← België

ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091126.14

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 26 november 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091126.14 Rolnummer: C.09.0063.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Financieel recht Invoerdatum: 2009-12-15 Raadplegingen: 317 - laatst gezien 2026-07-02 20:51 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091126.14 Fiches 1 - 2 Een kredietopening verleent aan de kredietnemer een persoonlijk recht om, op zijn verzoek, gebruik te maken van de door de kredietovereenkomst toegekende kredietruimte; een dergelijke overeenkomst doet geen voor beslag vatbare schuldvordering ontstaan waarvan de kredietgever melding moet maken in zijn verklaring als derde-beslagene

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: BESLAG - BEWAREND BESLAG UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag onder derden - Verklaring derde BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Gevolgen overeenkomsten t.a.v. derden - Algemeen Vrije woorden: Bewarend beslag onder derden - Verklaring - Kredietopening - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1452, 1539 en 1542 Thesaurus CAS: BANKWEZEN. KREDIETWEZEN. SPAARWEZEN - KREDIETVERRICHTINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag onder derden - Verklaring derde BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Gevolgen overeenkomsten t.a.v. derden - Algemeen Vrije woorden: Kredietopening - Begrip - Derdenbeslag Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1452, 1539 en 1542 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal m.o. VAN INGELGEM. Thesaurus CAS: BESLAG - BEWAREND BESLAG UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag onder derden - Verklaring derde BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Gevolgen overeenkomsten t.a.v. derden - Algemeen Vrije woorden: Bewarend beslag onder derden - Verklaring - Kredietopening - Begrip Thesaurus CAS: BANKWEZEN. KREDIETWEZEN. SPAARWEZEN - KREDIETVERRICHTINGEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen GERECHTELIJK RECHT - BESLAG EN EXECUTIE - Uitvoerend beslag - Uitvoerend beslag onder derden - Verklaring derde BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Gevolgen overeenkomsten t.a.v. derden - Algemeen Vrije woorden: Kredietopening - Begrip - Derdenbeslag Tekst van de conclusie C.09.0063.N CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL A. VAN INGELGEM
  1. Verweerster, die in handen van eiseres uitvoerend derdenbeslag had laten leggen, vorderde in toepassing van art. 1542 van het Gerechtelijk Wetboek haar veroordeling omdat zij, zoals vereist door art. 1452 van het Gerechtelijk Wetboek, nagelaten had een nauwkeurige verklaring van derde-beslagene af te leggen. Het bestreden arrest (van het hof van beroep te Brussel dd. 16/06/2008) verklaart eiseres schuldenaar van de oorzaken van het beslag in haar handen gelegd.
  2. Tegen deze beslissing voert eiseres een enig middel tot cassatie aan, gebaseerd op de schending van voormelde artikelen 1452 en 1542 van het Gerechtelijk Wetboek.
  3. Het geschil in onderhavige zaak betreft de vraag of eiseres in haar verklaring van derde-beslagene melding had moeten maken van kredietopeningen toegekend aan de beslagene en van de modaliteiten ervan.
