id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100118.4 Rolnummer: C.09.0250.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2010-02-08 Raadplegingen: 483 - laatst gezien 2026-07-02 21:14 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100118.4 Fiche 1 Uit artikel 88 Wet Landverzekeringsovereenkomst, artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 december 1992 en de artikelen 24, 25 en 25, 3°, b van de modelovereenkomst gevoegd bij dit koninklijk besluit, volgt dat de W.A.M.- verzekeraar, behoudens afwijkende overeenkomst ten gunste van de verzekeringnemer, de verzekerde of derden, over een recht van verhaal beschikt zoals bepaald in de artikelen 24 en 25 van de modelovereenkomst. Voor zover zij er niet contractueel van zijn afgeweken, hetgeen alleen toegelaten is in het voordeel van de verzekerde, de verzekeringnemer of derden, worden de partijen bij een W.A.M.-verzekeringsovereenkomst immers geacht de toepassing van de bepalingen van de modelovereenkomst, waaronder deze met betrekking tot het verhaal van de verzekeraar op hun overeenkomst te hebben aanvaard
(1).
(1)Zie de concl. van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Regresvordering Vrije woorden: Verzekeraar - Recht van verhaal - Modelovereenkomst - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 25-06-1992 - Art. 88 Koninklijk Besluit - 14-12-1992 - Art. 1 Koninklijk Besluit - 14-12-1992 - Artt. 24, 25 en 25, 3°, b Fiche 2 De regeling dat de W.A.M.-verzekeraar dan ook niet hoeft te bewijzen dat de verzekeringsovereenkomst een recht van verhaal bedingt in de gevallen opgesomd in artikel 25 van de modelovereenkomst, maar het overeenkomstig artikel 870 van het Gerechtelijk Wetboek integendeel aan de verzekeringnemer of de verzekerde is die aanvoert dat in zijn voordeel van de regeling van de artikelen 24 en 25 van de modelovereenkomst is afgeweken om te bewijzen dat dergelijke afwijking bepaald is in de verzekeringsovereenkomst, is niet in strijd met artikel 88 Wet landverzekeringsovereenkomst volgens welke de verzekeraar zich het recht van verhaal kan voorbehouden, vermits de Koning overeenkomstig artikel 19 van de wet van 9 juli 1975 gemachtigd is de algemene voorwaarden voor de W.A.M.-verzekeringsovereenkomst te regelen en de bij koninklijk besluit van 14 december 1992 opgelegde modelovereenkomst niet inhoudt dat de verzekeraar steeds verplicht zou zijn een recht van verhaal op te nemen
(1).
(1)Zie de concl. van het openbaar ministerie. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Regresvordering Vrije woorden: Verzekeraar - Recht van verhaal - Bewijslast - Verhouding tussen de W.A.M. en de modelovereenkomst Wettelijke bepalingen: Wet - 25-06-1992 - Art. 88 Koninklijk Besluit - 14-12-1992 - Art. 1 Koninklijk Besluit - 14-12-1992 - Artt. 24, 25 en 25, 3°, b Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 870 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal MORTIER. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Regresvordering Vrije woorden: Verzekeraar - Recht van verhaal - Modelovereenkomst - Toepassing Verzekeraar - Recht van verhaal - Bewijslast - Verhouding tussen de W.A.M. en de modelovereenkomst Tekst van de beslissing Nr. C.09.0250.N FIDEA, naamloze vennootschap, met zetel te 2018 Antwerpen, Van Eycklei 14, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- V. G.
- V. K. verweerders, in aanwezigheid van
- L. M.
- E. S. in gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de vonnissen, op 23 mei 2007 en 3 december 2008 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 780, 5°, van het Gerechtelijk Wetboek, bevat het vonnis, op straffe van nietigheid, behalve de gronden en het beschikkend gedeelte, de vermelding en de datum van de uitspraak in openbare terechtzitting.
- Het vonnis dat geen vermelding bevat dat het in openbare terechtzitting is uitgesproken, is niet nietig wanneer de uitspraak in openbare terechtzitting uit het zittingsverslag blijkt.
- Te dezen blijkt uit het "proces-verbaal van de openbare terechtzittingen" van 3 december 2008 dat de voorzitter van de kamer het vonnis heeft uitgesproken.
