← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100112.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100112.5 Rolnummer: P.09.1666.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-01-25 Raadplegingen: 206 - laatst gezien 2026-07-02 21:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit artikel 47sexies, § 1 en 3, 3°, Wetboek van Strafvordering volgt dat van zodra met betrekking tot bepaalde misdrijven waarvan vastgesteld wordt dat er ernstige aanwijzingen tot het plegen ervan bestaan, een onderzoek is ingesteld, een machtiging tot observatie kan worden verleend voor het waarnemen van de strafbare gedragingen van de personen die bij die misdrijven betrokken zijn op de plaatsen waar die strafbare gedragingen worden gepleegd, wat inhoudt dat de observatie kan worden toegestaan voor alle strafbare feiten door een organisatie en haar leden begaan, alle feiten en omstandigheden ter voorbereiding of voltrekking van die misdrijven en op alle plaatsen waar de leden van de organisatie kunnen worden aangetroffen en waar strafbare feiten worden gepleegd of vermoed; wanneer er aanwijzingen zijn dat de vervolgde misdrijven gepleegd worden door meerdere nog niet-geïdentificeerde personen op uitgestrekte gebieden, levert een algemene beschrijving van de geobserveerde personen, zaken, plaatsen of gebeurtenissen bedoeld in artikel 47sexies, § 3, 3°, Wetboek van Strafvordering, geen miskenning op van de door dat artikel bepaalde specificiteit. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Opsporingsonderzoek - Bijzondere opsporingsmethoden - Algemeen Vrije woorden: Bijzondere opsporingsmethoden - Observatie - Machtiging tot observatie - Verplichte vermeldingen - Beschrijving van het voorwerp van de observatie Tekst van de beslissing Nr. P.09.1666.N A P A K J V C, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadslieden mr. Nathalie Buisseret en mr. Sven Mary, advocaten bij de balie te Brussel, en mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent, tegen VREYSEN HOLDING nv, met zetel te 2321 Meer, Amsterdamstraat 50, burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 2 november

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 47sexies, § 3, 3°, Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat de oorspronkelijke machtiging tot observatie verleend door de onderzoeksrechter geen blanco machtiging is en bijgevolg niet nietig is; aldus miskent het arrest de specificiteitvereiste waaraan de machtiging tot observatie moet voldoen.
  3. Artikel 47sexies, § 3, 3°, Wetboek van Strafvordering bepaalt: "De machtiging tot observatie is schriftelijk en vermeldt (...) 3°, de naam of indien dit niet bekend is, een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de geobserveerde persoon of personen, alsmede van de zaken, plaatsen of gebeurtenissen bedoeld in § 1". Het eerste lid van de eerste paragraaf van datzelfde artikel bepaalt: "Observatie in de zin van dit wetboek is het stelselmatig waarnemen door een politieambtenaar van één of meerdere personen, hun aanwezigheid of gedrag, of van bepaalde zaken, plaatsen en gebeurtenissen."
  4. Uit deze bepalingen volgt dat van zodra met betrekking tot bepaalde misdrijven waarvan vastgesteld wordt dat er ernstige aanwijzingen tot het plegen ervan bestaan, een onderzoek is ingesteld, een machtiging tot observatie kan worden verleend voor het waarnemen van de strafbare gedragingen van de personen die bij die misdrijven betrokken zijn op de plaatsen waar die strafbare gedragingen worden gepleegd. Dit houdt in dat de observatie kan worden toegestaan voor alle strafbare feiten door een organisatie en haar leden begaan, alle feiten en omstandigheden ter voorbereiding of voltrekking van die misdrijven en op alle plaatsen waar de leden van de organisatie kunnen worden aangetroffen en waar strafbare feiten worden gepleegd of vermoed. Wanneer er aanwijzingen zijn dat de vervolgde misdrijven gepleegd worden door meerdere nog niet-geïdentificeerde personen op uitgestrekte gebieden, levert een algemene beschrijving van de geobserveerde personen, plaatsen of gebeurtenissen bedoeld in artikel 47sexies, § 3, 3°, Wetboek van Strafvordering, geen miskenning op van de door dat artikel bepaalde specificiteit.
  5. Zoals blijkt uit eisers conclusie die in het middel is weergegeven, stelt de machtiging vast dat er ernstige aanwijzingen bestaan van mededaderschap aan invoer, handel en bezit van verdovende middelen en dat er contacten zijn vastgesteld met personen uit het drugmilieu en met personen uit het maritieme milieu en het havenbedrijf. Verder zegt de machtiging dat de contactpersonen dienen te worden geïdentificeerd en de verdachten, de illegale goederen en opslagruimten dienen te worden gelokaliseerd evenals de gebruikte voertuigen. De machtiging wordt dan verleend teneinde een observatie te doen op alle strafbare feiten door een organisatie en haar leden begaan, alle feiten en omstandigheden ter voorbereiding of voltrekking van die delicten, alle plaatsen waar de leden der organisatie kunnen worden aangetroffen en waar strafbare feiten kunnen worden gepleegd en vermoed en alle omstandigheden die kunnen bijdragen tot de waarheidsvinding.
  6. Het arrest oordeelt: "Rekening houdende op het ogenblik van de verlening van de machtiging tot observatie, met het grootschalig, georganiseerd en internationaal karakter van de invoer van verdovende middelen, te weten de invoer van grote hoeveelheden verdovende middelen via de haven van Antwerpen, het groot aantal betrokken personen waarvan een groot aantal nog nader diende te worden geïdentificeerd, en de uitgestrektheid in duur en plaats, is in casu de door de onderzoeksrechter gehanteerde omschrijving geen blanco machtiging en beantwoordt zij hier wel degelijk aan de vereisten van artikel 47septies Sv." Met die redenen geeft het arrest te kennen dat de machtiging tot observatie betrekking heeft op de misdrijven die het voorwerp uitmaken van het onderzoek of op alle misdrijven die er verband mee houden, alsmede op de plaatsen waar zij worden gepleegd of waarvoor daartoe vermoedens zijn. Aldus is de beslissing dat de machtiging geen blanco machtiging is, maar beantwoordt aan de vereisten van artikel 47sexies wetboek van Strafvordering, naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  7. Het middel voert miskenning aan van de motiveringsplicht: het arrest beantwoordt eisers conclusie niet.
  8. In zoverre het middel de machtiging tot verlenging van 15 april 2004 aanvecht, is het niet gericht tegen het arrest en is het niet ontvankelijk.
  9. Het feit dat de rechter op een verweer anders antwoordt dan hetgeen dat verweer aanvoert, levert geen miskenning van de motiveringsplicht op. In zoverre faalt het middel naar recht.
  10. De rechter hoeft niet te antwoorden op elk argument dat ter ondersteuning van een middel wordt aangewend, maar zelf geen afzonderlijk verweer uitmaakt. De door het middel vermelde argumenten waren bij conclusie aangevoerd ter ondersteuning van eisers verweer dat de machtiging tot verlenging van de observatie niet regelmatig gemotiveerd is en dat de observatie ook werd uitgevoerd op andere personen dan deze die vermeld zijn in de oorspronkelijke machtiging. Het arrest (p. 6, r.o 3.4.) beantwoordt het bedoelde verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 66,53 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 12 januari 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100112.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.