id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 15 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091015.4 Rolnummer: F.08.0025.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Handelsrecht Invoerdatum: 2009-11-04 Raadplegingen: 135 - laatst gezien 2026-07-02 21:40 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091015.4 Fiche 1 Artikel 442bis, W.I.B.
(1992)heeft betrekking op de overdrachten van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid die aan de verplichting tot registratie onderworpen zijn op grond van artikel 19, eerste lid, 1° en 7° Wetboek Registratierechten of op grond van artikel 31, eerste lid, 1°ter van dat wetboek
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - RECHTEN, TENUITVOERLEGGING EN VOORRECHTEN VAN DE SCHATKIST UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELSZAAK - Algemeen (handelszaak) FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Algemeen Vrije woorden: Overdracht van een algemeenheid van goederen of een tak van werkzaamheid - Tegenstelbaarheid - Verplichting tot registratie - Toepasselijke overdrachten Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 442bis - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten - 30-11-1939 - Artt. 19, eerste lid, 1° en 7°, en 31, eerste lid, 1°ter Fiches 2 - 3 Artikel 442bis, W.I.B.
(1992)en artikel 11, W.B.T.W. zijn op dezelfde overdrachten van toepassing, met name op de overdracht van een algemeenheid van goederen of op de overdracht van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid en deze begrippen hebben in beide wetsbepalingen dezelfde inhoud; de overdracht van een handelszaak is een overdracht van een algemeenheid van goederen of een overdracht van een bedrijfsafdeling in de zin van de voornoemde wettelijke bepalingen indien alle elementen die nodig zijn voor de exploitatie van de handelszaak worden overgedragen zonder dat noodzakelijk vereist is dat alle handelsvorderingen en schulden en het recht op de huurceel in de overdracht begrepen zijn
(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - RECHTEN, TENUITVOERLEGGING EN VOORRECHTEN VAN DE SCHATKIST UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELSZAAK - Algemeen (handelszaak) FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Algemeen Vrije woorden: Belastingschulden van de overlater - Hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer - Overdracht van een algemeenheid van goederen of een tak van werkzaamheid - Begrip - Overdracht van een handelszaak Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 442bis - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 11 Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELSZAAK - Algemeen (handelszaak) FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Algemeen Vrije woorden: Werkingssfeer - Levering van goederen - Niet als levering beschouwde overdrachten - Overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling - Begrip - Overdracht van een handelszaak Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 442bis - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 11 Fiches 4 - 6 Conclusie van advocaat-generaal THIJS. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - RECHTEN, TENUITVOERLEGGING EN VOORRECHTEN VAN DE SCHATKIST UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELSZAAK - Algemeen (handelszaak) FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Algemeen Vrije woorden: Overdracht van een algemeenheid van goederen of een tak van werkzaamheid - Tegenstelbaarheid - Verplichting tot registratie - Toepasselijke overdrachten Belastingschulden van de overlater - Hoofdelijke aansprakelijkheid van de overnemer - Overdracht van een algemeenheid van goederen of een tak van werkzaamheid - Begrip - Overdracht van een handelszaak Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELSZAAK - Algemeen (handelszaak) FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Algemeen Vrije woorden: Werkingssfeer - Levering van goederen - Niet als levering beschouwde overdrachten - Overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling - Begrip - Overdracht van een handelszaak Tekst van de conclusie PARKET van het HOF VAN CASSATIE _______ F.08.0025.N Conclusie van advocaat-generaal Dirk THIJS: I. De feiten en procedurevoorgaanden. De NV KBC BANK was pandhoudende schuldeiser van de NV ZEPHYR, en meer bepaald op het handelsfonds van deze laatste. Bij beschikking van de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen verleend op 16 oktober 1998 werd de heer Georges COURBOIN, met standplaats te Antwerpen, op verzoek van de NV KBC BANK aangesteld om over te gaan tot de verzilvering van het handelsfonds van de NV ZEPHYR. Uit het proces-verbaal van onderhandse verkoop van 27 oktober 1998 blijkt dat de BVBA DUMES INTERNATIONAL de volgende elementen van de handelszaak van de NV ZEPHYR kocht mits de prijs van 55.776,04 EUR (2.250.000 BEF), te weten: - de naam "ZEPHYR" met de uithangborden; - al de lopende onderhoudscontracten; - al de lopende werven zowel in portefeuille als in uitvoering; - de totaliteit van het klein materiaal; - de totaliteit van het rollend materiaal, met uitzondering van de geleasde voertuigen; - het materiaal in de voertuigen; - de totaliteit van het kantoormeubilair met toebehoren, met uitzondering van de geleasde goederen; - de aanwezige stocks in de magazijnen (waarde: 750.000,- BEF); - de totaliteit der telefoonnummers en GSM nummers; - de totaliteit van het klantenbestand; Volgende elementen werden daarentegen niet gekocht: - al de openstaande invorderingen op klanten; - het passief; - de huurcelen. De verkoop geschiedde "voor vrij, zuiver en onbelast van alle schulden, lasten, panden en voorrechten". Op het ogenblik van voornoemde overdracht had de NV ZEPHYR nog een openstaande belastingschuld wegens onbetaald gebleven bedrijfsvoorheffing voor een bedrag van 76.696,60 EUR. Voorafgaandelijk aan de overdracht werd geen certificaat aan de ontvanger van de belastingen aangevraagd overeenkomstig artikel 442bis WIB '
- De NV ZEPHYR werd bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen van 6 november 1998 in staat van faillissement verklaard.