- Het middel dat aanvoert dat uit geen enkel stuk van het dossier van de rechtspleging, ook niet uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 december 2008, de uitspraak in openbare terechtzitting van het bestreden vonnis van 3 december 2008 kan worden afgeleid, mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Krachtens artikel 88 Wet Landverzekeringsovereenkomst kan de aansprakelijkheidsverzekeraar, voor zover hij volgens de wet of de verzekeringsovereenkomst de prestaties had kunnen weigeren of verminderen, zich een recht van verhaal voorbehouden tegen de verzekeringnemer, en indien daartoe grond bestaat, tegen de verzekerde die niet de verzekeringnemer is. Voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen is dit recht van verhaal geregeld in de artikelen 24 en 25 van de modelovereenkomst gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, dat uitgevaardigd is krachtens artikel 19 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, op grond waarvan de Koning gemachtigd is de algemene voorwaarden van de verzekeringscontracten te regelen. Artikel 25, 3°, b), van deze modelovereenkomst bepaalt dat de verzekerings-maatschappij een recht van verhaal heeft op de verzekeringnemer en, indien daartoe grond bestaat, op de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, wanneer, op het ogenblik van het schadegeval, het rijtuig bestuurd wordt door een persoon die niet voldoet aan de voorwaarden die de Belgische wet en reglementen voorschrijven om dat rijtuig te besturen. Krachtens artikel 1 van het voormelde koninklijk besluit van 14 december 1992, moeten de overeenkomsten betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen beantwoorden aan de bepalingen van de bij dit besluit gevoegde modelovereenkomst en kan alleen ervan afgeweken worden ten gunste van de verzekeringnemer, de verzekerde of elke derde die bij de uitvoering van de overeenkomst betrokken is, zonder afbreuk te doen aan de dwingende bepalingen van de Wet Landverzekerings-overeenkomst.
- Uit deze bepalingen volgt dat de WAM-verzekeraar, behoudens afwijkende overeenkomst ten gunste van de verzekeringnemer, de verzekerde of derden, over een recht van verhaal beschikt zoals bepaald in de artikelen 24 en 25 van de modelovereenkomst. Voor zover zij er niet contractueel van zijn afgeweken, hetgeen alleen toegelaten is in het voordeel van de verzekerde, de verzekeringnemer of derden, worden de partijen bij een WAM-verzekeringsovereenkomst immers geacht de toepassing van de bepalingen van de modelovereenkomst, waaronder deze met betrekking tot het verhaal van de verzekeraar, op hun overeenkomst te hebben aanvaard. De WAM-verzekeraar hoeft dan ook niet te bewijzen dat de verzekerings-overeenkomst een recht van verhaal bedingt in de gevallen opgesomd in artikel 25 van de modelovereenkomst. Overeenkomstig artikel 870 van het Gerechtelijk Wetboek, is het integendeel aan de verzekeringnemer of de verzekerde, die aanvoert dat in zijn voordeel van de regeling van de artikelen 24 en 25 van de modelovereenkomst is afgeweken, om te bewijzen dat dergelijke afwijking bepaald is in de verzekeringsovereenkomst.
- Deze regeling is niet in strijd met artikel 88 Wet Landverzekerings-overeenkomst volgens welke de verzekeraar zich het recht van verhaal kan voorbehouden vermits de Koning overeenkomstig artikel 19 van de voormelde wet van 9 juli 1975 gemachtigd is de algemene voorwaarden voor de WAM-verzekeringsovereenkomst te regelen en de bij koninklijk besluit van 14 december 1992 opgelegde modelovereenkomst niet inhoudt dat de verzekeraar steeds verplicht zou zijn een recht van verhaal op te nemen.
- De appelrechters stellen vast dat de eiseres een door de verzekeringnemer ondertekend exemplaar voorlegt van de bijzondere voorwaarden van de verzekeringsovereenkomst betreffende de bromfiets waarmee de tweede verweerder een verkeersongeval heeft veroorzaakt, terwijl hij een passagier vervoerde zonder de vereiste minimum leeftijd van 18 jaar te hebben bereikt. Zij stellen vast dat er in de bijzondere voorwaarden geen sprake is van een bedongen recht van verhaal en dat de eiseres niet bewijst welke algemene voorwaarden bij de bijzondere voorwaarden horen. Zij oordelen dat de eiseres als verzekeringsmaatschappij nog steeds dient te bewijzen dat zij zich een recht van verhaal heeft voorbehouden, hetgeen zij niet doet en dat de vordering van de eiseres tegen de verweerders dan ook ongegrond is.
- De appelrechters verantwoorden aldus hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Omvang cassatie
- De vernietiging van de beslissing over de regresvordering van de eiseres tegen de verweerders, brengt de vernietiging mede van de beslissing over de vordering tot vrijwaring van de verweerders tegen de in gemeenverklaring van het arrest opgeroepen partijen, die er het gevolg van is. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden vonnissen in zoverre zij uitspraak doen over de regresvordering van de eiseres tegen de verweerders, over de vordering tot vrijwaring van de verweerders tegen M. L. en S. E. en over de kosten. Verklaart dit arrest bindend ten aanzien van M. L. en S. E.. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde vonnissen. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren, zitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 18 januari 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100118.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100118.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100305.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div