id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100107.2 Rolnummer: C.08.0594.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-01-25 Raadplegingen: 341 - laatst gezien 2026-07-02 21:10 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De lastgever kan wegens een gebrek in zijn toestemming de nietigheid vorderen van de rechtshandeling die door de lasthebber is gesteld op een ogenblik dat deze feitelijk wilsonbekwaam was geworden terwijl hij het niet was bij zijn aanstelling. Thesaurus CAS: LASTGEVING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Lastgeving - Algemeen BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Lastgeving - Verplichtingen lastgever Vrije woorden: Toestemming van de lastgever - Rechtshandeling door feitelijk wilsonbekame lasthebber - Gebrek Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1108, tweede lid, en 1984 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Toestemming UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Lastgeving - Algemeen BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Lastgeving - Verplichtingen lastgever Vrije woorden: Lastgeving - Rechtshandeling door feitelijk wilsonbekame lasthebber - Gebrek Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1108, tweede lid, en 1984 Annotaties Publicaties: Rechtskundig Weekblad [RW] - VAN LOOCK, Sander; Noot "De feitelijke bekwaamheid en de handelingsbekwaamheid van een lasthebber" - 2011-12, nr. 36, p. 1593-
- Tekst van de beslissing Nr. C.08.0594.N HATOKA, naamloze vennootschap, met zetel te 2460 Kasterlee, Walravens 14, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- K. J., en,
- K.F., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 5 mei 2008 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wetsbepalingen - De artikelen 1108, 1234, 1304, eerste lid, 1984, 1990 en 1998 van het Burgerlijk Wetboek; - de artikelen 61, §1, 525, 526 en 527 van het Wetboek van Vennootschappen. Aangevochten beslissing De rechtbank van eerste aanleg te Tongeren verklaart in het bestreden vonnis van 5 mei 2008 het door de eiseres tegen het vonnis, gewezen door de vrederechter van het kanton Genk op 26 juni 2007, ingestelde hoger beroep ontvankelijk, doch ongegrond en het incidenteel beroep, ingesteld door de verweerders, ontvankelijk en deels gegrond. De rechtbank van eerste aanleg vernietigt het voornoemd vonnis van de vrederechter van het kanton Genk, waarbij de handelshuurovereenkomst van 26 oktober 2005 nietig werd verklaard en de eiseres ver¬oordeeld werd om aan de verweerders een schadevergoeding van 26.015,00 euro te betalen, en verklaart de oorspronkelijke eis van de verweerders ontvankelijk en deels gegrond. Opnieuw rechtsprekend stelt de rechtbank van eerste aanleg vast dat de handelshuurovereenkomst die op 26 oktober 2005 tussen partijen werd aange¬gaan betreffende het handelspand gelegen te 3600 Genk, (...) (gelijkvloers + kelder) beëindigd werd op 30 juni 2006 en veroordeelt zij de eiseres tot betaling aan de verweerders van een schadevergoeding wegens contractuele wanprestatie ten bedrage van 26.015,00 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke interest aan de wettelijke rentevoet vanaf de inleidende dagvaarding van 16 november 2006 evenals in de gerechtskosten van beide aanleggen. Met herneming van de feiten, zoals uiteengezet door de eerste rech¬ter, aanvaardt de rechtbank van eerste aanleg in het bestreden vonnis volgende feitelijke gegevens als bewezen: "(De verweerders) sloten via hun vastgoedmakelaar te Hasselt op 26 oktober 2005 een handelshuurovereenkomst met (de eiseres) en met de nv Nestor, beiden met zetel te 2460 Kasterlee (Tielen), Walravens
- Beide naamloze vennootschappen werden vertegenwoordigd door hun afgevaardigde bestuurder N.S. , geboren te (...) op (...) en wonende te (...). De handelshuurovereenkomst werd gesloten voor de duur van 27 jaar en ging in op 1 december