- Bij toepassing van voormeld artikel 442bis WIB '92 liet eiser op 11 maart 1999 een dwangbevel betekenen aan verweerster in betaling van de openstaande belastingschuld van de NV ZEPHYR, beperkt tot het bedrag van de overnameprijs. Op 14 april 1999 tekende verweerster verzet aan tegen dit dwangbevel. Verweerster heeft op 10 mei 1999 de heer Georges COURBOIN, in zijn hoedanigheid van pandverzilveraar van de handelszaak van de NV ZEPHYR, in tussenkomst en vrijwaring gedagvaard, meer bepaald tot vrijwaring voor alle sommen waartoe zij zou gehouden zijn ingevolge het dwangbevel, waartegen verzet, en voor alle sommen waartoe zij zou worden veroordeeld. Bij vonnis uitgesproken door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen op 12 december 2003 werd geoordeeld dat geen toepassing kan worden gemaakt van artikel 442bis (oud) WIB '92 in zoverre niet alle elementen van de handelszaak van de NV ZEPHYR waren overgedragen, waardoor er volgens het vonnis, gelet op de artikelen 174/53, 174/54 en 174/64 van de Vennootschappenwet, geen sprake kon zijn van een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 442bis (oud) WIB '
- Het verzet van verweerster tegen het dwangbevel werd dan ook gegrond verklaard. Tegen dit vonnis stelde eiser hoger beroep in op 29 januari 2004 en verweerster op 26 januari
- Het bestreden arrest, uitgesproken door het Hof van Beroep te Antwerpen op 23 oktober 2007, bevestigde dit vonnis. Het oordeelt dat de begrippen "overdracht van een algemeenheid" en "overdracht van een tak van werkzaamheid", bij gebrek aan definitie van deze begrippen in het fiscaal recht, dienen te worden omschreven zoals voorzien in de vennootschappenwet, en meer bepaald in de artikelen 174/53, 174/54 en 174/
- Uit deze wetsbepalingen leidt het bestreden arrest af dat artikel 442bis WIB '92 geen toepassing vindt, daar de openstaande invorderingen op klanten, het passief en de huurcelen, niet werden overgedragen en er bijgevolg geen sprake is van een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid. II. De voorziening tot cassatie.
