← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100107.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Art. 149Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART.

100 TOT EINDE) - Artikel 149 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Ambtshalve toepasselijk verklaren van wettelijke bepaling - Taak van de rechter - Reden - Opdracht van het Hof Wettelijke bepalingen:

Art. 149Thesaurus CAS: CASSATIE - ALGEMEEN.

OPDRACHT EN BESTAANSREDEN VAN HET HOF. AARD VAN HET CASSATIEGEDING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Redenen van vonnissen en arresten Vrije woorden: Ambtshalve toepasselijk verklaren van wettelijke bepaling - Taak van de rechter - Reden - Wettigheidstoetsing Wettelijke bepalingen:

Art. 149Tekst van de beslissing Nr.

C.08.0611.N VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, met kantoor te 1000 Brussel, Koolstraat 35, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen

  1. REGIE DER GEBOUWEN, openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest,
  2. ALGEMENE ONDERNEMINGEN G. D'HOOGE EN ZOON, naamloze vennootschap, met zetel te 8660 De Panne, Frans Beerlantlaan 2, verweerster, minstens in bindendverklaring van het tussen te komen arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 29 april 2008 gewezen door het hof van beroep te Brussel. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep in zoverre gericht tegen de tweede verweerster
  3. Het arrest doet geen uitspraak over enige vordering van de eiseres tegen de tweede verweerster, noch over enige vordering van de tweede verweerster tegen de eiseres, zodat het cassatieberoep in zoverre gericht tegen de tweede verweerster geen belang vertoont.
  4. Het cassatieberoep kan, in zoverre gericht tegen de tweede verweerster, evenwel gelden als vordering tot bindendverklaring. Eerste onderdeel
  5. Wanneer de rechter ambtshalve een wettelijke bepaling toepasselijk verklaart op de voorgelegde betwisting moet hij de gegevens vermelden waarop die beoordeling berust, zodat het Hof zijn wettigheidstoetsing kan doen.
  6. De appelrechters oordelen dat de eiseres gehouden is tot de lasten die voortvloeien uit de overheidsopdracht die aan de verweerster sub 2 werd gegund en zulks met toepassing van de artikelen 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen en 1 van de wet van 5 maart 1984 betreffende de saldi en de lasten van het verleden van de gemeenschappen en de gewesten en de nationale economische sectoren, en dat zij derhalve verplicht is de verweerster sub 1 te vrijwaren. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt niet dat een of andere partij zich beroepen had op de wet van 5 maart
  7. De appelrechters vermelden in hun beslissing over de toepassing van de wet van 5 maart 1984 enkel dat het beheer van de gebouwen van het Koningin Elisabethinstituut niet behoorde tot de statutaire opdracht van de Regie der Gebouwen, dat irrelevant is dat de gebouwen staatsdomein zijn en dat de Minister van Sociale zaken hierover een noot geschreven heeft.
  8. Die enkele gegevens die niet rechtstreeks relevant zijn voor de toepassing van de wet van 5 maart 1984, laten niet toe aan het Hof zijn wettigheidscontrole uit te oefenen op de bestreden beslissing. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  9. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de vordering in tussenkomst en vrijwaring van de eerste verweerster tegen de eiseres. Verklaart het arrest bindend voor de tweede verweerster. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Stassijns, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 7 januari 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100107.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180426.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.