet uit dat bij onverwachte en onvoorziene gebeurtenissen die geen verband houden met de gediagnosticeerde kwalen, toch nog hulp moet geboden worden
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: SLAGEN EN VERWONDINGEN. DODEN - OPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN OPZETTELIJK DODEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Onopzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Schuldig verzuim - Palliatieve zorg Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Onopzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Schuldig verzuim - Palliatieve zorg Fiche 4 De begrippen "zware fout" en "opzettelijke fout" sluiten elkaar niet uit
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Onopzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Artikel 18, Arbeidsovereenkomstenwet - Zware fout - Opzettelijke fout Wettelijke bepalingen: Wet - 03-07-1978 - Art. 18 Fiches 5 - 6 Artikel 50, eerste lid, Strafwetboek verhindert niet dat de appelrechters de partij die alleen in hoger beroep is gekomen, op het incidenteel beroep van de burgerlijke partijen veroordelen tot een hogere schadevergoeding dan deze waartoe zij in eerste aanleg solidair met medebeklaagden was veroordeeld
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Verscheidene daders. Hoofdelijkheid UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Onopzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Incidenteel hoger beroep van de burgerlijke partijen Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Incidenteel beroep UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Onopzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Schadevergoeding - Verscheidene daders - Hoofdelijkheid - Hoger beroep van een beklaagde - Incidenteel hoger beroep van de burgerlijke partijen Fiches 7 - 12 Conclusie van eerste advocaat-generaal DE SWAEF. Thesaurus CAS: SLAGEN EN VERWONDINGEN. DODEN - OPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN OPZETTELIJK DODEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Onopzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Schuldig verzuim - Wet Gezondheidsberoepen Schuldig verzuim - Palliatieve zorg Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Onopzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Schuldig verzuim - Palliatieve zorg Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Onopzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Artikel 18, Arbeidsovereenkomstenwet - Zware fout - Opzettelijke fout Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Verscheidene daders. Hoofdelijkheid UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Onopzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Incidenteel hoger beroep van de burgerlijke partijen Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Incidenteel beroep UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Onopzettelijke doding en slagen Vrije woorden: Schadevergoeding - Verscheidene daders - Hoofdelijkheid - Hoger beroep van een beklaagde - Incidenteel hoger beroep van de burgerlijke partijen Tekst van de conclusie P.09.0032.N Conclusie van de eerste advocaat-generaal M. DE SWAEF: I. De voorafgaande procedure. [1] De eiseres is vervolgd voor verzuim hulp te bieden (B), valsheid in geschrifte (C), gebruik van valse stukken (D), valsheid in informaticasysteem (E) en gebruik van valse stukken bedoeld in artikel 210bis, § 1, Strafwetboek (F). Waar het beroepen vonnis de eiseres veroordeelde wegens telastleggingen B, E en F weerhield het hof van beroep de veroordeling wegens telastleggingen B en E, zijnde schuldig verzuim en valsheid in informaticasysteem. In cassatie worden namens de eiseres vijf middelen aangevoerd. II. De cassatiemiddelen. [2.1] Het eerste middel voert in het eerste onderdeel schending aan van artikel 21quinquies van het KB nr. 78 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, ingevoegd door de wet van 20 december 1974 betreffende de verpleegkunde juncto artikel 422bis Strafwetboek; het tweede onderdeel van dit middel voert schending aan van de Wet betreffende de palliatieve zorg van 14 juni 2002 juncto artikel 422bis Strafwetboek. [2.2] Het eerste onderdeel ontwikkelt