- In het eerste onderdeel van het enig middel tot cassatie verwijt eiser de appelrechters de toepassing van artikel 442bis WIB '92 te hebben beperkt tot de overdrachten van een handelszaak zoals omschreven in de artikelen 174/53 e.v. van de Vennootschappenwet, en zulks ondanks de ruime strekking van artikel 442bis WIB '
- In het tweede onderdeel wordt verder aangevoerd dat schulden en schuldvorderingen niet worden geacht tot de noodzakelijke elementen van een handelszaak te behoren in zoverre deze elementen voor de exploitatie van de handelszaak en het aanwerven en behouden van het cliënteel niet strikt vereist zijn, zodat het arrest niet wettig kon oordelen dat er geen sprake was van een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 442bis WIB
- Centraal in de discussie staat aldus de vraag met betrekking tot de draagwijdte van de begrippen "overdracht van een algemeenheid" of van "een tak van werkzaamheid", die in artikel 442bis WIB '92 worden gehanteerd of, m.a.w. de vraag welke akten van overdracht in deze bepaling precies geviseerd worden. Een aandachtige lezing van artikel 442bis WIB '92 leert dat de wetgever wel degelijk voldoende duidelijk heeft aangewezen welke akten bedoeld worden. Artikel 442bis WIB '92, ingevoegd door artikel 6 van het Koninklijk Besluit van 12 december 1996 (B.S., 31 december (tweede uitg.), zoals van toepassing op het ogenblik van de kwestieuze overdracht, bepaalde het volgende: "De overdracht van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid is slechts tegenstelbaar aan de Staat, Administratie der directe belastingen, na afloop van de tweede maand die volgt op die waarin de akte tot overdracht of aanwijzing, waarvan deze overdracht geheel of gedeeltelijk het voorwerp uitmaakt, onderworpen werd aan de formaliteit van de registratie die vereist is door artikel 19, eerste lid, 1° of 7°, of door artikel 31, eerste lid, 1°ter, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten onverminderd de toepassing van de artikelen 433 tot 440 van het Wetboek. De overnemer is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de fiscale schulden verschuldigd door de overdrager bij de afloop van de in de eerste alinea bedoelde termijn, ten belope van het bedrag dat reeds door hem gestort of door de kredietinstelling of het kredietorganisme die in de financiering van de verrichting tussenkomen, overgemaakt is, of ten belope van het bedrag dat overeenstemt met de nominale waarde van de aandelen die in ruil voor de overdracht zijn toegekend voor de afloop van de voornoemde termijn. De bepalingen van de alinea's 1 en 2 zijn niet van toepassing indien, gelijktijdig met de akte, een certificaat geregistreerd wordt, uitsluitend voor dit doel door de ontvanger van de directe belastingen van de verblijfplaats of van de maatschappelijke zetel van de overdrager opgesteld binnen de 20 dagen voorafgaand aan de formaliteit, waarin geattesteerd wordt dat geen enkele fiscale schuld op die datum verschuldigd is door de overdrager. De aflevering van dit certificaat is afhankelijk van de indiening van een aanvraag in dubbel door de overdrager bij de bevoegde ontvanger van de directe belastingen. Het certificaat zal geweigerd worden door de bevoegde ontvanger indien de overdrager fiscale schulden heeft of indien de aanvraag van de overdrager ingediend is na de aankondiging van een fiscale controle of wanneer een fiscale controle loopt of na de verzending van een vraag om inlichtingen met betrekking tot zijn fiscale toestand. Het certificaat wordt ofwel afgeleverd ofwel geweigerd binnen de termijn van één maand na de indiening van de aanvraag van de overdrager.". Het gaat dus duidelijk om overdrachten, die het voorwerp uitmaken van een akte tot overdracht of aanwijzing, onderworpen aan de formaliteit van de registratie die vereist is door artikel 19, eerste lid, 1° of 7°, of door artikel 31, eerste lid, 1°ter, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
(1). Deze laatste bepalingen, zoals van toepassing op het ogenblik van de kwestieuze overdracht, verwijzen beide naar artikel 11 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde verwijzen, zodat de door artikel 442bis WIB '92 geviseerde overdrachten in het licht van de BTW-wetgeving dienen te worden beoordeeld
