← België

ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091020.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 20 oktober 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091020.10 Rolnummer: P.09.0846.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2009-11-10 Raadplegingen: 227 - laatst gezien 2026-07-02 21:35 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091020.10 Fiches 1 - 2 Blijft binnen de uitoefening van zijn ambt de fiscale ambtenaar die aan de belastingplichtige op diens adres of vermoedelijk adres brieven toezendt die betrekking hebben op de uitvoering van dit ambt; de omstandigheid dat de geadresseerde dit adres en daarbij zijn hoedanigheid van rijksinwoner betwist, doet daaraan niet af

(1).
(1)Zie conclusie O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Beroepsgeheim FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Berekening personenbelasting - Algemeen Vrije woorden: Beroepsgeheim - Beroepsgeheim van hij die optreedt bij de toepassing van de belastingswetten - Fiscale ambtenaar die binnen de uitoefening van zijn ambt blijft - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 337, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Thesaurus CAS: BEROEPSGEHEIM UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Beroepsgeheim FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Berekening personenbelasting - Algemeen Vrije woorden: Inkomstenbelastingen - Beroepsgeheim van hij die optreedt bij de toepassing van de belastingswetten - Fiscale ambtenaar die binnen de uitoefening van zijn ambt blijft - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 337, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiches 3 - 4 Artikel 337, derde lid, WIB 1992 dat bepaalt dat de ambtenaren van de administratie der directe belastingen hun ambt eveneens uitoefenen wanneer zij met betrekking tot de fiscale toestand van een belastingplichtige een vraag om raadpleging, uitleg of mededeling inwilligen van de echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, betreft enkel de erin vermelde raadpleging, uitleg of mededeling aan de echtgenoot van de belastingplichtige en stelt voor het overige geen bijkomende voorwaarde aan de uitvoering van de opdracht van de fiscale ambtenaar zoals bepaald in artikel 337, eerste lid, WIB 1992
(1).
(1)Zie conclusie O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Beroepsgeheim FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Berekening personenbelasting - Algemeen Vrije woorden: Beroepsgeheim - Beroepsgeheim van hij die optreedt bij de toepassing van de belastingswetten - Fiscale ambtenaar die binnen de uitoefening van zijn ambt blijft - Artikel 337, derde lid, Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 337, eerste en derde lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Thesaurus CAS: BEROEPSGEHEIM UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Beroepsgeheim FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Berekening personenbelasting - Algemeen Vrije woorden: Inkomstenbelastingen - Beroepsgeheim van hij die optreedt bij de toepassing van de belastingswetten - Fiscale ambtenaar die binnen de uitoefening van zijn ambt blijft - Artikel 337, derde lid, Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 337, eerste en derde lid - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiches 5 - 6 Conclusie van advocaat-generaal TIMPERMAN. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Beroepsgeheim FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Berekening personenbelasting - Algemeen Vrije woorden: Beroepsgeheim - Beroepsgeheim van de fiscale ambtenaar die optreedt bij de toepassing van de belastingswetten - Fiscale ambtenaar die binnen de uitoefening van zijn ambt blijft - Artikel 337 Wetboek van Inkomstenbelastingen Thesaurus CAS: BEROEPSGEHEIM UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Beroepsgeheim FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Berekening personenbelasting - Algemeen Vrije woorden: Inkomstenbelastingen - Beroepsgeheim van de fiscale ambtenaar die optreedt bij de toepassing van de belastingswetten - Fiscale ambtenaar die binnen de uitoefening van zijn ambt blijft - Artikel 337 Wetboek van Inkomstenbelastingen Tekst van de conclusie PARQUET DE LA COUR DE CASSATION Palais de Justice 1000 Bruxelles _____ P.09.0846.N Advocaat-generaal Timperman heeft in substantie gezegd: Aan de orde is de geheimhoudingplicht als bedoeld in artikel 337 WIB 1992, en meer bepaald, met betrekking tot de fiscale ambtenaar, de draagwijdte van de in voormelde wetsbepaling gehanteerde uitdrukking ‘buiten het uitoefenen van zijn ambt'.