  4. Krachtens de artikelen 1445 en 1539 Ger.W. is het beslag onder derden het beslag dat door een schuldeiser wordt gelegd op de bedragen en zaken die de derde aan zijn schuldenaar, de beslagene, verschuldigd is. Zowel bij uitvoerend als bij bewarend beslag onder derden rust op de derde-beslagene de verplichting om binnen vijftien dagen na het beslag een verklaring af te leggen over hetgeen hij aan de beslagene verschuldigd is (art. 1452 en 1542 Ger.W.). Heeft de derde-beslagene zijn verklaring niet gedaan binnen de wettelijke termijn of ze niet met nauwkeurigheid gedaan, dan kan hij geheel of gedeeltelijk schuldenaar worden verklaard van de oorzaken en de kosten van het beslag (art. 1456 en 1542 Ger.W.) Deze verklaring strekt ertoe de beslaglegger een juist overzicht te geven van de situatie met het oog op een zo duidelijk mogelijk inzicht aangaande het nut van het gelegde beslag en het vermijden van nutteloze kosten
(1). 5. De derde-beslagene kan niet weigeren deze (schuldenaars-) verklaring
(2)af te leggen op grond van grieven die betrekking hebben op de rechtmatigheid van het beslag
(3). Op hem rust fundamenteel een neutraliteitsplicht ten aanzien van het in zijn handen gelegde beslag
(4). 6. Luidens de artikelen 1446 en 1539, tweede lid, Ger.W. is bewarend c.q. uitvoerend beslag onder derden mogelijk op schuldvorderingen met tijdsbepaling, onder een voorwaarde of in geschil. Een dergelijk beslag omvat ook de schuldvorderingen waarvan het ontstaan afhangt van een toekomstige gebeurtenis op voorwaarde dat zij ten tijde van het beslag hun grondslag vinden in een reeds bestaande rechtsverhouding tussen de beslagene en de derde
(5). De enige vraag die dus moet worden gesteld, is of er zo een onderliggende rechtsverhouding bestaat op het ogenblik van overdracht c.q. beslag
(6). 7. Aldus betreft het beslag op een bankrekening uitsluitend het saldo ten tijde van het beslag
(7). Op de bank rust op het tijdstip van het beslag geen andere verplichting dan tot afgifte van het saldo dat de rekening op dat ogenblik aangeeft. Na het beslag opgenomen posten die ten gunste van de beslagene worden geboekt, vallen niet onder beslag. Aldus vallen gelden die na het beslag op de rekening worden gestort en die niet voorkomen uit verrichtingen die op het tijdstip van het beslag in uitvoering waren, niet onder het beslag
(8). Het beslag op een bankrekening omvat dan ook al wat de bank op het tijdstip van het beslag krachtens de rechtsverhouding tot de rekeninghouder aan deze verschuldigd is. Hieronder vallen ook de bedragen die nog niet op de rekening werden ingeschreven, maar waarvoor de bank reeds ten tijde van het beslag een verplichting tot afdracht aan de rekeninghouder heeft
(9). Wanneer de beslagene aldus de begunstigde is van een overschrijving die over verschillende banken verloopt, dan ontstaat de verplichting tot afdracht van de rekeninghouder van de gelden die voortkomen uit deze overschrijving eerst op het ogenblik van de verrekening tussen de betrokken banken. Op dat ogenblik ontstaat er immers een verplichting voor de bank om deze bedragen te doen toekomen aan haar rekeninghouder
(10). 8. Rekening houdend met het voorgaande lijkt m.i. op een kredietopening geen beslag mogelijk. Immers, waar de kredietopening in hoofde van de kredietinstelling weliswaar een schuld/verbintenis doet ontstaan om de medecontractant tot beloop van een bepaald plafond gelden ter beschikking te stellen, is zij hiertoe slechts tot uitvoering ervan gehouden en wordt het krediet slechts opeisbaar, in zoverre en op het tijdstip waarop de beslagene het opvraagt. Het enkele bestaan van een kredietrelatie brengt aldus nog niet mee dat de cliënt reeds op die grond een - zij het voorwaardelijke - vordering heeft op de bank, zodat er geen voor beslag vatbare vordering voorligt. Het wilsrecht van de cliënt dat ligt besloten in de bevoegdheid tot zijn verzoek daartoe is uit zijn aard niet vatbaar voor beslag omdat het niet kan worden overgedragen. De kredietopening betreft dus in se een leningsbelofte die ten gunste van de kredietnemer intuiti personae wordt gedaan. Het recht om hierop een beroep te doen komt uitsluitend hem persoonlijk toe en is niet overdraagbaar. Hoewel deze mening weliswaar niet door eenieder wordt gedeeld
(11), betreft dit toch de traditionele opvatting in België
(12)en in de meeste ons omringende landen
(13). Door anders te oordelen schenden de appelrechters de artikelen 1452, 1456 en 1542 van het Ger.W. en komt het middel mij gegrond over.