- De huurprijs werd bepaald op 3.925,00 euro per maand, te verhogen met de onroerende voorheffing en jaarlijks aan te passen aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De nv Nestor, met zetel te 2460 Kasterlee (Tielen), Walravens 14, met ondernemingsnummer 0430.891.420, werd bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Turnhout van 10 januari 2006 failliet verklaard. Curator Tom Robeyns heeft op 26 oktober 2006 meegedeeld dat de schuldvordering van de verhuurders werd opgenomen in het bevoorrecht passief van het faillissement voor 31.400,00 euro, maar dat er geen dividend kon worden uitgekeerd bij gebrek aan goederen in het verhuurde handelspand. (De eiseres), met zetel te 2460 Kasterlee, Walravens 14, met ondernemingsnummer 0443.062.445, werd door N.S. en zijn echtgenote A.J. opgericht bij akte verleden op 17 januari 1991 voor mr. Remi Fagard, notaris te Genk, Bochtlaan
- Het betrof een patrimoniumvennootschap. Op de algemene vergadering van de aandeelhouders van 1 juni 2003 werden N.S. , zijn echtgenote A.J. en hun zoon T.S. herbenoemd tot be¬stuurders, waarop deze nieuwe raad van bestuur dezelfde dag N.S. tot afgevaardigde bestuurder heeft herbenoemd. De raad van bestuur heeft echter op 29 december 2005 het mandaat van N.S. met onmiddellijke ingang ontnomen ‘gezien zijn gezondheidstoestand'. A.J. heeft op 23 december 2005 ter griffie van het kanton Lier een verzoekschrift neergelegd om een voorlopig bewindvoerder voor haar echtgenoot aan te duiden, waarop de vrederechter bij beschikking van 12 januari 2006 (rolnummer 05A2211) haar tot zijn voorlopige bewindvoerder heeft benoemd". (...) De rechtbank van eerste aanleg stoelt zijn beslissing op de volgende gronden: "2.
- Is de handelshuurovereenkomst nietig? De vrederechter kan worden bijgetreden in zijn oordeel dat de heer N.S. als niet-toerekeningsvatbaar dient beschouwd te worden op de datum van het ondertekenen van de handelshuurovereenkomst met (de verweerders), nl. op 26 oktober
- Blijkens de voorgelegde medische attesten en verslagen leed de heer S. ‘minstens sedert 11 oktober 2005 aan een duidelijke en ernstige psy¬chopathologie die zijn oordeelsvermogen in zeer belangrijke mate aantast'. (attest huisarts M.B. van 25 december 2005). Deze diagnose werd op 23 december 2005 bevestigd door de geraadpleegde psychiater, Dr. F.M. , en heeft geleid tot de onmiddellijke opname van de heer S. in een psychiatrisch centrum, ge¬volgd door een gedwongen opname in een gesloten afdeling vanaf 1 december
- De door de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen in een andere, gelijkaar¬dige gerechtsprocedure aangestelde gerechtspsychiater, Dr. S.W., is tot dezelfde conclusie gekomen (ernstig manisch toestandsbeeld reeds aanwezig vanaf september 2005 en verergerd in de daaropvolgende weken). Gelet op de psychische ziekte waar de heer S. aan leed en tengevolge waarvan hij niet helder van geest was en geen redelijke en afgewogen beslissing kon nemen, is de toestemming die hij heeft gegeven om de handelshuurover¬eenkomst te sluiten manifest aangetast door een (intern) wilsgebrek. Hierbij wordt opgemerkt dat de heer S. pas bij beslissing van de vrederechter van Lier van 12 januari 2006 onder voorlopig bewind werd geplaatst en vanaf dan in rechte handelingsonbekwaam is geworden. In tegenstelling tot wat de vrederechter heeft aangenomen, heeft de wilsonbe¬kwaamheid in hoofde van de afgevaardigd bestuurder van een vennootschap niet automatisch de nietigheid tot gevolg van de rechtshandelingen die hij in naam en voor rekening van de vennootschap heeft gesteld. De afgevaardigd bestuurder van een vennootschap treedt op in naam en voor rekening van de vennootschap en is dus de lasthebber van de vennootschap. Krachtens artikel 20 van de statuten van (de eiseres) wordt de vennootschap ten aanzien van derden rechtsgeldig verbonden door de afgevaardigd