  1. Krachtens artikel 337, lid 1, WIB 1992 is hij die, uit welken hoofde ook, optreedt bij de toepassing van de belastingwetten of die toegang heeft tot de ambtsvertrekken van de administratie der directe belastingen, buiten het uitoefenen van zijn ambt, verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande alle zaken waarvan hij wegens de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft. Vervolgens bepaalt het tweede lid van artikel 337 WIB 1992 dat de ambtenaren van de administratie der directe belastingen en van de administratie van het kadaster hun ambt uitoefenen wanneer zij aan andere administratieve diensten van de Staat, daaronder begrepen de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtsmachten, en van de Gemeenschappen en de Gewesten, en aan de in artikel 329 bedoelde openbare instellingen of inrichtingen, inlichtingen verstrekken welke voor die diensten, instellingen of inrichtingen nodig zijn voor de hun opgedragen uitvoering van wettelijke of reglementaire bepalingen. Overeenkomstig het derde lid van hoger vernoemd artikel oefenen de ambtenaren van de administratie der directe belastingen eveneens hun ambt uit wanneer zij met betrekking tot de fiscale toestand van een belastingplichtige een vraag om raadpleging, uitleg of mededeling inwilligen van de echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd.
  2. Het bestreden arrest oordeelde dat de fiscale ambtenaar optreedt in de uitoefening van zijn ambt wanneer hij een aanslag vestigt, quod in casu, wat voor eiser in cassatie geen probleem stelt. Impliceert dit echter ook dat ten aanzien van derden, de geheimhoudingsplicht zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 337 WIB 1992, dan niet geldt? Eiser stelt de vraag of de ambtenaar bij bepaalde mededelingen aan derden niet moet beschouwd worden als handelend ‘buiten het uitoefenen van zijn ambt' ook al vestigt hij een aanslag. Eiser verwijst daarbij naar het tweede lid van artikel 337 WIB 1992 dat uitdrukkelijk de mededelingen opsomt voor dewelke de ambtenaar als handelend binnen de uitoefening van het ambt moet worden beschouwd en naar het derde lid van artikel 337 WIB 1992 dat uitdrukkelijk bepaalt dat een mededeling aan een echtgenoot in het kader van een aanslag op goederen van een mede-echtgenoot moet gedefinieerd worden als een uitoefening binnen het ambt. Uit de samenlezing van het eerste, tweede en derde lid volgt dan dat deze mededelingen niet onder de geheimhoudingsplicht vallen. A contrario zou men hieruit dan kunnen afleiden dat alle andere mededelingen aan (zoals in casu) de echtgenote van wie de belastingplichtige feitelijk gescheiden leeft, wél onder de geheimhoudingsplicht van het eerste lid vallen.
  3. De tekst zelf van het eerste lid van artikel 337 WIB 1992 maakt niet duidelijk of het begrip ‘buiten het uitoefenen van zijn ambt' bepaalde handelingen op het oog heeft dan wel of het mededelingen aan bepaalde categorieën van personen of instellingen viseert. Het artikel maakt geen onderscheid en is algemeen opgesteld. In het tweede en derde lid van artikel 337 WIB 1992, waar de wetgever aangeeft wat onder de notie ‘het uitoefenen van het ambt' kan worden verstaan, gebeurt dit nochtans wel. Daar wordt uitdrukkelijk melding gemaakt van bepaalde mededelingen aan bepaalde personen en wordt de notie van ‘de uitoefening van het ambt' omschreven door tegelijkertijd te verwijzen naar een bepaalde handeling en naar een bepaalde persoon of instelling. Twee mogelijke interpretaties dringen zich op: 1e ofwel neemt men aan dat met betrekking tot de fiscale ambtenaar het begrip ‘buiten het uitoefenen van zijn ambt' als bedoeld in het eerste lid van artikel 337 totaal los en zelfstandig staat van de gevallen omschreven in het tweede