id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 16 november 2009
Art. 24- 01 ELI link Pub nr 1935061501 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.
1057 Fiche 2 Een akte van rechtspleging moet worden geacht geheel in de taal van de rechtspleging te zijn gesteld wanneer alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van de akte in die taal gesteld zijn. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Taalgebruik in hoger beroep Vrije woorden: Akte van rechtspleging - Taal van de rechtspleging Wettelijke bepalingen:
Art. 24- 01 ELI link Pub nr 1935061501 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.
1057 Fiche 3 Wanneer de akte van hoger beroep naast een uiteenzetting van de grieven tevens argumenten ter ondersteuning van de grieven bevat, behoren zij tot de grieven die in het debat worden gebracht en waarvan de geïntimeerde kennis moet kunnen nemen in de taal van de rechtspleging
(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Taalgebruik in hoger beroep Vrije woorden: Akte van hoger beroep - Uiteenzetting van de grieven - Argumenten ter ondersteuning van een grief - Aard Wettelijke bepalingen:
Art. 24- 01 ELI link Pub nr 1935061501 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.
1057, 7° Fiche 4 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Taalgebruik in hoger beroep Vrije woorden: Akte van hoger beroep - Uiteenzetting van de grieven - Argumenten ter ondersteuning van een grief - Aard Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ C.09.0254.N Advocaat-generaal Mortier heeft in substantie gezegd:
- Eiseres voerde voor het appélgerecht aan dat de beroepsakte nietig was nu verweerster hierin een passage uit een Franstalige notariële akte had weergegeven, zonder vertaling. De appelrechters stellen dit vast, maar verwerpen de exceptie van nietigheid. Zij oordelen dat het citaat geen middel betreft, maar een onderdeel van een argumentatie en dat bovendien het argument dat eruit werd afgeleid en eraan werd toegevoegd wel in het Nederlands werd opgesteld. Het citaat is, aldus de appélrechters, te beschouwen als een ondersteuning van de redenering die in het Nederlands werd ontwikkeld. De appelrechters oordelen dus dat wanneer een akte van hoger beroep grieven bevat, de vereiste gesteld door artikel 24 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken enkel geldt voor de grieven die ontwikkeld worden, maar niet voor de ondersteunende argumenten.
- Met betrekking tot de toepassing van de taalwet in gerechtszaken, en meer bepaald op de akten van rechtspleging heeft Uw Hof volgende principes vastgelegd. 2.
- In diverse arresten werd gesteld dat aanhalingen in een andere taal dan die van de rechtspleging "zonder vertaling of weergave van de zakelijke inhoud of de teneur ervan in de taal van de rechtspleging" leiden tot de nietigheid van de akte van rechtspleging
(1). 2.2. Anders is het, en dan wordt door Uw Hof aangenomen dat geen schending van de taalwet in gerechtszaken voorligt, voor woorden of uitdrukkingen die in een andere taal dan die van de rechtspleging worden gebruikt, waarvan geen vertaling voorligt, maar die in zoverre de bekritiseerde overweging waarin deze woorden worden gebruikt verstaanbaar en zinnig is blijkens haar context
(2), of voor uitdrukkingen die weliswaar in een vreemde taal zijn gesteld, maar die in de Nederlandse taal in het gewoon spraakgebruik zijn ingeburgerd
(3)Maar zoals gesteld, gaat het in voorliggende zaak om meer. 2.3. Sedert het arrest van 18 oktober 2004
(4), nadien bevestigd door het arrest van 10 december 2004
(5)en recent nog het arrest van 6 juni 2008
(6)werd geoordeeld dat de akte van hoger beroep de uiteenzetting van de grieven in de taal van de rechtspleging dient te bevatten en wanneer de akte van hoger beroep argumenten ter ondersteuning van de grieven bevat, ze tot die grieven behoren die in het debat worden gebracht en waarvan de tegenpartij moet kennis kunnen nemen in de taal van de rechtspleging. Het arrest van 18 oktober 2004 oordeelde dat het onderdeel dat er van uitgaat dat de argumenten ter ondersteuning van een grief in een akte van hoger beroep in een andere taal dan die van de rechtspleging mogen gesteld worden, faalt naar recht. In dezelfde zin oordeelde uw Hof bij arrest van 10 december 2004 dat het middel dat er van uitgaat dat in een akte van hoger beroep de middelen ter ondersteuning van een grief in een andere taal dan die van de rechtspleging mogen gesteld worden, naar recht faalt. Bij arrest van 6 juni 2008 tenslotte werd geoordeeld dat de appelrechters die vaststellen dat het verzoekschrift tot hoger beroep waarvan de motivering diverse in het Nederlands gestelde passages bevat, waarvan de wezenlijke inhoud niet vertaald is naar het Frans, taal van de rechtspleging en oordelen dat de verschillende Nederlandstalige passages in het verzoekschrift tot hoger beroep niet leiden tot de nietigheid van het verzoekschrift aangezien het gaat om citaten uit rechtspraak en rechtsleer die louter als voorbeelden worden gegeven, de taalwetgeving schenden. 3. De appélrechters in huidige zaak doen dit bijgevolg ook. Het is niet omdat de in het Frans gestelde passage, die geen zakelijke vertaling naar het Nederlands bevat, enkel een ondersteuning zou vormen ten aanzien van een middel ontwikkeld in de beroepsakte, dat zij ontsnapt aan de bepalingen van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken die de openbare orde aanbelangen. Het eerste middel is gegrond. Conclusie: VERNIETIGING ARREST _______________
(1)Cass. 25 nov. 1987, A.R. nr. 5869, A.C. 1987-1988, nr. 183; Cass. 2 april 2003, A.R. P.02.1695.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.6, A.C. 2003/4, nr. 220. Cass. 16 sep. 2004, A.R. C.04.0132.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040916.4, A.C. 2004/9 nr. 414.; Cass. 20 dec. 2004, A.R. S.04.0108.N.
(2)Cass. 20 feb. 2009, A.R. C.07.0250.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.14.
(3)Cass. 20 dec. 2004, A.R. S.04.0108.N.
(4)Cass. 18 okt. 2004, A.R. C.03.0575.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041018.4.
(5)Cass. 10 dec. 2004, A.R. C.03.0040.N.
(6)Cass. 6 juni 2008, A.R. C.07.0144.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080606.2; A.C. 2008 nr. 352. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091116.7 citeert: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030402.6 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040916.4 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041018.4 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080606.2 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div