← België

ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090529.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 29 mei 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090529.5 Rolnummer: C.08.0129.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Belastingrecht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-06-16 Raadplegingen: 281 - laatst gezien 2026-07-02 23:33 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.5 Fiches 1 - 2 Door aan een particulier een concessie te geven voor de materiële organisatie van het betaald parkeren en hem de controle toe te vertrouwen op het naleven van het parkeerreglement, delegeert de gemeente niet haar bevoegdheid aan een derde maar beheert zij een openbare dienst op de wijze die haar het meest geschikt lijkt; de concessionaris moet de opdracht kunnen krijgen de parkeerheffingen te innen en de opbrengst hiervan te ontvangen voor rekening van de gemeente

(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M.; Cass., 29 mei 2009, Ar C.08.0130.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.6, A.C., 2009, infra, nr. .... Thesaurus CAS: GEMEENTE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Algemeen (lokale belastingen) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Openbare dienst Vrije woorden: Parkeerheffingen op motorvoertuigen - Uitvoering - Concessie gegeven aan een particulier Wettelijke bepalingen: Gemeentewet - 24-06-1988 - Art. 232 e.v. Wet - 22-02-1965 - Enig art. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Algemeen (lokale belastingen) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Openbare dienst Vrije woorden: Parkeerheffingen op motorvoertuigen - Uitvoering - Concessie gegeven aan een particulier Wettelijke bepalingen: Gemeentewet - 24-06-1988 - Art. 232 e.v. Wet - 22-02-1965 - Enig art. Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal THIJS Thesaurus CAS: GEMEENTE UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Algemeen (lokale belastingen) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Openbare dienst Vrije woorden: Parkeerheffingen op motorvoertuigen - Uitvoering - Concessie gegeven aan een particulier Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - LOKALE BELASTINGEN - Algemeen (lokale belastingen) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - BESTUURSRECHT - Openbare dienst Vrije woorden: Parkeerheffingen op motorvoertuigen - Uitvoering - Concessie gegeven aan een particulier Tekst van de conclusie C.08.0129.N Conclusie van advocaat-generaal Dirk Thijs: I. De feiten en procedurevoorgaanden. Onderhavige betwisting betreft de invordering door verweersters in cassatie van parkeerretributies lastens eiser wegens het parkeren in een betalende zone in de Vooruitgangstraat te Aalst. Eiser gaf geen gevolg aan hun uitnodiging tot betaling, waarop hij bij drie afzonderlijke exploten gedagvaard werd voor de Vrederechter van het tweede kanton te Aalst tot betaling van een totaal bedrag van 179,54 euro. Eiser stelde zelf een tegeneis in strekkende tot de veroordeling van de eisende partij tot betaling van 1.25O euro ten titel van kosten en ereloon van advocaat. Bij het thans bestreden vonnis van 18 april 2007 werd eiser in het ongelijk gesteld en dienvolgens veroordeeld tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten en de gedingkosten. (...) III. Het eerste middel tot cassatie. III.
  1. Eiser in cassatie verwijt het bestreden vonnis zijn veroordeling niet wettig te hebben verantwoord doordat: - de Vrederechter in het bestreden vonnis oordeelt dat er volkomen legaal gehandeld wordt nu het de gemeente is die de retributie vaststelt en heft, terwijl het louter materieel werk van innen en administratief verwerken is opgedragen aan verweersters in cassatie, eraan toevoegend dat de inning gebeurt onder toezicht en voor rekening van de gemeente, daar waar: • deze vaststellingen niet uitsluiten dat de inning van de retributie door verweersters in cassatie in eigen naam gebeurt; het tegendeel blijkt uit de toelaatbaarverklaring van de door verweersters in cassatie in eigen naam ingestelde vordering en uit de eigen verklaringen van verweersters in cassatie in de door het bestreden vonnis aangehaalde dagvaarding; • het bovendien blijkens de vaststellingen van het bestreden vonnis aan de parkeerfirma toekomt om het voorhanden zijn van de materiële voorwaarden tot het heffen en innen van de retributie in hoofde van een welbepaalde persoon vast te stellen, hetgeen derhalve alleszins een gedeeltelijke delegatie van de bevoegdheden van de gemeente aan de parkeerfirma inzake de heffing en invordering van de parkeerretributie veronderstelt, zonder dat voor een dergelijke bevoegdheidsdelegatie in de wet enige steun kan worden gevonden. - de Vrederechter uitspraak doet met miskenning van de taak van de gemeenteontvanger, door te oordelen dat de inning van de parkeerretributie bij het gemeentereglement kan worden toevertrouwd aan particulieren, het weze bij wijze van concessie; - de Vrederechter toepassing maakt van een onwettig gemeentereglement. III.
