id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 08 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091008.3 Rolnummer: C.07.0262.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2009-11-04 Raadplegingen: 115 - laatst gezien 2026-07-02 21:50 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091008.3 Fiche 1 Wanneer een zaak aanhangig wordt gemaakt voor een rechtbank van het arrondissement Brussel,waarvan de territoriale bevoegdheid kan bepaald worden door een plaats welke zich op het grondgebied bevindt van de Vlaamse gemeenten buiten de Brusselse agglomeratie (artikel 3) of door de woonplaats van een verweerder in een gemeente van de Brusselse agglomeratie (artikel 4), is taalwijziging slechts mogelijk voor zover artikel 3 geen toepassing vindt; een uitdrukkelijke verwijzing naar dit artikel of een vermelding dat de zaak aanhangig is gemaakt op grond van een territoriale bevoegdheid bepaald door een plaats welke zich op het grondgebied bevindt van een Vlaamse gemeente van het arrondissement Brussel gelegen buiten de Brusselse agglomeratie is hiertoe niet vereist; het volstaat dat uit de inleidende akte blijkt dat het aanknopingspunt voor de bepaling van de territoriale bevoegdheid gelegen is in een Vlaamse gemeente van het arrondissement
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In eerste aanleg - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Algemene beschikkingen (taalgebruik) Vrije woorden: Rechtbank van het arrondissement Brussel - Territoriale bevoegheidsbepaling ingevolge artikel 3 of 4 van de taalwet gerechtszaken - Verzoek tot taalwijziging - Toepassingsvoorwaarden Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 - Artt. 3, tweede lid, en 4, § 1, derde lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Fiche 2 Conclusie van advocaat-generaal m.o. VAN INGELGEM. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In eerste aanleg - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Algemene beschikkingen (taalgebruik) Vrije woorden: Rechtbank van het arrondissement Brussel - Territoriale bevoegheidsbepaling ingevolge artikel 3 of 4 van de taalwet gerechtszaken - Verzoek tot taalwijziging - Toepassingsvoorwaarden Tekst van de conclusie C.07.0262.N. CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL MET OPDRACHT I. VAN INGELGEM
- SITUERING 1.1 Verweerster dagvaardde de eiseressen voor de voorzitter van de rechtbank van koophandel te Brussel (zetelend in kort geding) teneinde de staking te horen bevelen van concurrerende activiteiten. 1.2 Op de inleidingszitting verzoeken beide eiseressen om een taalwijziging, d.w.z. van de Nederlandse naar de Franse taal, verzoek dat bij (tussen)vonnis van 7 maart 2007 niet wordt ingewilligd.
- BESPREKING VAN DE MIDDELEN Tegen dit vonnis voeren eiseressen een enig middel tot cassatie aan, gebaseerd op twee onderdelen. 2.1 In het eerste onderdeel werpen eiseressen op dat hun verzoek tot taalwijziging (ingevolge schendig van de artikelen 2, 3, 4 (§1), 6 en 42 van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken) niet wettig werd afgewezen. Zij vechten meer bepaald aan dat het bestreden vonnis (met uitsluiting van artikel 4, dat de mogelijkheid tot taalwijziging bevat) artikel 3 van de taalwet gerechtszaken toepast, hoewel verweerster in haar inleidende dagvaarding niet heeft aangegeven of zij haar vordering op het ene dan wel op het andere artikel wenste te baseren. 2.1.2 Artikel 42 van de taalwet gerechtszaken bepaalt de Nederlandse, Franse en Duitse taalgebieden in de zin van deze wet (eerste lid) en somt (in het tweede lid) negentien gemeenten op waaruit de Brusselse agglomeratie voor de toepassing van deze wet bestaat. 2.1.3 De artikelen 2 en 3, tweede lid, van de taalwet gerechtszaken vertolken het principe van de eentaligheid van het Nederlandse taalgebied op gerechtelijk vlak. De bij artikel 2 vastgestelde regel is eveneens van toepassing op de vorderingen die (onder meer) worden ingesteld voor de rechtbank van koophandel waarvan de zetel te Brussel is gevestigd, wanneer een zaak voor de rechtbank aanhangig wordt gemaakt op grond van een territoriale bevoegdheid bepaald door een plaats welke zich op het grondgebied van één van de Vlaamse gemeenten gelegen buiten de Brusselse agglomeratie bevindt (artikel 3, eerste en tweede lid). 2.1.4 Het ambtsgebied van het gerechtelijk arrondissement Brussel bevat, naast de Brusselse agglomeratie (die als tweetalig wordt beschouwd) een aantal gemeenten die de facto Nederlandstalig zijn en die deel uitmaken van het Nederlandstalig administratief arrondissement Halle-Vilvoorde.
