id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 14 december 2009 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091214.1 Rolnummer: S.08.0145.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-01-11 Raadplegingen: 278 - laatst gezien 2026-07-02 20:48 Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091214.1 Fiche 1 De grond van niet-ontvankelijkheid die door verweerder wordt opgeworpen en inhoudt dat eiser zijn middel laat steunen op een stuk dat niet regelmatig aan het Hof werd voorgelegd nu het niet werd genummerd, noch geparafeerd door een advocaat bij het Hof, dient verworpen te worden wanneer de stukken die bij het verzoekschrift van eiser zijn gevoegd tot staving van zijn middel door de advocaat bij het Hof die dat verzoekschrift heeft ondertekend, zijn genummerd en geparafeerd op een aan die stukken gehecht document dat er een geheel mede uitmaakt
(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Te voegen stukken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechterlijk gewijsde GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Te voegen stukken (bij cassatieberoep of memorie) Vrije woorden: Nummering en parafering - Aan het stuk gehecht document - Ontvankelijkheid van het middel Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1098 Fiche 2 De artikelen 23 tot en met 27 van het Gerechtelijk Wetboek houden niet in dat wanneer het voorwerp en de oorzaak van een rechtsvordering waarover definitief is beslist, niet identiek zijn aan die van een latere rechtsvordering tussen dezelfde partijen, de rechter een aanspraak kan aannemen waarvan de grondslag onverenigbaar is met het vroegere gewijsde
(1).
(1)Zie de conclusie van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechterlijk gewijsde GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Te voegen stukken (bij cassatieberoep of memorie) Vrije woorden: Aard van voorwerp en oorzaak van de rechtsvordering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 23 tot en met 27 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Te voegen stukken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechterlijk gewijsde GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Te voegen stukken (bij cassatieberoep of memorie) Vrije woorden: Nummering en parafering - Aan het stuk gehecht document - Ontvankelijkheid van het middel Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Rechterlijk gewijsde GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in burgerlijke zaken - Vormen - Te voegen stukken (bij cassatieberoep of memorie) Vrije woorden: Aard van voorwerp en oorzaak van de rechtsvordering Tekst van de conclusie PARKET VAN HET HOF VAN CASSATIE _____ S.08.0145.N Advocaat-generaal Mortier heeft in substantie gezegd: 1. Het onderzoek van het enig middel verplicht Het Hof kennis te nemen van de inhoud van het arrest van 20 december 2002 van het arbeidshof te Antwerpen, waarvan het bestreden arrest de inhoud niet weergeeft. Eiser voegt een afschrift van dit arrest bij zijn voorziening. 2. Verweerster werpt voorafgaandelijk op dat Uw Hof geen acht kan slaan op dit bijgevoegd stuk, omdat dit in strijd met het bepaalde in artikel 1098 Ger.W. niet door de advocaat bij het Hof werd genummerd, noch geparafeerd en het afschrift bovendien niet voor eensluidend werd verklaard door de griffier van het Arbeidshof. Artikel 1098 Ger.W. bepaalt dat het verzoekschrift en de memories een lijst bevatten van de erbij gevoegde stukken, door de advocaat bij het Hof genummerd en geparafeerd. Uit het Verslag van de Senaatscommissie voor de justitie
(1)blijkt dat dit artikel beoogt de waarborg te verhogen om vergissingen te voorkomen die zich kunnen voordoen bij het indienen van de stukken die bij verzoekschriften en memories dienen gevoegd te worden. Ten einde het toezicht gemakkelijker te maken zullen die stukken door de advocaat bij het Hof van Cassatie moeten genummerd en geparafeerd worden. De commissie was van mening dat een verzuim van nummering of parafering vanwege de advocaat zou kunnen goedgemaakt worden door de nummering en parafering door de griffier overeenkomstig artikel 1099 Ger.W. alsook door het ontvangstbewijs dat door de griffier overhandigd wordt. Slechts indien geen enkele nummering of parafering doet blijken dat een stuk tijdig werd neergelegd, zal dat stuk uit de procedure moeten geweerd worden. De huidige voorziening bevat in fine een genummerde en ondertekende inventaris van de bijgevoegde stukken, terwijl ieder bijgevoegd stuk opnieuw benoemd en genummerd werd en, weliswaar op een aangehecht briefje, ondertekend door de advocaat bij het Hof. Aldus is niet alleen voldaan aan de letter, maar ook aan de geest van artikel 1098 Ger.W. zodat de grond van niet ontvankelijkheid niet kan aangenomen worden.
- Bovendien werd het bedoelde stuk, anders dan verweerder aanvoert, wel voor eensluidend verklaard door de griffier van het arbeidshof zodat ook deze grond van niet ontvankelijkheid moet verworpen worden.
