id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100114.1 Rolnummer: C.09.0591.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-02-02 Raadplegingen: 519 - laatst gezien 2026-07-02 21:44 Versie(s): Vertaling FR Fiche De banden die bestaan tussen een rechter en zijn collega's van een zelfde gerecht kunnen bij de partijen en bij derden een wettige verdenking doen ontstaan over de strikte onpartijdigheid van de rechters die over de zaak uitspraak moeten doen, wanneer een van de betrokken partijen zelf rechter is in de rechtbank die uitspraak moet doen; wanneer de betrokken rechter ook benoemd is in de andere rechtbanken van hetzelfde rechtsgebied, verwijst het Hof de zaak naar een rechtbank van een ander rechtsgebied
(1)Zie Cass., 4 april 2003, AR C.03.0077.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030404.12, A.C., 2003, nr. 228; Cass., 28 sept. 2006, AR C.06.0422.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060928.8, www.cass.be. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - BEVOEGDHEID - Onttrekking van de zaak - Gronden Vrije woorden: Onttrekking van de zaak aan de rechter - Gewettigde verdenking Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 648, 2°, 650 en 658 Tekst van de beslissing Nr. C.09.0591.N DB INVEST, met zetel te 2100 Antwerpen, Tweemontstraat 202, verzoekster tot onttrekking van de zaak aan de rechter, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verzoekster woonplaats kiest, in de zaak C.I., rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, als eiseres, tegen DB INVEST, met zetel te 2100 Antwerpen, Tweemontstraat 202, als verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De verzoeker heeft op 20 november 2009 een verzoek neergelegd tot onttrekking van de zaak met notitienummer 09/6410/A toebedeeld aan rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen wegens gewettigde verdenking. Het Hof heeft bij arrest van 26 november 2009 het verzoek niet kennelijk onontvankelijk verklaard. Verschillende leden van de rechtbank hebben de mening geuit dat de zaak beter aan de rechtbank zou worden onttrokken. Een lid van de rechtbank meent dat dit verzoek niet gegrond is. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 648, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, kan een vordering tot onttrekking van de zaak aan de rechter worden ingesteld op grond van wettige verdenking.
- Het verzoekschrift is gebaseerd op de omstandigheid dat de zaak waarvan de onttrekking wordt gevraagd een vordering betreft waarin I.C. achterstallige erelonen vordert tegen haar vroegere cliënten, ereloonstaten die haar vroegere cliënten betwisten.
- Uit de verklaring van de leden van de rechtbank blijkt dat zij zich, op één uitzondering na, verenigen met de redenen van het verzoekschrift en niet wensen dat de zaak in Antwerpen zou worden behandeld. De banden die bestaan tussen een rechter en zijn collega's van een zelfde gerecht kunnen, in een zaak zoals deze, bij de partijen en bij derden een wettige verdenking doen ontstaan over de strikte onpartijdigheid van de rechters die over de zaak uitspraak moeten doen, wanneer een van de betrokken partijen zelf rechter is in de rechtbank die uitspraak moet doen.
- Het verzoek is gegrond.
- Rechter C. is ook benoemd in de rechtbanken van Mechelen en Turnhout. Een verwijzing naar één van die rechtbanken is niet aangewezen. Dictum Het Hof, Onttrekt de zaak nummer 09/6410/A aan de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Leuven. Veroordeelt de Belgische Staat in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van nul euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Alain Smetryns en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 14 januari 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100114.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030404.12 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060928.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div