bestuurder die alleen mag optreden. Overeenkomstig artikel 3, d. van de statuten bestaat het doel van de vennootschap ondermeer uit het huren en verhuren van onroerende goederen. Het optreden van de heer S. bij het aangaan van de handelshuur met (de verweerders) kaderde dus wel degelijk binnen de grenzen van zijn mandaat en binnen het statutair doel van de vennootschap. Volgens constante rechtspraak en rechtsleer heeft het feit dat een lasthebber wilsonbekwaam is of wordt, geen enkele invloed op de gehoudenheid van de lastgever, in casu de vennootschap, ten aanzien van de met de lasthebber handelende derde, op voorwaarde dat de lasthebber binnen de grenzen van zijn mandaat gehandeld heeft. De lasthebber neemt immers geen persoonlijke ver¬bintenissen op zich; het contract komt rechtstreeks tot stand tussen de derde medecontractant en de lastgever. In de verhouding tussen de onbekwame lasthebber en degene die hij ten aanzien van de lastgever verbindt, doet de noodzaak tot bescherming van de onbekwame niet ter zake, vermits hij, handelend in naam en voor rekening van de lastgever, geenszins zijn eigen vermogen verbindt (A. Wylleman, Contracteren en procederen met wilsonbekwamen en wilsge¬stoorden, Kluwer, p. 359-360; B. Tilleman, Lastgeving, Story 1997, p. 52-53). Derhalve is de handelshuurovereenkomst tussen (de eiseres) en (de verweerders) rechtsgeldig tot stand gekomen en is er geen reden om deze overeenkomst nietig te verklaren. Het incidenteel beroep is op dit vlak gegrond". Grieven Luidens artikel 1984 van het Burgerlijk Wetboek is lastgeving een handeling, waarbij een persoon aan een ander de macht geeft om iets voor de lastgever en in zijn naam te doen. Het contract komt slechts tot stand door de aanneming van de lasthebber. Ingevolge artikel 1998 van het Burgerlijk Wetboek is de lastgever gehouden de verbintenissen na te komen, die de lasthebber overeenkomstig de hem verleende macht heeft aangegaan. Hij is niet gehouden tot hetgeen daarbuiten mocht zijn gedaan, dan voor zover hij zulks uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft bekrachtigd. Overeenkomstig artikel 1990 van het Burgerlijk Wetboek kunnen ontvoogde minderjarigen tot lasthebber worden gekozen, maar de lastgever heeft geen vorderingen tegen zodanige lasthebber dan overeenkomstig de algemene regels betreffende de verbintenissen van minderjarigen. Algemeen wordt aanvaard dat, ingevolge artikel 1990 van het Burgerlijk Wetboek, niet alleen ontvoogde minderjarigen maar alle handelingson¬bekwamen tot lasthebber kunnen worden gekozen. De lasthebber handelt im¬mers in naam en voor rekening van de lastgever, zodat de beschermingsregeling voor handelingsonbekwamen geen toepassing dient te vinden, vermits de lasthebber in principe enkel de lastgever en niet zichzelf bindt. Uit het artikel 1990 van het Burgerlijk Wetboek vloeit bijgevolg voort dat de lastgeving, toevertrouwd aan een handelingsonbekwame, geen invloed heeft op de verplichtingen van de lastgever tegenover de derde met wie de han¬delingsonbekwame lasthebber, binnen de perken van zijn mandaat, heeft ge¬handeld. De lastgever draagt inderdaad het risico wanneer hij een handelingson¬bekwame als lasthebber kiest. Het artikel 1990 van het Burgerlijk Wetboek is echter niet van toepassing wanneer de lastgever een handelingsbekwame lasthebber aanstelt die, in de loop van de uitvoering van zijn mandaat, feitelijk onbekwaam of "wilsonbekwaam" wordt om nog rechtshandelingen te stellen. Tot de geldigheid van een overeenkomst is, ingevolge het artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek, inderdaad de toestemming vereist van de partij die zich verbindt. Wordt de overeenkomst aangegaan door een persoon die hande¬lingsbekwaam is maar die, bij gebrek aan voldoende intellectuele capaciteiten, feitelijk onbekwaam is om zich een volwaardige wil te vormen en dus "wilsonbe¬kwaam" is, dan is die