(1)2.1.5 In de voorliggende betwisting is eerste eiseres woonachtig in Grimbergen (d.w.z. buiten de Brusselse agglomeratie, maar binnen het arrondissement Brussel). Tweede eiseres is gevestigd in Ganshoren (d.w.z. binnen de Brusselse agglomeratie en eveneens binnen het arrondissement Brussel). Hoewel de beide eiseressen aldus binnen het arrondissement Brussel gevestigd zijn, woont één van hen buiten en een andere binnen de Brusselse agglomeratie, en is de Brusselse rechtbank dus zowel "extra als intra muros" bevoegd.
(2)2.1.6 Artikel 3, tweede lid, van de taalwet gerechtszaken stipuleert dat voor de gemeenten die binnen het arrondissement Brussel doch buiten de agglomeratie Brussel vallen de taalregeling geldt zoals die de niet Brusselse rechtbanken van het Rijk beheerst, d.w.z. eentaligheid van de rechtbank.
(3)Vereist is wel dat de zaak voor een rechtbank van het arrondissement Brussel wordt aanhangig gemaakt op grond van een territoriale bevoegdheid bepaald door een plaats die zich op het grondgebied van een van de (Vlaamse) gemeenten gelegen buiten de Brusselse agglomeratie bevindt. Dit noemt men de bevoegdheid "extra muros".
(4)De bevoegdheid "intra muros" richt zich op situaties gelokaliseerd in de gemeenten die binnen de Brusselse agglomeratie vallen, met andere woorden waar de rechtbanken van het arrondissement Brussel territoriaal bevoegd zijn voor een plaats die zich op het grondgebied van de negentien gemeenten van Brussel bevindt. Hier is artikel 4 van de taalwet gerechtszaken van toepassing, dat uitgaat van tweetaligheid van de Brusselse rechtbanken
(5)en waarbij - indien de verweerder woonachtig is binnen de negentien gemeenten bedoeld in artikel 42 van de taalwet gerechtszaken - naar keuze van de eiser kan gedagvaard worden in het Frans dan wel in het Nederlands. Wanneer de Brusselse rechtbank op grond van haar bevoegdheid "intra muros" wordt gevat, kan elke verweerder - vóór alle verweer en alle exceptie, en ongeacht zijn woonplaats
(6)- de taalwijziging vragen (wat door de rechter kan worden geweigerd indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de verweerder een toereikende kennis bezit van de taal gebruikt voor het opmaken van de akte tot inleiding van het geding). 2.1.7 Waar de taalwet gerechtszaken in principe een wet is die de respectievelijke situaties eigenlijk compartimentaliseert op basis van een exclusief gebruik van de ene of andere landstaal
(7), behoeft deze regel enkel aanvulling wat Brussel betreft, gelet op enerzijds het tweetalig karakter van de rechtbank binnen de agglomeratie en anderzijds de aanwezigheid van een arrondissement dat zich buiten die agglomeratie in eentalig Nederlands taalgebied bevindt. De initiële keuze daarbij voor de taal van de partij die in een eentalig gebied gevestigd is
(8), benadrukt het in principe tweetalig of taalkundig neutraal karakter van de inwoners van de Brusselse agglomeratie.
(9)Dit verklaart m.i. ook waarom artikel 4 van de taalwet gerechtszaken pas van toepassing is "behoudens de gevallen van artikel 3", m.a.w. wanneer dat artikel niet van toepassing is. 2.1.8 Artikel 6 van de taalwet gerechtszaken behandelt de situatie waarin meerdere verweerders voor de Brusselse rechtbanken moeten gedagvaard worden. De taalkeuze hangt dan af van de taal van de meerderheid. In geval van gelijkheid kiest de eiser. Nu artikel 6 uitdrukkelijk naar artikel 4 verwijst i.v.m. haar toepassingsgebied, vindt deze regeling enkel toepassing voor de Brusselse rechtbanken wanneer zij op grond van hun bevoegdheid "intra muros" als tweetalige rechtbank optreden.
(10)Voor de rechtbanken in andere arrondissementen is er in dat geval immers geen probleem: de territoriale bevoegdheid wordt ingeval van verschillende verweerders bepaald door de eiser conform artikel 624 van het Gerechtelijk Wetboek, en de te gebruiken taal vloeit noodzakelerwijze voort uit de gekozen rechtbank, naargelang het taalgebied van haar zetel. Dergelijke toepassing geldt eveneens voor de Brusselse rechtbanken, optredend als exclusief Nederlandstalige rechtbanken op grond van hun bevoegdheid "extra muros". De in de Brusselse agglomeratie wonende verweerder wordt daarbij niet in aanmerking genomen, wanneer de medeverweerder woonachtig is in het Nederlands taalgebied.
(11)2.1.9 Waar schijnbaar de situatie van meerdere verweerders, waarvan er één of meer binnen de Brusselse agglomeratie gevestigd zijn, geregeld wordt in artikel 4 van de taalwet gerechtszaken, stelt zich daarbij evenwel een probleem wanneer de Brusselse rechtbank zowel op grond van haar bevoegdheid "intra muros" als op grond van haar bevoegdheid "extra muros" wordt gevat. Enkel de eerste bevoegdheid geeft immers aanleiding tot taalkeuze/taalwijziging, terwijl in het tweede geval de Brusselse rechtbank zal zetelen als exclusief Nederlandstalige rechtbank en taalkeuze sowieso uitgesloten is.