  1. In het verlengde van deze benadering ben ik tevens de mening toegedaan dat de grond van niet-ontvankelijkheid die door verweerster wordt aangevoerd (omdat de door eiseres als geschonden ingeroepen bepalingen vreemd zijn aan de problematiek van de rechtmatigheid van het beslag, waartoe volgens haar de artikelen 1445, 1446 en 1539 van het Ger.W. moeten worden geraadpleegd) dient verworpen te worden. Om eiseres schuldenaar te verklaren van de oorzaken en kosten van het beslag, maakt het bestreden arrest immers toepassing van de artikelen 1452, 1542 en 1456 van het Ger.W. Waar de kritiek van het middel betrekking heeft op de wijze waarop het arrest deze artikelen uitlegt en toepast, komt het mij voor dat de aanwijzing van deze wetsbepalingen volstaat om de wettigheid van de beslissing te toetsen en dat de aanwijzing van deze artikelen aldus beantwoordt aan het vereiste van art. 1080 Ger.W.
  2. Conclusie: VERNIETIGING. Arrest ____________________
(1)R.P.D.B., Cpl. VIII, La saisie-arrêt bancaire, 875, nr. 215.
(2)E. DIRIX, De aard van de schuldenaarsverklaring bij derdenbeslag, R.W. 1989-1990; 1020 - 1023.
(3)Cass., 2 maart 2007, AR C.05.154.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070302.1, A.C., 2007, nr 122.
(4)E. DIRIX en K. BROECKX, Beslag, A.P.R., 435 en 443, nrs. 753 en 771.
(5)Cass;, 15 juni 2006, A.R. C.05.0370.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060615.6, A.C., 2006, nr. 333; R. FRANSIS, Beslag onder derden in handen van de bank en lopende verrichtingen op bankrekeningen, noot onder voormeld arrest in R.W. 2007 - 2008, 232 -235.
(6)E. DIRIX, Beslag op een "toekomstige" vordering, R.W. 1989 - 1990, 1348, noot onder Cass., 12 mei 1989, 1347.
(7)F. GEORGES, La saisie de la monnaie scripturale, Larcier, Brussel, 2006, 271 e.v.
(8)T.P.R., 2002, Overzicht van rechtspraak. Beslag en collectieve schuldenregeling (1997 - 2001), 1255, nr. 96.
(9)Zie supra voetnoot nr. 5.
(10)T.P.R., 2007, Overzicht van rechtspraak. Beslag en collectieve schuldenregeling (2002 - 2007), 2090 - 2091, nr. 92.
(11)Zie o.m. G. DE LEVAL, Saisies et droit commercial, Les créanciers et le droit de la faillite, Bruylant, Brussel, 1983, 301, en Traité des saisies. Règles communes, Ed. Scientifique de la Faculté de Liège, 1988, 641; F. GEORGES (zie supra voetnoot 7), 492, nr. 372; O. CUPERLIER, Réflexions critiques sur l'insaisissabilité d'une ouverture de crédit, R.T.D. Civ. 2007, 485 - 497.
(12)E. DIRIX en K. BROECKX, Beslag, A.P.R., Kluwer, Antwerpen, 2001, 415, nr. 716; J.M. NELISSEN GRADE, Derdenbeslag op bankrekeningen, Liber amicorum Frédéric Dumon, II, Kluwer rechtswetenschappen, Antwerpen, 1983, 684, nr. 12; R.P.D.B., Cpl. VIII, La saisie-arrêt bancaire, 848, nr 124 - 127; J.P. BUYLE en D. POELMANS, Insaisissabilité de l'ouverture de crédit. Unicité des comptes. Effets d'une saisie en compte courant, J.T. 1990, 291.
(13)T.P.R., 2007, 2091, nr. 92. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091126.14 citeert: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060615.6 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070302.1 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240111.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.