overeenkomst, ingevolge artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek, relatief nietig bij afwezigheid van toestemming van de partij die zich verbindt. Bij lastgeving wordt de lastgever verbonden door de toestemming van de lasthebber die binnen de perken van zijn mandaat met een derde con¬tracteert en zulks ingevolge de artikelen 1984 en 1998 van het Burgerlijk Wetboek. Om te onderzoeken of de overeenkomst, aangegaan door een handelingsbekwaam lasthebber, al dan niet relatief nietig is wegens afwezigheid van toestemming, dient bijgevolg, in beginsel, de wil van de lasthebber in acht te worden genomen en niet de wil van de lastgever vermits het, ingevolge de verte¬genwoordiging, de wil van de lasthebber is die rechtens geldt als de wil van de lastgever en vermits artikel 1990 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op een handelingsbekwame lasthebber. Een overeenkomst, gesloten door een handelingsbekwaam lastheb¬ber, handelend binnen de perken van zijn mandaat, zal bijgevolg relatief nietig zijn wanneer die lasthebber, op het ogenblik van de wilsuiting, mentaal niet in staat is zich een volwaardige wil te vormen in de zin van artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek. Met overname van de feiten, zoals uiteengezet door de eerste rech¬ter, stelden de appelrechters vast dat de heer N.S. op de algemene vergadering van de eiseres van 1 juni 2003 werd herbenoemd tot bestuurder en tevens tot afgevaardigde bestuurder
(1)en dat de verweerders op 26 oktober 2005 een handelshuurovereenkomst sloten met de eiseres, daarbij vertegenwoordigd door de heer N.S. als haar afgevaardigde bestuurder
(2)(bestreden vonnis p. 1, nr. 1.2 en vonnis van de eerste rechter, p. 2, voorlaatste lid en p. 3, tweede lid). De appelrechters stelden tevens vast dat het optreden van de heer N.S. , bij het aangaan van de handelshuur met de verweerders, kaderde binnen de grenzen van zijn mandaat en binnen het statutair doel van de vennootschap
(3)en dat hij aldus was opgetreden als lasthebber van de vennootschap (bestreden vonnis p. 3, derde laatste en voorlaatste lid). De naamloze vennootschap kan inderdaad, ingevolge de artikelen 61, §1, en 525 van het Wetboek van Vennootschappen, wat haar dagelijks bestuur aangaat, worden vertegenwoordigd door de persoon aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen. Zij is, overeenkomstig artikel 526 van het Wetboek van Vennootschappen, verbonden door de handelingen van deze persoon die, lui¬dens artikel 527 van hetzelfde wetboek, overeenkomstig het gemeen recht ver¬antwoordelijk is voor de vervulling van zijn opdracht. De aansprakelijkheid uit hoofde van het dagelijks bestuur wordt bijgevolg ten aanzien van hem aan wie het is opgedragen, bepaald overeenkomstig de regels van de lastgeving, zoals beslist door de appelrechters. Zoals blijkt uit de vaststellingen van het bestreden vonnis dient de heer N.S. als niet-toerekeningsvatbaar te worden beschouwd op de datum van het ondertekenen van de handelshuurovereenkomst met de verweerders, nl. op 26 oktober 2005, gelet op de psychische ziekte waar hij aan leed en tengevolge waarvan hij niet helder van geest was en geen redelijke en afgewo¬gen beslissing kon nemen zodat de toestemming die hij heeft gegeven om de handelshuurovereenkomst te sluiten, manifest is aangetast door een intern wilsgebrek, waarbij door de appelrechters tevens wordt opgemerkt dat de heer N.S. pas bij beslissing van de vrederechter van Lier van 12 januari 2006 onder voorlopig bewind werd geplaatst en pas vanaf dan in rechte handelingson¬bekwaam is geworden (bestreden vonnis p. 3, nr. 2.2, eerste en tweede lid). Uit die vaststellingen vloeit voort dat de heer N.S. hande¬lingsbekwaam was op het ogenblik dat hij werd aangesteld als lasthebber in zijn hoedanigheid van afgevaardigde bestuurder van de eiseres (nl. op 1 juni 2003) en bij het aangaan van de