← België

ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091210.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 10 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091210.3 Rolnummer: F.08.0007.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2010-01-05 Raadplegingen: 301 - laatst gezien 2026-07-02 20:47 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091210.3 Fiche 1 Als een aanslag is vernietigd wegens schending van een wettelijke regel, met uitzondering van een regel betreffende de prescriptie, kan een nieuwe aanslag worden gevestigd op grond van dezelfde belastingelementen of een gedeelte ervan; dit impliceert dat de administratie slechts tot hertaxatie kan overgaan wanneer de aanslag vernietigd of ontheven wordt wegens de schending van een wettelijke regel, maar dat de administratie zulks niet kan indien de aanslag is vernietigd of ontheven omdat de directeur of de fiscale rechter oordeelt dat de door de fiscus belaste inkomsten niet belastbaar zijn of dat de door de belastingschuldige aangegeven bedrijfslasten, die door de belastingadministratie werden verworpen, wel degelijk fiscaal aftrekbaar zijn

(1).
(1)Zie de conclusie van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Ontheffing UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Aanslagprocedure FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Rechten - voorrechten Schatkist - Algemeen FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Verjaring (fiscaal recht) - Algemeen Vrije woorden: Nietig verklaarde aanslag - Nieuwe aanslag Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 355 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Conclusie van advocaat-generaal THIJS. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Ontheffing UTU-thesaurus: FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Aanslagprocedure FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Rechten - voorrechten Schatkist - Algemeen FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING -VESTIGING EN INVORDERING - Verjaring (fiscaal recht) - Algemeen Vrije woorden: Nietig verklaarde aanslag - Nieuwe aanslag Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Fiscaal Recht [T.F.R.] - SYMOENS, Hans; Noot "Vernietiging versus ontheffing (bis)" - 2017, nr. 523, p. 490-
  1. Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ F.08.0007.N Conclusie van advocaat-generaal Dirk THIJS: I. De feiten en procedurevoorgaanden. Voor de aanslagjaren 1995 tot 1997 gaf tweede eiseres bedrijfsverliezen aan die bij de vestiging van de aanslagen in de personenbelasting werden in mindering gebracht van de inkomsten van eerste eiser. De administratie zond voor deze aanslagjaren berichten van wijziging waarbij de verliezen van de tweede eiseres werden verworpen omdat de werkelijkheid en het bedrag van de beroepsverliezen niet bewezen was en deze verliezen derhalve niet konden worden verrekend met de belastbare inkomsten van eiser. Ondanks het niet-akkoord van de eisers vestigde de administratie aanvullende aanslagen in de personenbelasting. Uit de aanslagbiljetten blijkt dat de administratie de verliezen tot nul herleidde door de beroepskosten van de tweede eiseres te verlagen tot het bedrag van de brutowinst. Het bezwaar tegen de aanvullende aanslagen werd afgewezen. Op de fiscale voorziening van eisers vernietigde de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op 17 december 2001 de aanvullende aanslagen omdat in de berichten van wijziging nergens werd gezegd dat men het fiscaal resultaat van tweede eiseres heeft bepaald door het verminderen van de beroepskosten. De rechtbank oordeelt dat het ongemotiveerd en arbitrair verminderen van de beroepskosten zonder dat hieromtrent enige opmerking werd gemaakt, de betwiste aanslagen willekeurig en bijgevolg nietig maakt. De administratie heeft vervolgens nieuwe aanslagen voor de betrokken aanslagjaren gevestigd, waarbij de motivering van de berichten van wijziging, volgens de eisers, nauwelijks verschilde van de berichten die de vernietigde aanslagen voorbereidden. Bij de hervestiging werden voor tweede eiseres geen bruto-winsten en ook geen beroepskosten in aanmerking genomen, zodat het netto-resultaat nul bedraagt zoals bij de vernietigde aanslagen waar dit zelfde resultaat werd bereikt door van de aangegeven bruto-inkomsten beroepskosten beperkt tot eenzelfde bedrag af te trekken. De belastingschuldigen betwisten de vervangende aanslagen voor de directeur en voor de fiscale rechter. Het bezwaarschrift werd verworpen en ook voor de fiscale rechter werd de vordering zowel in eerste aanleg als in hoger beroep afgewezen. De appelrechters oordelen bij het thans bestreden arrest dat het door het vernietigingsvonnis aangewezen euvel (arbitraire vermindering van de beroepskosten zonder dat opmerkingen werden gemaakt) niet meer voorhanden is bij de nieuwe aanslagen. II. De voorziening in cassatie. II.
