← België

ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090622.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 22 juni 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090622.8 Rolnummer: S.08.0139.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige - Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2009-08-25 Raadplegingen: 284 - laatst gezien 2026-07-02 23:33 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090622.8 Fiches 1 - 3 Het middel dat ervan uitgaat dat de appelrechters die de beslissing van de eerste rechter over het geschil integraal bevestigen, maar ingevolge het hoger beroep van eiseres de bewoordingen van de opdracht aan de deskundige gedeeltelijk herdefiniëren overeenkomstig de rechtsopvatting waarvan de eerste rechter is uitgegaan, meer doen dan de bevolen onderzoeksmaatregel geheel of gedeeltelijk bevestigen, mist feitelijke grondslag

(1).
(1)Zie de andersluidende conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Devolutie SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Uitkering Vrije woorden: Rechtspleging in hoger beroep - Devolutieve kracht - Deskundigenonderzoek - Verwijzing naar de eerste rechter - Geheel of gedeeltelijk bevestigen van een onderzoeksmaatregel - Herdefiniëren van de opdracht aan de deskundige - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1068, tweede lid Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Devolutie SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Uitkering Vrije woorden: Rechtspleging in hoger beroep - Bevoegdheid - Geheel of gedeeltelijk bevestigen van een onderzoeksmaatregel - Verwijzing naar de eerste rechter - Herdefiniëren van de opdracht aan de deskundige - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1068, tweede lid Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Devolutie SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Uitkering Vrije woorden: Deskundigenonderzoek - Geheel of gedeeltelijk bevestigen van een onderzoeksmaatregel - Verwijzing naar de eerste rechter - Herdefiniëren van de opdracht aan de deskundige - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1068, tweede lid Fiche 4 Voor de toepassing van artikel 28 van de arbeidsongevallenwet en van artikel 35 van het koninklijk besluit van 21 december 1971 hebben prothesen en orthopedische toestellen de betekenis van kunst- en hulpmiddelen die een valide persoon niet behoeft en die als gevolg van het arbeidsongeval nodig zijn om aangetaste of verzwakte lichaamsdelen te steunen of te vervangen dan wel het gebruik of de functies ervan te bevorderen; de bouw van een aangepaste badkamer kan in bepaalde omstandigheden een hulpmiddel zijn dat nodig is om het gebruik of de functies van de aangetaste of verzwakte lichaamsdelen van het slachtoffer van een arbeidsongeval te bevorderen, zodat het middel dat er van uitgaat dat de aanpassing van de inrichting van een badkamer aan de invaliditeit van de getroffene in geen geval kan beschouwd worden als prothese, faalt naar recht
(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - VERGOEDING - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Devolutie SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Uitkering Vrije woorden: Prothese - Inrichting van een aangepaste badkamer - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1971 - Art. 28 Koninklijk Besluit - 21-12-1971 - Art. 35 Koninklijk Besluit - 05-06-2007 - vóór zijn wijziging bij Fiches 5 - 8 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Devolutie SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Uitkering Vrije woorden: Rechtspleging in hoger beroep - Devolutieve kracht - Deskundigenonderzoek - Verwijzing naar de eerste rechter - Geheel of gedeeltelijk bevestigen van een onderzoeksmaatregel - Herdefiniëren van de opdracht aan de deskundige - Toepassing Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Devolutie SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Uitkering Vrije woorden: Rechtspleging in hoger beroep - Bevoegdheid - Geheel of gedeeltelijk bevestigen van een onderzoeksmaatregel - Verwijzing naar de eerste rechter - Herdefiniëren van de opdracht aan de deskundige - Toepassing Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Devolutie SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Uitkering Vrije woorden: Deskundigenonderzoek - Geheel of gedeeltelijk bevestigen van een onderzoeksmaatregel - Verwijzing naar de eerste rechter - Herdefiniëren van de opdracht aan de deskundige - Toepassing Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - VERGOEDING - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Devolutie SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Uitkering Vrije woorden: Prothese - Inrichting van een aangepaste badkamer - Toepassing Tekst van de conclusie S.08.0139.N Advocaat-generaal Mortier heeft in substantie gezegd: 1. Met betrekking tot het eerste middel Artikel 28 van de Arbeidsongevallenwet bepaalt dat de getroffene, onder de voorwaarden bepaald door de Koning, recht heeft op de prothesen en orthopedische