en derde lid, die dan slechts een niet exhaustieve specificatie uitmaken van gevallen waarin het ambt wordt uitgeoefend. Mededelingen aan het adres van de echtgenote van wie de belastingplichtige feitelijk gescheiden leeft, zoals ter zake door de appelrechters vastgesteld, vallen dan perfect binnen de uitoefening van het ambt. 2e ofwel gaat men er van uit dat het tweede en derde lid van artikel 337 WIB 1992 exhaustief de gevallen opsomt waarin een ambtenaar zijn ‘in de uitoefening van zijn ambt' optreedt, zodat alle handelingen en mededelingen die niet in één van die leden zijn opgesomd onder de algemene regel van de geheimhoudingsplicht vallen. In deze laatste interpretatie wordt de geheimhoudingsplicht dan noodzakelijkerwijze ruim begrepen. Alleen de mededelingen aan instellingen of personen die geviseerd worden in het tweede en derde lid van artikel 337 WIB 1992 kunnen worden beschouwd als "binnen de uitoefening van het ambt" en zijn niet onderhevig aan de geheimhoudingsplicht. Deze ruime interpretatie van de geheimhoudingsplicht beschermt maximaal de privacy van de belastingplichtige, omdat dan buiten de ambtenaar, de administratie en de belastingplichtige iedereen als derde moet worden beschouwd
(1)die niet is opgesomd in het tweede of derde lid van artikel 337 WIB 1992. Het contact met die derde moet dan beschouwd worden als een handeling buiten de uitoefening van het ambt.
(2)Een dergelijke interpretatie stelt bijgevolg de grondrechten van de belastingplichtige voorop. Vergeten we bovendien niet dat de wet het heeft over een zeer strikte geheimhoudingsplicht (volstrekte geheimhouding), wat laat vermoeden dat de wetgever aan de geheimhoudingsplicht een groot gewicht toekent. Zowel de systematiek van het artikel als de voorbereidende werken bij de invoering van het derde lid van artikel 337 WIB 1992 wijzen in dezelfde richting. Alleen door het samen lezen van het tweede en derde lid met het eerste lid weten we dat de mededelingen opgesomd in het tweede en derde lid niet onder de geheimhoudingsplicht vallen. In voormelde voorbereidende werken wordt bovendien dienaangaande uitdrukkelijk gesteld dat in het geval van aanslag op goederen van de echtgenoot het beroepsgeheim van de ambtenaar wordt opgeheven en dat een nieuwe uitzondering op het beroepsgeheim wordt ingevoerd
(3)waardoor in de specifieke situatie van het beslag op de goederen van de mede-echtgenoot de geheimhoudingsplicht niet geldt. Ook indien men deze uitlegging van artikel 337 WIB 1992 volgt kan het middel van eiser echter geen doel raken: aan de hand van de vaststellingen en de redenen die het bestreden arrest bevat geven de appelrechters immers te kennen dat de fiscale ambtenaar in casu wel degelijk een mededeling heeft willen doen aan de belastingplichtige zelf en niet aan een derde, namelijk zijn echtgenote, waarvan eiser in cassatie voor de feitenrechters voorhield er reeds geruime tijd gescheiden van te leven. Bijgevolg handelde de fiscale ambtenaar hoe dan ook ‘binnen de uitoefening van zijn ambt'
(4). (...) Conclusie: verwerping __________________
(1)Ook de echtgenoot moet als derde worden beschouwd: J. Bours, "le respect de la vie privée, le secret professionnel et les pouvoirs d'investigation du fisc", Act.dr. 1993, 386, nr. 3.
(2)Zie in dit verband a contrario; J.-P. Magremanne, Le contentieux de l'impôt sur les revenus, 2000, 94.
(3)Parl.St. Kamer, 1997-1998, 1341/17, 11 en 47.
(4)Een onvrijwillige onthulling zou eventueel wel een fout naar gemeen recht kunnen uitmaken: F. Podevyn, "le secret professionnel et le fonctionnaire des contributions directes", Bull.contr. 1962, n° 388-390,
(1287), 1292. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091020.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.