  2. Eerste middel.
  3. In het eerste middel voeren de eisers aan dat de appelrechters het gezag van gewijsde van het vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge van 17 december 2001, de artikelen 23 tot 27 Ger.W., en de artikelen 49 en 355 WIB
(1992)hebben geschonden door te oordelen dat de hertaxaties niet meer behept zijn met hetzelfde als willekeurig beschouwd euvel, nl. de verwerping van de beroepskosten zonder onderzoek noch reden, omdat de nieuwe aanslagen geen melding maken van brutowinsten noch beroepskosten en de kosten mogen worden verworpen op grond van een onbewijskrachtige boekhouding, terwijl artikel 355 WIB
(1992)integendeel vereist dat de nieuwe aanslag o.a. op dezelfde negatieve materiële elementen wordt gevestigd, hetgeen de opname van dezelfde reeds willekeurig beperkte beroepskosten impliceert. De eisers stellen dat "dezelfde belastingelementen" alle positieve en negatieve materiële elementen zijn die de belastbare grondslag vormen. Wanneer een meerwinst willekeurig werd vastgesteld omdat de fiscus zich steunde op onjuiste gegevens en de taxatie op deze meerwinst om deze reden werd teniet gedaan, dan belet het feit dat dezelfde belastingelementen alle positieve en negatieve materiële elementen zijn die de belastbare grondslag vormen, dat een nieuwe aanslag wordt gevestigd. De eisers zijn verder van oordeel dat de fiscus bij de hertaxatie rekening moet houden met alle negatieve materiële elementen van de belastbare grondslag van de vernietigde aanslagen. Zij menen dus dat de fiscus bij de hertaxatie rekening moest houden met de aangegeven beroepskosten die bij de vestiging van de vernietigde aanslagen voor een bedrag beperkt tot dat van de bruto-winsten werden afgetrokken van de bruto-winsten. Het gezag van gewijsde van het vonnis van 17 december 2001 zou de fiscus beletten om de beroepskosten ongemotiveerd en arbitrair te herleiden tot een bedrag gelijk aan de inkomsten, a fortiori tot nul. Hoewel het middel niet erg rechtlijnig geformuleerd is, komt de kritiek er op neer dat de administratie niet kan hertaxeren ingeval van willekeur. 2. In hun toelichting verwijzen de eisers naar een cassatiearrest van 12 februari 2004 (A.R. F.02.0002.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040212.19, www.cass.be). In dit arrest besliste het Hof dat de in artikel 355 WIB
(1992)gebezigde notie ‘dezelfde belastingelementen', alle positieve en negatieve materiële elementen omvat die de belastbare grondslag vormen. Het Hof oordeelde dat dit uitsluit dat een hertaxatie zou worden overwogen wanneer het hof van beroep oordeelt dat de meerwinst die als basis diende voor de taxatie willekeurig was vastgesteld, beslist dat de aanslag "steunt op onjuiste gegevens" en de aanslag teniet doet.
  1. De interpretatie van dit arrest bleek niet evident. De auteurs en de rechtspraak zijn het kennelijk niet eens over de betekenis van dit arrest (L. KELL, "Hertaxatie na vernietiging wegens willekeur", A.F.T. 2/2007, 21; T. LAUWERS, "Hertaxatie op grond van artikel 355 WIB zoals van toepassing vóór het aanslagjaar 1999: de feniks uit zijn as herrezen?", T.F.R. 2008, 188). Het bestreden arrest gaat er duidelijk van uit dat de vaststelling van willekeur op zich de hervestiging niet uitsluit. LAUWERS signaleert dat ook het Hof van Beroep te Antwerpen in die zin besliste (T. LAUWERS, "Hertaxatie op grond van artikel 355 WIB zoals van toepassing vóór het aanslagjaar 1999: de feniks uit zijn as herrezen?", T.F.R. 2008, 188, randnr. 9). De eisers gaan er daarentegen van uit dat indien een aanslag willekeurig is, deze willekeurigheid slaat op alle elementen van de aanslag aangezien de aanslag het enige voorwerp vormt van de betwisting (T. LAUWERS, "Hertaxatie op grond van artikel 355 WIB zoals van toepassing vóór het aanslagjaar 1999: de feniks uit zijn as herrezen?", T.F.R. 2008, 188, randnr. 9). KELL wijst op een arrest van het Hof van Beroep te Brussel dat voorhoudt dat aan het cassatiearrest van 12 februari 2004 geen enkele praktische draagwijdte kan worden toegekend (L. KELL, "Hertaxatie na vernietiging wegens willekeur", A.F.T. 2/2007, 22, randnr. 6).