de stelling dat het bestreden arrest, door te oordelen dat het verzwijgen van de val van de bejaarde patiënte schuldig verzuim uitmaakt, in wezen zou stellen dat de eiseres als verpleegkundige geen autonome beroepsuitoefenaar is en zou voorhouden dat de handeling van het bieden van comfortzorg, zogenaamde A-handeling die de verpleegkundige alleen kan verrichten, een B2-handeling of C-handeling is, met name een handeling die de verpleegkundige op voorschrift van een arts verricht dan wel een geneeskundige handeling is die door een arts aan een verpleegkundige wordt toevertrouwd. De wetgever heeft door artikel 422bis Strafwetboek een moreel gebod in een voor iedere burger afdwingbare verplichting willen omzetten om zo in het dagelijks leven een betere bewustwording van een groeiende solidariteitsvereiste tussen de mensen te bereiken (A. DE NAUW, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2005, nr. 263). Het misdrijf van artikel 422bis Strafwetboek is aldus als het ware een algemeen misdrijf dat echter bestaat naast anderen misdrijven die later werden ingevoerd omdat artikel 422bis Strafwetboek niet voldoende bleek te zijn om op efficiënte en onafgebroken wijze de toediening van de gezondheidszorgen in ziekenhuizen, ten huize of in openbare plaatsen te verzekeren (J. DU JARDIN, "Schuldig verzuim", in Strafrecht en strafvordering. Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, losbl., 2007, 17). De parameters die in de rechtspraak worden gehanteerd om de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de verzuimer conform artikel 422bis Strafwetboek te beoordelen, zijn enerzijds het groot gevaar dat objectief wordt beoordeeld volgens de werkelijke toestand van de persoon op het ogenblik waarop de verzuimer moest optreden en anderzijds zijn er subjectieve maatstaven die in aanmerking worden genomen om de passieve houding van de verzuimer te beoordelen om de draagwijdte van zijn verplichtingen te bepalen; in dat laatste verband wordt de strafwaardigheid door de rechter geapprecieerd volgens eenieders persoonlijke eigenschappen, mogelijkheden en beroepsverplichtingen (J. DU JARDIN, 24). De drempel van het strafbaar verzuim wordt voor bepaalde beroepsgroepen, zoals geneesheren, politieambtenaren, dus verplaatst naar het criterium van de beroepsfout (A. DE NAUW, nr. 268); er lijkt geen reden waarom ook verpleegkundigen niet tot dergelijke beroepsgroepen zouden kunnen worden gerekend. Een en ander betekent dat de rechter kan oordelen dat er een groot gevaar bestaat voor een persoon, dat de verzuimer daadwerkelijk verzuimd heeft hulp te bieden en dat daarbij de hoedanigheid van verpleegkundige in de beoordeling wordt betrokken; door dit op onaantastbare wijze te doen, wordt daardoor nog niet het KB nr. 78 geschonden. Op grond van op onaantastbare wijze door hen beoordeelde feiten hebben de appelrechters in eerste instantie vastgesteld dat de bejaarde patiënte door haar val in een groot gevaar verkeerde. Deze beoordeling diende op objectieve wijze te gebeuren, hetgeen de appelrechters hebben gedaan, onder meer door te oordelen dat de vaststelling dat een persoon stervende is en het opmaken van een palliatief dossier, niet inhoudt dat helemaal niet meer medisch moet worden opgetreden (p. 9 van het bestreden arrest) en door vast te stellen dat door de val het slachtoffer kan verkeren in een toestand van groot gevaar dat aan eenieder en zeker aan personen met een medische opleiding en functie bekend is (p. 9 van het bestreden arrest). Met dit laatste en onder meer met de vaststelling dat door het opzettelijk verzwijgen van de val uit de tillift de eiseres verzuimd heeft hulp te verlenen in de betekenis van specifieke en verhoogde comfortbehandeling (p. 11 van het bestreden arrest) hebben de appelrechters de hoedanigheid van verpleegkundige ook mee in de beoordeling van het schuldig verzuim betrokken, hetgeen zij konden doen. Door aldus op grond van deze feitelijke vaststellingen te oordelen dat de eiseres zich schuldig heeft gemaakt aan het misdrijf van schuldig verzuim, wordt het KB nr. 78 niet geschonden. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Overigens kon het bieden van comfortbehandeling in casu wél bijkomende pijnstilling nodig maken, zodat in voorkomend geval daarvoor tussenkomst van een arts vereist was (een zogenaamde B2-handeling). Anders gezegd, het is niet omdat een specifieke en verhoogde comfortbehandeling een handeling is die de verpleegkundige autonoom kan verlenen (een zogenaamde A-handeling) dat het verzwijgen door een verpleegkundige van een val van een patiënt uit een tillift géén inbreuk op artikel 422bis Strafwetboek zou kunnen uitmaken. [2.3] Volgens het tweede onderdeel dat schending aanvoert van de wet van 14 juni 2002 juncto artikel 422bis Strafwetboek, hebben de appelrechters ten onrechte geoordeeld dat in geval van palliatieve zorg, een plotse gebeurtenis, met name de val van een bejaarde persoon, een medisch optreden toch nog nodig maakte. Vooreerst kan worden opgemerkt dat het onderdeel, in zoverre het algemeen de schending van de wet van 14 juni 2002 inroept, bij gebrek aan nauwkeurigheid, niet ontvankelijk is. Voor het overige is het duidelijk dat palliatieve zorg niet uitsluit dat zich bij onverwachte en onvoorziene gebeurtenissen die geen verband houden met de kwaal in kwestie, toch overeenkomstig artikel 422bis Strafwetboek hulp opdringt. Dit laatste volgt eigenlijk ook uit artikel 2 van de wet van 14 juni 2002 dat de eiseres aanhaalt en dat palliatieve zorg omschrijft als het geheel van zorgverlening aan patiënten waarvan de levensbedreigende ziekte niet langer op curatieve therapieën reageert; indien een onvoorziene gebeurtenis tot een andere kwaal dan de daarin bedoelde levensbedreigende ziekte leidt, kan medische hulp toch geboden zijn en is er geen reden om een toepassing van artikel 422bis Strafwetboek uit te sluiten, temeer daar in dat geval mogelijks wél nog een curatieve therapie noodzakelijk is en men dus buiten het kader van de palliatieve zorg terechtkomt. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. [3] In het tweede middel wordt schending aangevoerd van artikel 422bis Strafwetboek juncto artikel 18 Arbeidsovereenkomstenwet. De appelrechters zouden het begrip zware fout uit artikel 18 Arbeisovereenkomstenwet verkeerd geïnterpreteerd hebben en aldus artikel 18 ten onrechte niet toepasselijk hebben verklaard. De regeling van artikel 18 Arbeidsovereenkomstenwet verhindert de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de werknemer niet zodat de vaststelling dat deze werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan het misdrijf van schuldig verzuim en er dus in de strafrechtelijke betekenis algemeen opzet bestond in zijnen hoofde hoeft niet aan het bestaan van een zware fout in de zin van artikel 18 Arbeidsovereenkomstenwet in de weg te staan. Anders dan het middel voorhoudt sluiten de begrippen "opzettelijke fout" en "zware fout" elkaar niet uit. De beoordeling van de fout is een feitenkwestie waarover de rechter soeverein beslist (J. STEYAERT, C. DE GANCK en L. DE SCHRIJVER, Arbeidsovereenkomst - APR - nrs 208 e.v.). Het middel treft geen doel. [4] In het derde middel wordt schending aangevoerd van artikel 50, eerste lid, Strafwetboek: de appelrechters zouden ten onrechte de eiseres hebben veroordeeld tot een hogere schadevergoeding dan deze waartoe zij in eerste aanleg was veroordeeld, terwijl de andere beklaagden waarmee zij in eerste aanleg hoofdelijk was veroordeeld in hoger beroep niet meer in zake waren. Artikel 50, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat alle wegens een zelfde misdrijf veroordeelde personen hoofdelijk gehouden zijn tot teruggave en schadevergoeding. De omstandigheid dat een beklaagde in eerste aanleg met twee medebeklaagden hoofdelijk werd veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de burgerlijke partijen doch die ene beklaagde slechts in hoger beroep is, verhindert niet dat hij in hoger beroep als gevolg van het incidenteel hoger beroep van de burgerlijke partijen tot een hogere schadevergoeding wordt veroordeeld aan die burgerlijke partijen. Er anders over oordelen zou aan het incidenteel hoger beroep dat de burgerlijke partijen instellen - en dat in dat geval uiteraard slechts tegen die ene beklaagde kan zijn gericht - iedere betekenis ontnemen vermits incidenteel beroep slechts kan worden