(2). Artikel 11 BTW-Wetboek bepaalt: "Als levering wordt niet beschouwd de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.". De begrippen totale of gedeeltelijke algemeenheid vormen autonome begrippen van het gemeenschapsrecht en dienen bijgevolg het voorwerp uit te maken van een identieke interpretatie in alle lidstaten. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verklaart in een arrest van 27 november 2003 in de zaak C-497/01, Zita Modes Sárl, voor recht dat artikel 5, lid 8, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, in de versie van richtlijn 95/7/EG van de Raad van 10 april 1995 tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG en tot invoering van nieuwe vereenvoudigingsmaatregelen op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde - werkingssfeer en praktische regeling voor de toepassing van bepaalde vrijstellingen, aldus moet worden uitgelegd dat, wanneer een lidstaat gebruik maakt van de in de eerste zin van dit lid geboden mogelijkheid om uit te gaan van het beginsel dat voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde bij de overdracht van een algemeenheid van goederen geen levering van goederen plaatsvindt, dit niet-leveringsbeginsel - behoudens een eventueel gebruik van de mogelijkheid om de toepassing ervan te beperken in de omstandigheden bedoeld in de tweede zin van hetzelfde lid -voor elke overdracht van een handelszaak of van een autonoom gedeelte van een onderneming met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een bedrijfsonderdeel vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, geldt. Bij een dergelijke overdracht moet de verkrijger evenwel de bedoeling hebben om de aldus overgedragen handelszaak of bedrijfsonderdeel te exploiteren, en niet om de betrokken activiteit onmiddellijk zonder meer te vereffenen en in voorkomend geval de voorraden te verkopen
(3). Aldus eist het Europees Hof van Justitie niet dat alle elementen van het bedrijf of van de bedrijfsafdeling overgedragen worden. Volgens het Hof volstaat het dat een geheel van elementen of een vereniging van elementen wordt overgedragen om het bijzonder stelsel van niet-levering te kunnen toepassen. Deze elementen dienen de verderzetting van een autonome economische activiteit toe te laten
(4). Het Hof van Justitie legt eveneens het principe op volgens hetwelk men de situatie dient te beoordelen in hoofde van de overnemer en niet in hoofde van de overdrager. Artikel 11 van het BTW-Wetboek is dan ook toepasselijk wanneer de overdrager sommige activa van de algemeenheid van goederen of van de bedrijfsafdeling naar aanleiding van de overdracht behoudt, op voorwaarde dat het de overnemer niet verhindert om aan de hand van de overgelaten elementen een autonome economische activiteit uit te oefenen. Dientengevolge dienen handelsvorderingen en -schulden niet noodzakelijk in de overdracht begrepen te zijn opdat artikel 11 van het BTW-Wetboek toepasselijk zou zijn
(5). Uit de samenhang van artikel 442bis WIB '92 en artikel 11 van het BTW-Wetboek dient aldus te worden besloten dat artikel 442bis WIB '92 niet vereist dat de overdracht van een algemeenheid of van een tak van werkzaamheid al de activa en passiva zou omvatten, en dit in tegenstelling tot hetgeen voorzien wordt in de artikelen 174/53, 174/54 en 174/64 van de Vennootschappenwet. Het bestreden arrest, dat tot de niet-toepasselijkheid van artikel 442bis WIB '92 besluit, op grond van het motief dat de openstaande vorderingen op klanten, het passief en de huurcelen niet werden overgedragen, schendt dan ook deze wettelijke bepaling. De beide onderdelen van het middel komen mij dan ook gegrond voor. 5. Volledigheidshalve kan nog worden onderzocht of de voormelde onjuiste grond gebeurlijk zou kunnen worden vervangen door een rechtsgrond die het dictum van het bestreden arrest desalniettemin zou kunnen verantwoorden. Uit het verslag aan de Koning dat het Koninklijk Besluit van 12 december 1996 houdende maatregelen inzake strijd tegen de fiscale fraude en met het oog op een betere inning van de belasting
(6)voorafgaat, blijkt dat het nieuw ingevoegde artikel 442bis WIB '92 tot doel heeft de schuldenaars van belastingen te verhinderen hun handelsfonds over te dragen zonder hun fiscale schuld te voldoen. Dit doel kan enkel geacht worden te zijn bereikt, hetzij wanneer door de ontvanger van de directe belastingen binnen 20 dagen vóór de registratie van de overdrachtsakte een certificaat werd afgeleverd, waarin geattesteerd wordt dat geen enkele fiscale schuld op die datum verschuldigd is door de overdrager