  2. Voormeld cassatiearrest dient in die zin te worden begrepen dat de administratie slechts tot hertaxatie kan overgaan wanneer de aanslag vernietigd wordt wegens de schending van een wettelijke (procedure)regel (vgl. J COUTURIER en B. PEETERS, Belgisch Belastingrecht, Maklu, 2005, 554), maar dat de administratie zulks niet kan indien de aanslag is vernietigd of ontheven omdat de directeur of de fiscale rechter oordeelt dat de belastbare materie niet bestaat (L. KELL, "Hertaxatie na vernietiging wegens willekeur", A.F.T. 2/2007, 26, randnr. 12), of omdat de directeur of de fiscale rechter oordeelt dat de door de belastingschuldige aangegeven beroepskosten die door de belastingadministratie werden verworpen, bewezen zijn (L. KELL, "Hertaxatie na vernietiging wegens willekeur", A.F.T. 2/2007, 23, randnr. 9). Het gezag van gewijsde van de beslissing belet dat de partij wiens vordering wordt afgewezen nogmaals dezelfde grieven zou aanvoeren d.m.v. een nieuwe procedure (Cass. 22 april 1967, A.C. 1967, 1024; Cass., 14 feb. 1967, Pas., 1967, I, 738). Artikel 355 laat overigens niet toe om andere belastingelementen in aanmerking te nemen.
  3. Hertaxatie is dus niet mogelijk wanneer de directeur de aanslag ontheft of vernietigt omdat hij oordeelt dat de administratie ten onrechte positieve belastingelementen (belastbare inkomsten) in aanmerking heeft genomen, of ten onrechte negatieve belastingelementen (aftrekbare kosten) heeft verworpen. In dat geval is de vernietiging of ontheffing mijns inziens niet het gevolg van de schending van een wettelijke regel, maar wel van de verkeerde feitelijke inschatting van de elementen van de belastbare grondslag. De directeur of de fiscale rechter beperken de belasting in dat geval tot de belasting die overeenstemt met de werkelijk bestaande belastbare grondslag. Zij vernietigen in dat geval de aanslag niet zonder meer, maar stellen het bedrag van de verschuldigde belasting vast. Wanneer de directeur of de rechter daarentegen niet oordeelt over de omvang van de belastbare grondslag, en dus het bestaan van de belastbare materie niet ontkent, maar de aanslag vernietigt wegens de niet-naleving van de wettelijke voorschriften, is hertaxatie wel mogelijk ook al bestaat de niet naleving van de wettelijke voorschriften in de willekeurige vaststelling van de belastbare grondslag (cf. Cass. 3 mei 1973, A.C. 1973, 840; contra L. KELL, "Hertaxatie na vernietiging wegens willekeur", A.F.T. 2/2007, 27). Willekeur belet mijns inziens de hertaxatie niet voor zover de directeur of de rechter niet oordeelt dat de belastbare materie niet bestaat.
  4. Uit de passages uit het vonnis van 17 december 2001 die in het bestreden arrest zijn opgenomen, blijkt mijns inziens duidelijk dat dit vonnis de initiële aanslagen niet heeft vernietigd omdat de rechtbank de door de administratie (gedeeltelijk) verworpen beroepskosten bewezen acht, maar wel omdat de administratie bij de verwerping van die beroepskosten niet de procedureregels (bericht van wijziging enz.) heeft nageleefd, vermits de administratie de beroepskosten zonder uitleg heeft verminderd tot een bedrag gelijk aan de aangegeven beroepskosten. De rechtbank doet aldus geen uitspraak over de vraag welk bedrag aan beroepskosten nu precies fiscaal aftrekbaar is. Daaruit volgt dat we in casu staan voor een vernietiging wegens schending van een wettelijke regel die niet de verjaring betreft, zodat hertaxatie wel degelijk mogelijk was. Eisers gaan er daarentegen ten onrechte van uit dat in het vonnis van 17 december 2001 "een meerwinst willekeurig werd vastgesteld omdat de fiscus zich steunde op onjuiste gegevens en de taxatie op deze meerwinst om deze reden werd tenietgedaan", zodat de fiscus "dezelfde reeds willekeurig bevonden meerwinst" niet opnieuw vermocht te taxeren. Nu het middel aldus uitgaat van een verkeerd uitgangspunt welk in strijd is met de in het bestreden arrest gedane vaststellingen, mist het m.i. feitelijke grondslag. (...) Besluit: VERWERPING. ARREST Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091210.3 citeert: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040212.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.