litigieuze handelshuurovereenkomst (nl. op 26 oktober 2005), maar dat de toestemming gegeven door hem als lasthebber om die handelshuurovereenkomst te sluiten, manifest is aangetast door een intern wilsge¬brek. De appelrechters beslisten bijgevolg ten onrechte dat het feit dat een lasthebber "wilsonbekwaam" is of wordt, geen enkele invloed heeft op de gehoudenheid van de lastgever (de eiseres) ten aanzien van de met de lasthebber handelende derde (de verweerder) omdat in de verhouding tussen de "onbekwame" lasthebber en de derde de noodzaak tot bescherming van de onbekwame niet ter zake doet. De heer N.S. was immers, naar de vaststellingen van de appelrechters, handelingsbekwaam op het ogenblik dat hij als lasthebber door de eiseres werd aangesteld zodat de eiseres niet diende in te staan voor het risico van de aanstelling van een handelingsonbekwame lasthebber conform artikel 1990 van het Burgerlijk Wetboek. Uit de vaststellingen van de appelrechters blijkt bo¬vendien dat de toestemming op 26 oktober 2005 gegeven door de heer N.S. om de handelshuurovereenkomst te sluiten, "manifest aangetast (was) door een (intern) wilsgebrek". De appelrechters konden bijgevolg niet wettelijk beslissen dat deze handelshuurovereenkomst rechtsgeldig is totstandgekomen vermits een overeenkomst, gesloten door een handelingsbekwame lasthebber, handelend binnen de perken van zijn mandaat, relatief nietig is wanneer die lasthebber, zoals in casu, op het ogenblik van de wilsuiting niet meer in staat was zich een volwaar¬dige wil te vormen. Door op grond van de concrete omstandigheden, vastgesteld in het bestreden vonnis en weergegeven in het middel, niettemin te beslissen dat er geen reden is om de handelshuurovereenkomst van 26 oktober 2005 nietig te verklaren, schenden de appelrechters de artikelen 1108, 1984, 1990 en 1998, en voor zoveel als nodig 1234, 1304, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek evenals de artikelen 61, §1, 525, 526 en 527 van het Wetboek van Vennootschappen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Krachtens artikel 1984 van het Burgerlijk Wetboek is lastgeving een handeling, waarbij een persoon aan een ander de macht geeft om iets voor de lastgever en in zijn naam te doen. Krachtens artikel 1108, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek is de toestemming van de partij die zich verbindt, vereist tot de geldigheid van een overeenkomst. 2. Hieruit volgt dat de lastgever wegens een gebrek in zijn toestemming, de nietigheid kan vorderen van de rechtshandeling die door de lasthebber is gesteld op een ogenblik dat deze feitelijk wilsonbekwaam was geworden terwijl hij het niet was bij zijn aanstelling. 3. De appelrechters oordelen dat: - de toestemming die N.S., afgevaardigd bestuurder van de eiseres, heeft gegeven om de handelshuurovereenkomst te sluiten manifest aangetast was door een intern wilsgebrek gelet op de psychische ziekte waaraan hij leed en tengevolge waarvan hij niet helder van geest was en geen redelijke en afgewogen beslissing kon nemen; - het feit dat een lasthebber wilsonbekwaam is of wordt, geen enkele invloed heeft op de gehoudenheid van de lastgever, in casu de eiseres, ten aanzien van de met de lasthebber handelende derde, op voorwaarde dat de lasthebber binnen de grenzen van zijn mandaat heeft gehandeld. 4. De appelrechters, die op deze gronden oordelen dat de handelshuurovereenkomst tussen de eiseres en de verweerders rechtsgeldig tot stand is gekomen en de eiseres niet vermocht aan te voeren dat de handelshuurovereenkomst nietig was, schenden de voormelde wetsbepalingen. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, zitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Stassijns, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 7 januari 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100107.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div