- Voorts voert verweerster met betrekking tot het eerste onderdeel ten onrechte aan dat de kritiek van eiser in verband met de miskenning van het gezag van gewijsde nieuw is. Eiser voerde immers reeds in zijn appelconclusie deze kritiek aan. De grond van niet ontvankelijkheid van het eerste onderdeel kan niet aangenomen worden.
- Het onderdeel zelf voert een schending aan van het gezag van gewijsde van het arrest van 20 december 2002 van het arbeidshof te Antwerpen. Artikel 23 Ger.W. bepaalt dat het gezag van het rechterlijk gewijsde zich niet verder uitstrekt dan tot hetgeen het voorwerp van de beslissing heeft uitgemaakt. Vereist wordt dat de gevorderde zaak dezelfde is; dat de vordering op dezelfde oorzaak berust, dat de vordering tussen dezelfde partijen bestaat en door hen en tegen hen in dezelfde hoedanigheid gedaan is. Uw Hof neemt in haar rechtspraak aan, en in dit verband kan o.a. verwezen worden naar een recent arrest van 4 december 2008
(2)dat "uit de omstandigheid dat het voorwerp en de oorzaak van een definitief beslechte rechtsvordering niet dezelfde zijn als die van een latere rechtsvordering tussen dezelfde partijen, niet noodzakelijkerwijs volgt dat die overeenstemming ontbreekt voor elke aanspraak of betwisting die een partij in het ene of het andere geding aanvoert, noch, bijgevolg, dat de rechter een aanspraak kan aannemen waarvan de grondslag onverenigbaar is met wat vroeger is beslist. Het gezag van het rechterlijk gewijsde is beperkt tot wat de rechter over een geschilpunt heeft beslist, en tot wat, om reden van het geschil dat voor hem is gebracht en waarover partijen tegenspraak hebben kunnen voeren, de noodzakelijke grondslag, al weze het impliciet, van zijn beslissing uitmaakt" De rechtsfiguur van het gezag van gewijsde strekt er bijgevolg toe onverenigbaarheden of tegenstrijdigheden tussen gerechtelijke beslissingen, die tussen dezelfde partijen zijn gerezen, te vermijden; dit impliceert dat telkenmale wanneer in een eerste geding tussen partijen een geschilpunt werd beslecht dat opnieuw, maar ditmaal in het kader van de berechting van een tweede vordering door één van de partijen ter discussie wordt gesteld, de tweede rechter gehouden is de hieraan gegeven oplossing te respecteren. Dat het voorwerp en/of de oorzaak van de tweede eis niet volkomen identiek zijn met de reeds beslechte vordering, is hierbij niet steeds relevant omdat de in de eerste uitspraak beslechte geschilpunten niet altijd beperkt zijn tot degene die vervat waren in de eerste vordering.
(3)De appelrechters stellen vast dat de vordering van eiser tot het betalen van socialezekerheidsbijdragen door verweerster gesteund is op een onderzoeksverslag van 14 januari 1999 van de inspectie waaruit het arbeidshof bij voormeld arrest van 20 december 2002 de conclusie trok dat de hele samenwerking tussen verweerster en de aldaar werkzame personen onder het werknemersstatuut viel. In voormeld arrest oordeelde het arbeidshof inderdaad dat de medewerkers onder gezag van verweerster gewerkt hebben. Dit was de noodzakelijke grondslag van de beslissing van het arbeidshof dat de vordering van eiser tot het betalen van socialezekerheidsbijdragen als werknemers gegrond was en verweerster deze bijdragen verschuldigd was. Uit de stukken waarop mag acht geslaan worden blijkt dat het geding gevoerd wordt tussen dezelfde partijen en de vordering van de RSZ thans betrekking heeft op dezelfde personen maar op andere kwartalen die zich evenwel in dezelfde periode situeren. De appelrechters kunnen niet, zonder schending van het gezag van gewijsde van voormeld arrest, thans op basis van dezelfde gegevens vermeld in het inspectieverslag aannemen dat het statuut van zelfstandige niet kan uitgesloten worden en eiser er niet in slaagt het werkgeversgezag te bewijzen. Het eerste onderdeel is gegrond. Conclusie: VERNIETIGING ARREST __________
(1)Parl. St. Senaat, 1951-1952, 323.
(2)Cass. 4 dec. 2008, A.R. C.07.0412.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081204.7, A.C., nr. 698.
(3)P. Taelman, "Het gezag van het rechterlijk gewijsde - een begrippenstudie", Kluwer, 65-66. Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091214.1 citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081204.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div