ingesteld tegen de partij die zelf principaal hoger beroep instelde tegen de betrokkene. Het middel faalt naar recht. [5] Het vierde middel voert schending aan van het non-retroactiviteitsbeginsel juncto artikel 9 van het KB van 28 december 2006 juncto valsheid in informatica. Meer bepaald wordt aangevoerd dat de appelrechters, door te stellen dat het misdrijf van valsheid in informatica bewezen is, ten onrechte toepassing hebben gemaakt van voormeld KB van 28 december 2006 hoewel dat KB op het moment van de feiten nog niet van toepassing was. De appelrechters steunen zich evenwel niet op dit KB om de eiseres schuldig te verklaren aan telastlegging E, namelijk valsheid in informaticasysteem. Dat het patiëntendossier al dan niet voldoet aan de voorwaarden van het KB van 28 december 2006 houdende bepaling van de algemene minimumvoorwaarden waaraan het verpleegkundig dossier bedoeld in artikel 17quater van de wet op de ziekenhuizen moet voldoen, staat er niet aan in de weg dat wordt geoordeeld dat aan de hand van een patiëntendossier valsheid in informaticasysteem wordt gepleegd. In de mate waarin het middel derhalve schending van het niet-retroactiviteitsbeginsel en van artikel 9 van voormeld KB aanvoert, berust het op een onjuiste lezing van het bestreden arrest en mist het feitelijke grondslag. Overigens, voor het misdrijf van artikel 210bis Strafwetboek is vereist: de vervalsing van de waarheid via datamanipulatie, een verandering van de juridische draagwijdte van dergelijke gegevens en een bedrieglijk opzet of een oogmerk om te schaden (A. DE NAUW, o.c., nr. 41). De appelrechters stellen vast dat het patiëntendossier - ook al mag het dan nog niet als een dossier in de zin van het KB van 28 december 2006 worden beschouwd - toch een doorslaggevende juridische betekenis kan hebben bij een mogelijk onderzoek naar de handelswijze van medisch en paramedisch personeel en dat de val van de patiënte een essentiële en waarheidsgetrouwe vermelding betrof die werd weggelaten. Of dat dossier al dan niet voldoet aan de voorwaarden van het KB van 28 december 2006 is dan eigenlijk niet relevant meer, wanneer de feitenrechter op soevereine wijze vaststelt dat het geïnformatiseerd patiëntendossier een juridische draagwijdte heeft in de zin van artikel 210bis Strafwetboek. [6] In het vijfde middel wordt schending aangevoerd van de motiveringsverplichting van artikel 149 Grondwet en van artikel 163 Sv. In de mate waarin het appelgerecht de persoonlijke veroordeling van de eiseres en het buiten beschouwing laten van de vrijwillig tussenkomende partij niet motiveert, kan opgemerkt worden dat de eiseres daaromtrent niets vermeldde in haar conclusie zodat de appelrechters daaromtrent ook geen verplichting hadden om alle elementen aan te wijzen die hun beslissing terzake wettelijk verantwoordden (Cfr. R. DECLERCQ, Beginselen van strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2007, nr. 1457). Hetzelfde geldt in de mate waarin de eiseres aanvoert dat de appelrechters de niet-toepassing van artikel 5 Strafwetboek niet motiveren; de appelrechters hebben omtrent artikel 5 Strafwetboek de motivering gegeven die in het middel is weergegeven, zodat het middel in zoverre feitelijke grondslag mist. In zoverre het middel vervolgens aanvoert dat de appelrechters geen rekening hebben gehouden met het verweer inzake het bestaan van dwang, dienden de appelrechters niet op ieder argument terzake te antwoorden. Wat tenslotte de aanvoering betreft dat de appelrechters geen rekening hielden met het advies van expert-verpleegkundige C. over het al dan niet correct verpleegkundig handelen van de eiseres, geldt ook dat de appelrechters terzake niet dienden te antwoorden op elk onderdeel van een redenering dat geen afzonderlijk middel uitmaakte; dit laatste geldt nog des te meer wanneer de appelrechters op grond van andere feitelijke gegevens tot het oordeel komen dat de eiseres niet correct verpleegkundig heeft gehandeld. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Er zijn geen middelen ambtshalve voor te stellen. III. Conclusie Verwerping. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090526.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.