← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100112.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100112.2 Rolnummer: P.09.1266.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2010-01-25 Raadplegingen: 898 - laatst gezien 2026-07-02 21:12 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Krachtens artikel 2244 Burgerlijk Wetboek vormt een dagvaarding voor het gerecht, betekend aan hem die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, burgerlijke stuiting; met een dagvaarding voor het gerecht wordt ook een burgerlijke partijstelling voor de strafrechter bedoeld

(1).
(1)Cass., 12 maart 2008, AR P.07.1523.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080312.5, A.C., 2008, nr. 171. Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Burgerlijke vordering voor de strafrechter UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing - Stuiting Vrije woorden: Burgerlijke partijstelling voor de strafrechter Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing - Stuiting Vrije woorden: Verjaring - Burgerlijke partijstelling voor de strafrechter Fiches 3 - 4 Een dagvaarding stuit de verjaring voor de vordering die ze inleidt en voor de vorderingen die daarin virtueel begrepen zijn, zodat een vordering ingesteld tot vergoeding van een deel van de schade die door een misdrijf is veroorzaakt, de verjaring stuit ten aanzien van het deel van de schade uit datzelfde misdrijf, dat niet onmiddellijk het voorwerp is van de vordering
(1).
(1)Zie Cass., 24 april 1992, AR 7673, A.C., 1991-92, nr.
  1. Thesaurus CAS: VERJARING - ALGEMEEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing - Stuiting Vrije woorden: Dagvaarding - Burgerlijke stuiting - Draagwijdte van de gevolgen van de stuiting Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Burgerlijke vordering voor de strafrechter UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing - Stuiting Vrije woorden: Burgerlijke partijstelling voor de strafrechter - Burgerlijke partijstelling tot vergoeding van een deel van de schade veroorzaakt door het misdrijf - Stuiting van de verjaring Tekst van de beslissing Nr. P.09.1266.N
  2. W S, burgerlijke partij,
  3. A D, burgerlijke partij, eisers, met als raadsman mr. Johan Persyn, advocaat bij de balie te Brugge, met kantoor te 8000 Brugge, Zwijnstraat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen ZEEBRUGSE BEHANDELINGSMAATSCHAPPIJ nv, met zetel te 9042 Gent (Sint-Kruis-Winkel), Skaldenstraat 1, beklaagde, verweerster, met als raadslieden mr. Yves Tavernier en mr. Marc Ryckman, advocaten bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 25 juni
  4. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Ontvankelijkheid
  5. De verweerster werpt een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel op: het middel is nieuw.
  6. Het middel voert onder meer schending aan van artikel 2244 Burgerlijk Wetboek. Met de redenen vermeld onder de randnummers 1 tot 4 (arrest, p. 4), geven de appelrechters te kennen dat de verjaring van de vordering tot vergoeding van de materiële schade niet werd gestuit door de burgerlijke partijstelling.
  7. Het middel waarin een schending wordt aangevoerd van een wetsbepaling waarvan de feitenrechter toepassing heeft gemaakt, is niet nieuw. De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen. Middel zelf
  8. Het middel voert schending aan van artikel 2244 Burgerlijk Wetboek en artikel 807 Gerechtelijk Wetboek: het arrest dat onterecht oordeelt dat de gevorderde morele schade en de gevorderde materiële schade een verschillende oorzaak hebben, houdt ten onrechte geen rekening met het stuitend karakter van de burgerlijke partijstelling.
  9. Krachtens artikel 26 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering verjaart de burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek of van de bijzondere wetten die van toepassing zijn op de rechtsvordering tot vergoeding van schade. Zij kan echter niet verjaren vóór de strafvordering. Krachtens artikel 2244 Burgerlijk Wetboek vormt een dagvaarding voor het gerecht, betekend aan hem die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, burgerlijke stuiting. Met een dagvaarding voor het gerecht wordt ook een burgerlijke partijstelling voor de strafrechter bedoeld.
  10. Een dagvaarding stuit de verjaring voor de vordering die ze inleidt, en voor de vorderingen die daarin virtueel begrepen zijn. Een vordering ingesteld tot vergoeding van een deel van de schade die door het misdrijf is veroorzaakt, stuit de verjaring ten aanzien van het deel van de schade dat niet onmiddellijk het voorwerp is van de vordering.
  11. De stuiting door de burgerlijke partijstelling strekt zich niet uit tot een eis met een andere oorzaak. De oorzaak van de vordering is het geheel van feiten en handelingen waarop de partij die ze instelt, haar vordering laat steunen. De oorzaak van een burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf is aldus het schadeverwekkend misdrijf waarop de burgerlijke partijstelling is gesteund.
  12. Het arrest oordeelt dat de verjaring van de vordering tot vergoeding van de materiële schade niet werd gestuit door de burgerlijke partijstelling, op grond dat de vordering die door de burgerlijke partijstelling werd ingeleid, alleen de vergoeding van morele schade tot voorwerp heeft en de morele schade die de eisers ingevolge het misdrijf lijden, een andere oorzaak heeft dan de materiële schade die zij ingevolge hetzelfde misdrijf lijden. Het arrest dat met miskenning van het rechtsbegrip "oorzaak van de vordering", niet wettig oordeelt dat de burgerlijke partijstelling de verjaring van de vordering tot vergoeding van de materiële schade niet heeft gestuit, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  13. De overige grieven die niet tot ruimere cassatie of tot cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de vordering van de eisers verjaard verklaart wat de eis tot betaling van de materiële schade betreft en uitspraak doet over de kosten. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eisers in de helft van de kosten en de verweerster in de overige helft. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Begroot de kosten op 126,33 euro, waarvan 96,33 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 12 januari 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100112.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160418.1 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170424.3 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241218.2F.10 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250328.1N.8 ECLI:BE:CTBRL:2022:ARR.20221214.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080312.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120607.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170328.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.