(12)Naargelang de eiser zijn vordering instelt voor de Brusselse rechtbank "intra muros" dan wel "extra muros" verschillen aldus de gevolgen bij dergelijke samenlopende bevoegdheden. 2.1.10 Dat de eiser daarbij in zijn dagvaarding zou moeten duidelijk maken op welke grond hij zich beroept voor de taal van de rechtspleging, d.w.z. op artikel 3 ("extra muros") of op artikel 4 en 6 ("intra muros") kan m.i. niet weerhouden worden
(13)nu daardoor voorwaarden aan de artikelen 3 en/of 4 worden toegevoegd en de tekst van de wet geen uitdrukkelijke vermelding van de wetsbepaling waarop de eiser zich in de gedinginleidende dagvaardig steunt, veronderstelt. Het komt mij dan ook voor dat de opbouw van de taalwet gerechtszaken eerder uitgaat van de voorrang in hoofde van artikel 3 ten opzichte van artikel 4
(14), uit de aanhef waarvan volgt dat de toepassing ervan pas wordt gebezigd wanneer artikel 3 niet toepasselijk is.
(15)Hieruit volgt m.i. dat wanneer de samenlopende bevoegdheid van de Brusselse rechtbank "extra muros" (artikel 3) dan wel "intra muros" (artikel 4) voorligt, de taalwijziging slechts mogelijk is wanneer artikel 3 van de taalwet gerechtzaken geen toepassing vindt. Een expliciete verwijzing naar de bevoegdheid op grond van dit laatste artikel bij het aanhangig maken van een zaak voor een rechtbank van het arrondissement Brussel is hiertoe dan ook niet vereist en zou bovendien een toepassingsvoorwaarde aan de wet toevoegen. 2.1.11 Ik meen dan ook dat het eerste onderdeel op een verkeerde rechtsopvatting berust en derhalve faalt naar recht. 2.2. In het tweede onderdeel voeren eiseressen een schending aan van artikel 149 van de Grondwet omdat het bestreden vonnis niet zou hebben geantwoord op hun verweer dat verweerster voor de toepassing van artikel 3, tweede lid, van de taalwet gerechtszaken geen uitdrukkelijke bevoegdheidsgrond heeft vermeld in haar inleidende dagvaarding, zodat de taalwijziging kon gevraagd worden. (...) 3. CONCLUSIE: VERWERPING. _____________
(1)C. DE BUSSCHERE, "Brussel intra muros en Brussel extra muros. Enkele toepassingen van artikel 3, lid 2 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken", Not. Fisc. M. 1999, afl. 8,
(183)184, nr. 2.
(2)C. DE BUSSCHERE, O.C., 184, nr. 2.
(3)L. LINDEMANS en M. VAN REYBROUCK, "Commentaar bij art. 3 Wet 15 juni 1935", Gerechtelijk recht, Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, losbl. (december 2001), p. 2, nr. 2.
(4)L. LINDEMANS, Taalgebruik in gerechtszaken in Algemene Praktische Rechtsverzameling, Gent, Story-Scientia, 1973, p. 56, nr. 90.
(5)C. DE BUSSCHERE, "Territoriale bevoegdheid en toepassing van de taalwetgeving inzake de gerechtelijke aanstelling van een beheerder over een onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarde nalatenschap", R.W., 1999-2000, nr. 8,
(241)242, nr. 6.
(6)Cass., 20 april 1989, A.C., 1988-89, nr. 475
(966)968.
(7)Art. 1-2bis, taalwet gerechtszaken.
(8)Cass., 28 maart 1985, J.T., 1985, 684.
(9)M. MAHIEU, noot onder Cass., 28 maart 1985, J.T., 1985,
(684); G. CLOSSET-MARCHAL, "Considérations sur l'emploi des langues devant les juridictions civiles, commerciales et du travaul du premier degré", Ann. dr. Louvain 1989,
(173)189.
(10)L. LINDEMANS en M. VAN REYBROUCK, "Commentaar bij art. 6 Wet 15 juni 1935", Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, losbl. (december 2001), p. 3.
(11)L. LINDEMANS en M. VAN REYBROUCK, O.C., p. 3.
(12)G. CLOSSET-MARCHAL, O.C.,
(173)182.
(13)L. LINDEMANS, Taalgebruik in gerechtszaken in Algemene Praktische Rechtsverzameling, Gent, Story-Scientia, 1973, p. 57, nr. 91.
(14)G. CLOSSET-MARCHAL, O.C.,
(173)180.
(15)Cass., 4 mei 1984, A.C., 1983-84, nr. 510
(1155). Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091008.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div