toestellen die ingevolge het ongeval nodig zijn. De appelrechters stellen vast dat de eerste rechter met betrekking tot de toepassing van dit artikel, in zijn vonnis de begrippen "nodig" en "nuttig" naast elkaar hanteert. Zij oordelen dat de wettelijke vereiste niet kan worden herleid tot nuttig en gezien als wettelijke voorwaarde is gesteld dat de prothese nodig is ingevolge het arbeidsongeval, dit het enige uitgangspunt vormt zodat een eenvormige formulering dan ook aangewezen is. Zij hervormen het vonnis enkel op dit punt. Zij oordelen verder dat de eerste rechter terecht advies heeft gevraagd binnen het kader van de opdracht verleend aan de deskundige maar dat het in acht genomen de hoger vermelde overwegingen omtrent de wettelijke vereisten en het feit dat hierbij als uitgangspunt geldt dat de prothese moet nodig zijn ingevolge het ongeval, het aangewezen is om de opdracht van de aangestelde deskundige anders te formuleren. Het hoger beroep wordt ontvankelijk bevonden en in zeer beperkte mate gegrond verklaard, het vonnis wordt bevestigd in de mate dat het werd bestreden maar de opdracht aan de deskundige wordt in het licht van wat werd opgemerkt geherdefinieerd. Diende de appelrechter in dit geval overeenkomstig artikel 1068, tweede lid Ger.W. de zaak terug naar de eerste rechter te verwijzen? Uw Hof heeft bij arrest van 29 januari 2004
(1)geoordeeld dat de appelrechters die na het hoger beroep gegrond te hebben verklaard, het beroepen vonnis wijzigen en zelf uitspraak doen over het geschil, de zaak niet naar de eerste rechter dienen te verwijzen wanneer zij zelf een onderzoeksmaatregel bevelen, ook al had het beroepen vonnis dezelfde onderzoeksmaatregel bevolen. Uit de conclusie van het openbaar ministerie vóór dit arrest kan onthouden worden dat bij de beoordeling of artikel 1068, 2de lid Ger.W al dan niet moet toegepast worden de beslissing van de appelrechters goed moet ontleed worden en het loutere feit dat de appelrechter klaarblijkelijk dezelfde onderzoeksmaatregel beveelt als de eerste rechter, niet misleidend mag werken. Eens de appelrechter de beslissing van de eerste rechter, al was het deels teniet doet, hervormt of wijzigt en in functie van zijn nieuw oordeel een onderzoeksmaatregel uitspreekt, zelfs al is dit dezelfde onderzoeksmaatregel als bevolen door de eerste rechter, moet hij de zaak aan zich houden omdat in dat geval een bevestiging in de zin van artikel 1068,tweede lid niet aan de orde is. In dit geval spreekt de appelrechter zich zelf uit over het geschil en dit moet onderscheiden worden van het geval waarbij de appelrechter, hetzij op grond van eigen motieven de beslissing van de eerste rechter bevestigt, hetzij a fortiori op grond van de motieven van de eerste rechter diens beslissing bevestigt. In die gevallen spreekt de appelrechter recht, maar door de mond van de eerste rechter. Het beschikkend gedeelte van de beslissing van de appelrechter geeft dus de doorslag. Indien de appelrechter de beslissing van de eerste rechter teniet doet, hervormt of wijzigt, al is het maar ten dele en in functie van zijn nieuw oordeel een onderzoeksmaatregel uitspreekt, ook al gaat het in feite om dezelfde onderzoeksmaatregel dan deze uitgesproken door de eerste rechter, moet hij de zaak aan zich houden. De verwijzingsverplichting van artikel 1068, tweede lid Ger.W. speelt enkel wanneer de appelrechter het oordeel van de eerste rechter behoudt, ook met betrekking tot de door deze laatste bevolen onderzoeksmaatregel. Een andere zienswijze erop nahouden zou erop neerkomen dat de appelrechter een illegale rol van cassatie- en verwijzingsrechter wordt toegemeten. Indien de appelrechter, niettegenstaande het feit dat hij het beroepen vonnis teniet doet, hervormt of wijzigt de zaak naar de eerste rechter moet verwijzen, dan zal die eerste rechter verder dienen te oordelen in functie van een door de appelrechter vernietigde of gewijzigde beslissing. Ook bij recent arrest van 14 januari 2008
(2)oordeelde Uw Hof dat de appelrechter, die na de hogere beroepen gegrond te hebben verklaard, het beroepen vonnis wijzigt en zelf uitspraak doet over het geschil, de zaak niet naar de eerste rechter dient te verwijzen wanneer hij vervolgens zelf een onderzoeksmaatregel beveelt, ook al had het beroepen vonnis dezelfde deskundige met eenzelfde opdracht belast. In de zaak die voorligt is het duidelijk dat de appelrechter niet akkoord ging met de juridische benadering van het begrip "prothese" in de zin van artikel 28 van de arbeidsongevallenwet vanwege de eerste rechter. In plaats van de beslissing te bevestigen, werd het hoger beroep gegrond verklaard en werd een deel van de opdracht aan de deskundige in functie van dit gewijzigd juridisch oordeel geherformuleerd. Deze nieuwe opdracht kadert in een andere juridische zienswijze van de appelrechter. Gelet op wat voorafgaat mocht de appelrechter in die omstandigheden geen verwijzing overeenkomstig artikel 1068 Ger.W. bevelen. Het eerste middel is gegrond. 2. Met betrekking tot het tweede middel. Het tweede middel heeft betrekking op de inhoud of de draagwijdte die moet gegeven worden aan het begrip "prothese" in de zin van artikel 28 van de Arbeidsongevallenwet. De arbeidsongevallenwet zelf bepaalt niet wat hieronder moet verstaan worden. Enkel artikel 35 van het KB van 21 december 1971 bepaalt dat als prothesen of orthopedische toestellen worden aanzien: - de eigenlijke prothesen of het eigenlijk orthopedisch toestel - alle functionele bijhorigheden - het reservetoestel, naar gelang de aard van de letsels Het kwam aan de rechtspraak toe dit begrip verdere invulling te geven. Uw Hof oordeelde bij arresten van 18 maart 1985