  2. Gemeenten, zoals de stad Aalst, zijn wettig bevoegd om een systeem van betalend parkeren in te voeren. Het enig artikel van de Wet dd. 22 februari 1965, in de versie voor de wetswijziging dd. 20 juli 2005, bepaalt het volgende: "Wanneer de gemeenteraden overeenkomstig de wetgeving en de reglementen op de politie van het wegverkeer, reglementen inzake het betalend parkeren vaststellen, die betrekking hebben op het parkeren voor een beperkte tijd, het betalend parkeren en het parkeren voorbehouden aan bewoners, dan kunnen zij parkeerheffingen instellen die van toepassing zijn op motorvoertuigen." Het systeem van betalend parkeren is een openbare dienst, hetgeen door eiseres in cassatie niet wordt betwist. III.
  3. De gemeenten mogen het beheer van openbare diensten waarmee zij wettelijk zijn belast (cfr. voormeld enig artikel van de Wet dd. 22 februari 1965) uitbesteden aan een privaatrechtelijke firma, zoals verweersters in cassatie (zie Cass., 31 mei 1978, A. C. , 1978, 1159). Deze mogelijkheid volgt niet enkel uit de principes van territoriale decentralisatie van bevoegdheden in België (cfr. art. 41 G.W.), maar tevens uit de wil van de wetgever zelf. In dit verband kan o.a. te worden verwezen naar de artikelen 117, 118, 135 en 232 e.v. van de Nieuwe Gemeentewet. Ook uit de wijziging van de Wet van 10 april 1990 betreffende de private en bijzondere veiligheid door de Wet dd. 7 mei 2004, waarbij een uitdrukkelijke wettelijke basis werd gegeven aan de materiële vaststellingen die gedaan worden door de private concessiehouder in opdracht van de concessiegevende overheid
(1), blijkt duidelijk dat de wetgever de concessie van openbare dienst inzake het betalend parkeren als wettelijk aanziet. (cfr. ANDERSEN, R., DÉOM, D., RENDERS, D. (ed.), Les sanctions administratives, Bruylant, 2007, 374) Bijgevolg heeft de stad Aalst bij gemeenteraadsbesluit dd. 22 oktober 2002 wettig kunnen beslissen dat het beheer van de controle op het betalend parkeren in concessie zal worden gegeven. III.
  1. Door het in concessie geven van de openbare dienst, zal de concessiehouder eveneens een openbare dienst exploiteren, vreemd aan het nastreven van enig winstgevend oogmerk, en hiervoor uiteraard houder worden van bepaalde prerogatieven die normaliter aan de concessiegevende overheid toekomen, zoals bv. het in rechte optreden uit hoofde van gemeentelijke belangen (R.P.D.B., v° Concession, nr. 90). In casu werden verweersters in cassatie door de stad Aalst belast met verschillende materiële taken die deel uitmaken van de openbare dienst inzake het betalend parkeren, in het bijzonder de controle op het naleven van het retributiereglement en het innen van de parkeerretributies, eventueel via een gerechtelijke procedure (cfr. art. 2 van de concessieovereenkomst dd. 23 december 2003). Het gaat hier geenszins om een "delegatie van bevoegdheden zonder wettelijke basis", zoals eiser in cassatie tevergeefs inroept, daar, zoals hierboven werd uiteengezet, de concessie van openbare dienst inzake het betalend parkeren haar oorsprong in de wet vindt. Bovendien houdt de stad Aalst het toezicht en de controle op de exploitatie van de openbare dienst door verweersters in cassatie (cfr. concessieovereenkomst dd. 23 december 2003, p. 2: "het beheer valt onder het toezicht van de stad en overeenkomstig de voorwaarden van onderhavige overeenkomst en het gemeentereglement inzake het betalend parkeren") en heeft zij het recht om eenzijdig de exploitatievoorwaarden ervan te wijzigen (MAST, A., Overzicht van het Belgisch administratief recht, 2002, nr. 126.4; R.P.D.B., v° Concession, nr. 132 e.v.). Bovendien hebben verweersters in cassatie niet de bevoegdheid bekomen om parkeerretributies voor eigen rekening te innen, maar enkel voor rekening van de stad Aalst. III.