(7), hetzij wanneer de handelszaak verkocht wordt in het kader van een procedure die vreemd is aan het doel van de wetgeving omdat zij aan de Staat als schuldeiser voldoende garanties biedt
(8). Dergelijke garanties bestaan wanneer de handelszaak in het kader van een faillissement of een gerechtelijk akkoord door de aangestelde gerechtelijke mandataris wordt verkocht. De wetgever neemt dit ook uitdrukkelijk aan sedert de vervanging van artikel 442bis WIB '92 bij artikel 50 van de Wet van 22 december 1998
(9). Met ingang van 1 april 1999
(10)zijn immers, volgens het nieuw §4 van artikel 442bis WIB '92, niet onderworpen aan de bepalingen van dit artikel de overdrachten die worden uitgevoerd door een curator, een commissaris inzake opschorting of in geval van fusie, splitsing, inbreng van de algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid verricht overeenkomstig de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen. Dezelfde garanties bestaan evenwel niet ingeval van vereffening van een vennootschap, hetgeen door het Hof reeds werd aangenomen in een arrest van 22 september 2006
(11), en evenmin wanneer het handelsfonds, zoals in casu, in het kader van een pandverzilvering op verzoek van een pandhoudende schuldeiser wordt verkocht. Het bestreden arrest lijkt mij dan ook niet vatbaar voor een eventuele substitutie van motieven. Besluit: VERNIETIGING. ARREST ________________
(1)G. DE NEEF, 'De hoofdelijke aansprakelijkheid bij overdracht van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid', in Fiscaal praktijkboek '97- '98, Directe belastingen, Diegem, Kluwer, 1997, p. 23-25, i.h.b. p. 24;
(2)G. DE NEEF, 'De hoofdelijke aansprakelijkheid bij overdracht van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid', in Fiscaal praktijkboek '97- '98, Directe belastingen, Diegem, Kluwer, 1997, p. 33;
(3)H.v.J. (5e k.) nr. C-497/01, 27 november 2003 (Zita Modes), conclusie F. JACOBS, Jur. H.v.J. 2003, afl. 11 (B), I, 14393, conclusie F. JACOBS, PB C 24 januari 2004 (dispositief), afl. 21, 5, Rec. C.J.C.E. 2003, afl. 11 (B), I, 14393, conclusie F. JACOBS;
(4)M. KRINGS, 'Nouvelles incidences (pas uniquement) fiscales en matière de cessions d'universalité', J.T. 1997, nr. 6 p. 191;
(5)Vgl. Cass. 6 november 1970, A.C.. 1971, 211, Pas. 1971, I, 200, R.C.J.B. 1972, 320, noot M. FONTAINE; zie ook G. DE NEEF, 'De hoofdelijke aansprakelijkheid bij overdracht van een algemeenheid van goederen of van een tak van werkzaamheid", in Fiscaal praktijkboek '97-'98, Directe belastingen, Diegem, Kluwer, 1997, p. 23-25, i.h.b. p. 24; M. KRINGS, 'Nouvelles incidences (pas uniquement) fiscales en matière de cessions d'universalité, J.T. 1997,
(189), 190, nr.4 en 191, nr.6; M. DE MUYNCK, G. DE NEEF, C. AMAND, Overdracht van ondernemingen. Fiscaal-juridische aspecten, Brussel, Larcier, 2004, 345-349, i.h.b. p. 349, nr.679; vgl. ook F. BOUCKAERT, De handelszaak, in A.P.R., Brussel, E. Story-Scientia, 1989, nr. 25 p. 12;
(6)Dit K.B. werd getroffen met toepassing van de artikelen 2, §1, en 3, §1, 2° en 3° van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot de realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie;
(7)Artikel 442bis, derde lid, WIB '92, zoals van toepassing op het ogenblik van de kwestieuze overdracht;
(8)Circ. Nr. Ci.RH.81/488.797, 28;
(9)B.S., 15 januari 1999;
(10)Artikel 80, §31, van de Wet van 22 december 1998;
(11)Cass. (1e k.) AR C.04.0511.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060922.1, 22 september 2006, FJF 2008, 279, Fiscoloog 2006 (weergave CB), afl. 1046,13, Pas. 2006, 1814, RABG 2007, 1207, noot M. DELANOTE, 'De reikwijdte van artikel 442bis WIB 1992 in het kader van een overdracht tijdens een vereffeningsprocedure', (RABG 2007, 1210-1214), Rev. prat. soc. 2007, 513, RW 2007-08 (samenvatting), 1772, T. Not. 2007, 279, noot D. MICHIELS, 'De rechten van de fiscus in samenloopsituaties', (T. Not. 2007, 286-287), TRV 2007, 41, noot F. PARREIN, 'De niet-tegenstelbaarheid aan de fiscus van de overdracht van een handelsfonds bij vereffening', (TRV 2007, 45-50); Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091015.4 citeert: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060922.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div