(3), 23 januari 1995
(4)en 15 oktober 1990
(5)dat hieronder dient begrepen te worden "de kunst- en hulpmiddelen die een valide persoon niet behoeft en die, als gevolg van een arbeidsongeval nodig zijn om aangetaste of verzwakte ledematen te steunen of te vervangen dan wel het gebruik of de functie ervan te bevorderen." Voor het overige werd in de rechtspraak aanvaard dat het begrip "nodig zijn" essentieel is, evenals het gegeven dat dit nodig zijn het "gevolg is van het ongeval". Wanneer een hulpmiddel nodig is ten gevolge van het ongeval, moet het vergoed worden. De vervangbaarheid ervan door de fysieke hulp van andere personen, is geen wettelijk criterium. In die optiek zouden immers alle prothesen en orthopedische toestellen die vervangbaar zijn door bijstand van een ander persoon, niet meer vergoed worden. Dit zou de individuele keuzevrijheid en de zelfredzaamheid van de getroffene in grote mate aantasten. Uw Hof heeft trouwens bij arrest van 20 april 1998 geoordeeld dat de beoordeling over de noodzakelijkheid van de hulp van derden onderscheiden is van de beoordeling of ingevolge het ongeval een prothese of een orthopedisch toestel nodig is.
(6)De functie van een orgaan dient bovendien niet in een louter strikt fysiologische zin begrepen te worden, maar tevens in zijn sociale waarde. De toestellen en hulpmiddelen die nodig zijn ten gevolge van het ongeval kunnen ook tot doel hebben de herinschakeling van de getroffene in een zo normaal mogelijk leven te bevorderen. Het arrest van Uw Hof van 15 oktober 1990 wijst in die richting. In de toen te beoordelen zaak ging het niet enkel om toestellen of hulpmiddelen die noodzakelijk waren voor het instandhouden van bepaalde lichaamsfuncties, maar werden ook aanpassingen aan de auto van de getroffene beschouwd als prothese nu zij ertoe strekken de verplaatsingsmogelijkheden van de getroffene te herstellen. Het begrip "prothese" wijst dus niet enkel op kunstmiddelen die vastzitten aan het lichaam, maar ook op uitwendige hulpmiddelen die als verlengstuk van het lichaam of van de mogelijkheden van dit lichaam kunnen aanzien worden en ertoe strekken de geleden schade aan dit lichaam te herstellen of lichamelijke gebreken te compenseren. Dit standpunt vindt ook steun in de parlementaire werkzaamheden bij de totstandkoming van de wijzigingen aan artikel 29 bis WAM-wet, bij wet van 19 januari
  1. Dit artikel is immers van belang voor de toepassing van de arbeidsongevallenwet gelet op het bepaalde in de artikelen 48 bis en 48 ter van deze wet. Artikel 29bis, derde lid WAM bepaalt dat "schade aan functionele prothesen beschouwd wordt als lichamelijke schade. Onder functionele prothesen wordt verstaan de door het slachtoffer gebruikte middelen om lichamelijke gebreken te compenseren." Bij de bespreking in de Senaat van het begrip "functionele prothese" ging men uit van de reeds vermelde definitie van Uw Hof zoals gegeven bij arresten van 18 maart 1985 en 23 januari
  2. Uitgaande van deze definitie werd besloten dat een functionele prothese aan de volgende voorwaarden moest voldoen: - het is een kunstmiddel, dit is een toestel, instrument, uitrusting of stof die geen deel uitmaakt van het menselijk lichaam, maar die in of buiten het lichaam wordt aangebracht. - Het betreft geen dienst, medische zorg of hulp van derden. - De toestand van het slachtoffer moet als gevolg van een arbeidsongeval tot stand gekomen of verergerd zijn. - Het is een middel dat een valide persoon niet nodig heeft. Deze noodzakelijkheid zit hem, wat de prothesen betreft, in het feit dat een orgaan niet wordt vervangen, maar wel de functies die het orgaan of het vernielde lidmaat vervult. De prothese is erop gericht de functies die definitief verloren zijn als gevolg van een ongeval te compenseren, door optimaal gebruik te maken van de overblijvende functies. - Het begrip "noodzakelijkheid" dient niet enkel beoordeeld te worden ten opzichte van de beroepsactiviteit. Het moet de revalidatie van het slachtoffer tot een zo normaal mogelijk leven tot doel hebben. Het moet dus niet enkel in een fysiologische zin, maar tevens in een sociale zin, ja zelfs een psychologische zin begrepen worden. - De enige beperking voor iedere verloren of verstoorde functie lijkt erin te bestaan dat men op zoek gaat naar het meest doeltreffende technische middel en dat men de oplossingen uitsluit die slechts een groter comfort bieden, die gewoon als nuttig worden gekwalificeerd.