  2. Het materieel innen van de parkeerretributies door verweersters in cassatie gebeurt bijgevolg volledig conform artikel 173 G.W., dat als volgt luidt: "Behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente." Zoals reeds hierboven werd aangetoond, vindt de door verweersters in cassatie uitgebate concessie van openbare dienst haar oorsprong in de wet. Daarenboven geschiedt het materiële innen van de parkeerretributies door verweersters weliswaar in eigen naam (hetgeen wettelijk niet verboden is), maar enkel en alleen voor rekening van de stad Aalst, die de begunstigde van de parkeerretributie blijft. Verweersters in cassatie doen niets meer dan het innen van de parkeerretributies zoals vastgesteld in het retributiereglement uitgevaardigd door en ten behoeve van de stad Aalst (cfr. concessieovereenkomst dd. 23 december 2003, p. 2: "het beheer valt onder het toezicht van de stad en overeenkomstig de voorwaarden van onderhavige overeenkomst en het gemeentereglement inzake het betalend parkeren") III.
  3. Eiser in cassatie verwart kennelijk het heffen en het innen van een parkeerretributie. Het HEFFEN van de parkeerretributie bestaat uit het vastleggen van de voorwaarden van het betalend parkeren, in het bijzonder wanneer aan de burgers een retributie kan worden gevorderd. Deze voorwaarden worden door de stad Aalst op soevereine en eenzijdig wijze in de vorm van een retributiereglement beslist, zonder dat verweersters in cassatie daar enige inspraak in hebben. De hoogte van de parkeerretributie wordt bepaald in redelijke verhouding tot de geleverde openbare dienst en met het oog op de mobiliteitspolitiek van de stad Aalst en niet om een winst aan verweersters in cassatie te verzekeren. Deze bevoegdheid van de stad Aalst tot het heffen van parkeerretributies (cfr. art. 173 van de Grondwet) en dus om begunstigde van de parkeerretributies te zijn, werd niet aan verweersters in cassatie overgedragen, zoals eiser in cassatie beweert, enkel het materiële innen ervan. Verweersters in cassatie hebben enkel een vorderingsrecht voor rekening van de stad Aalst, die de heffingsgerechtigde en begunstigde van de door haar eenzijdig vastgestelde en door verweersters in cassatie louter ingevorderde parkeerretributies is en blijft. De door verweersters in cassatie voor rekening van de stad Aalst geïnde parkeerretributies moeten inderdaad - op grond van een exploitatierekening en via een interne verdeelsleutel - uiteindelijk aan de stad Aalst doorgestort worden (cfr. art. 3 en 4 van de concessieovereenkomst dd. 22 december 2003). De parkeergelden die door verweersters in cassatie in opdracht en ten voordele van de stad Aalst, onder haar toezicht en met naleving van het retributiereglement, geïnd worden, verliezen dan ook niet hun hoedanigheid van parkeerretributies, nl. een vergoeding aan de stad Aalst voor het gebruik van de aangeboden openbare dienst inzake het betalend parkeren. III.