(7)Bij de bespreking van dit wetsontwerp in de Kamer werd erop gewezen dat de voorgestelde wijziging ertoe strekt tot een ruime lezing te komen van het begrip "functionele prothese". Functionele prothesen maken het mogelijk lichamelijke handicaps te compenseren, zodat de betrokkene fysiek naar behoren kan functioneren. Dit betekent dat niet alleen de apparaten die deel uitmaken van het lichaam (bijvoorbeeld een kunstbeen) onder die noemer zouden moeten vallen, maar onder meer ook een bril, een hoorapparaat, een babywieg, een rolwagen of een geleidehond.
(8)Ervan uitgaande dat de prothese zoals bedoeld in artikel 28 van de Arbeidsongevallenwet niet alleen betrekking heeft op louter fysiologische hulpmiddelen, maar ruimer dient begrepen te worden en in die zin ook betrekking heeft op het verruimen van de functioneringsmogelijkheden van het slachtoffer, zouden aanpassingen aan sanitair, noodzakelijk om de zelfredzaamheid van het slachtoffer te bevorderen als kunstmiddelen nodig als gevolg van het ongeval kunnen beschouwd worden. De handicap van het slachtoffer kan het inderdaad nodig maken dat een aangepaste, voor het slachtoffer toegankelijk ruimte wordt gecreëerd, waar door het voorzien van hulpmiddelen het slachtoffer in staat gesteld wordt zijn lichaam gezond te houden door het de noodzakelijke sanitaire zorgen te geven. De appelrechters hebben ook in deze voorwaardelijke wijze geoordeeld. Zij stellen dat in bepaalde omstandigheden zowel de aanpassingswerken als de aangepaste sanitaire toestellen kunnen beschouwd worden als prothesen. Teneinde dit in het voorliggend concreet geval te kunnen beoordelen vragen zij advies aan een deskundige omtrent het "nodig" zijn van deze werken en aanpassingen. Deze beslissing ligt in de lijn van de rechtspraak van Uw Hof en de wil van de wetgever. Het tweede middel dat er van uitgaat dat de plaatsing van de nieuwe badkamer nooit als een prothese kan worden aanvaard, en ook de aanpassing van de inrichting van de badkamer aan de invaliditeit van de getroffene niet als prothese kan beschouwd worden, faalt bijgevolg naar recht. Voor zover het middel aanvoert dat de appelrechters geen onderscheid hebben gemaakt tussen het plaatsen van de badkamer zelf en het aanpassen van de badkamer, mist het feitelijke grondslag. Conclusie: GEDEELTELIJKE VERNIETIGING, in zoverre de appelrechters na aanstelling van een deskundige de zaak overeenkomstig artikel 1068, tweede lid Ger.W. verwijzen naar de eerste rechter. ARREST _________________
(1)Cass., 29 januari 2004, A.R. C.01.0537.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040129.7; A.C. 2004, nr.53, met conclusie van advocaat-generaal Thys.
(2)Cass., 14 januari 2008, A.R. C.07.0234.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080114.5, A.C. 2008, nr. 23.
(3)Cass., 18 maart 1985, A.R. nr.4665, A.C. 1984-85, nr.435.
(4)Cass., 23 januari 1995, A.R. S.94.0057.F ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950123.9, A.C. 1995, 59.
(5)Cass., 15 oktober 1990, A.R. nr. 7189, A.C. 1990-1991, 180.
(6)Cass., 20 april 1998, A.R. S.97.0035.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980420.6, A.C. 1998, nr 200.
(7)Senaat, Wetsontwerp 6 december 2000, verslag namens de commissie, 2-478/3, p.5-6.
(8)Kamer, Wetsvoorstel, 9 juni 2000, verslag namens de commissie, Doc 50/0210/005, p.5. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090622.8 citeert: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950123.9 ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980420.6 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040129.7 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080114.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.