  4. Het is vervolgens de gemeenteontvanger die uiteindelijk deze parkeerretributies zal innen, zij het via de tussenschakel van verweersters in cassatie op basis van de wettelijk toegelaten concessie van openbare dienst inzake het betalend parkeren. Er ligt dan ook evenmin een schending van de artikelen 52, 55 en 136 van de Nieuwe Gemeentewet voor. III.
  5. Eiser in cassatie laat nog gelden dat "de taak van de parkeerfirma niet uitsluitend bestaat in louter materieel werk, doch tevens het vaststellen van de aanwezigheid van de voorwaarden die de retributieschuld doen ontstaan en opeisbaar maken" (cfr. voorziening in cassatie, p. 9-10). Hiermee wordt de loutere controle door verweersters in cassatie op het naleven van het retributiereglement door de geparkeerde voertuigen in de zones van betaald parkeren bedoeld, hetgeen uiteraard enkel een materiële taak is. Verweersters in cassatie hebben geen enkele bevoegdheid tot het heffen van de parkeerretributie en stellen dan ook zelf geen bijkomende of andere voorwaarden aan het betalend parkeren, maar passen enkel die voorwaarden toe die eenzijdig door de stad Aalst in het retributiereglement werden besloten. Verweersters in cassatie bezitten hier aangaande over geen enkele beoordelingsmarge. III.
  6. Tenslotte beweert eiser in cassatie onterecht dat verweersters in cassatie "de identiteit van de (schuldenaar) van de parkeerretributie zal moeten achterhalen en derhalve de schuldenaar van de heffing zal aanwijzen" (cfr. voorziening in cassatie, p. 9), daar waar de stad Aalst de identificatie van de schuldenaar niet aan verweersters heeft opgedragen. Art. 2 § 2, 7°, voetnoot 1, van de concessieovereenkomst dd. 22 december 2003 bepaalt inderdaad het volgende: "Bij het uitschrijven van retributiebonnen worden de nodige digitale foto 's gemaakt om later aan te wenden als bewijsmateriaal. Bij niet-betaling binnen de vooropgestelde termijn wordt door de concessionaris een burgerrechtelijk geding ingespannen. De lijst van nummerplaten wordt overgemaakt aan de stad om de nodige identificaties te bekomen. Deze gegevens zullen enkel mogen worden gebruikt voor de exploitatie van de geconcessioneerde openbare dienst voor het innen van de gemeentelijke parkeerretributies en dit overeenkomstig de wet. De gegevens zullen in geen geval voor enig ander doel worden aangewend dan het innen van de achterstallige parkeergelden en mogen niet doorgegeven worden aan derden." III.
  7. Gelet op het voorgaande, stelt eiser in cassatie ten onrechte dat de taken die de stad Aalst bij wege van de concessieovereenkomst dd. 23 december 2003 (cfr. stuk 2 van het stukkenbundel neergelegd door verweersters in cassatie voor de Vrederechter) aan verweersters in cassatie heeft opgedragen, "een gedeeltelijke delegatie van de bevoegdheden van de gemeente aan de parkeerfirma inzake de heffing en invordering van de parkeerretributie veronderstelt, zonder dat voor een dergelijke bevoegdheidsdelegatie in de wet enige steun kan worden gevonden" (cfr. voorziening in cassatie, p. 11). Eiser in cassatie miskent hierbij kennelijk het principe van de concessie van (functionele) openbare dienst, evenals het verschil tussen het heffen en het innen van de parkeerretributies. III.
  8. Het eerste middel kan dan ook niet worden aangenomen. (...) Besluit: VERWERPING. ARREST ________
(1)cfr. de memorie van toelichting bij het wetsontwerp tot wijziging van de Wet Private Veiligheid (Pari. St., Kamer, 2002-2003, Doc 50 2328/001 en 2329/001, p. 5): "Er wordt hier in het bijzonder gedacht aan de controle op de naleving van bepaalde, niet strafrechtelijk beteugelde reglementen of op de naleving van verplichtingen in uitvoering van een concessieovereenkomst die de overheid afsloot met een private firma (bijvoorbeeld een concessie inzake het beheer van betalend parkeren)." Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090529.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.