id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100119.8 Rolnummer: P.09.1340.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-02-08 Raadplegingen: 190 - laatst gezien 2026-07-02 21:16 Versie(s): Vertaling FR Fiche Geen enkele bepaling van de Taalwet Gerechtszaken vereist dat de woonplaats van de partijen uitsluitend in de taal van de woonplaats en niet in de taal van de procedure mag worden vermeld. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - Vonnissen en arresten. Nietigheden - Strafzaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Algemeen (taalgebruik in gerechtzaken) Vrije woorden: Vermelding van de woonplaats van de partijen - Taal van de procedure Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 - Art. 37 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Nr. P.09.1340.N
- G. B. beklaagde,
- C. R. P. J. beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Dimitri Vantomme, advocaat bij de balie te Kortrijk, tegen
- ABC INTERIEUR nv, met zetel te 8930 Menen, Krommebeekstraat 19, burgerlijke partij,
- ALMARISK nv, met zetel te 9820 Merelbeke, Guldensporenpark 45 E, burgerlijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, vakantiekamer, van 24 juli
- De eisers voeren in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen "11 en volgende", "24 en volgende" en 37 Taalwet Gerechtszaken: de eerste eiser woont in "Tournai", een eentalig Franstalige gemeente; het arrest schendt de Taalwet Gerechtszaken door als woonplaats van de eerste eiser de gemeente "Doornik" te vermelden terwijl de gemeente "Tournai" heet; het arrest dient dan ook overeenkomstig artikel 40 Taalwet Gerechtszaken "vernietigd" te worden.
- Geen enkele bepaling van de Taalwet Gerechtszaken vereist dat de woonplaats van de partijen uitsluitend in de taal van de woonplaats en niet in de taal van de procedure mag worden vermeld. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 37ter Strafwetboek, evenals miskenning van de motiveringsplicht: in tegenstelling tot de beslissing over de tweede eiser bevat het bestreden arrest geen motivering voor de weigering van het opleggen van een werkstraf voor de eerste eiser.
- Het bestreden arrest vermeldt onder de rubrieken 2.1.3 en 2.1.4 de redenen waarom de appelrechters oordelen dat er geen aanleiding is om een werkstraf aan de eerste eiser op te leggen maar wel een deels effectieve gevangenisstraf en een geldboete. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest, mist feitelijke grondslag. Derde middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen "1315 en volgende", 1343 en 1353 Burgerlijk Wetboek: het bestreden arrest vermocht niet aan een eenzijdig opgestelde lijst van de burgerlijke partij "bewijskracht" te verlenen op basis van een vermoeden van oprechtheid van die partij.
- In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen "1315 en volgende" Burgerlijk Wetboek zonder nadere precisering waarin de beweerde wetschendingen zouden bestaan, is het wegens onduidelijkheid niet ontvankelijk.
- De bewijsregels van het Burgerlijk Wetboek zijn, behoudens in te dezen niet toepasbare gevallen, niet van toepassing in strafzaken. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 1343 en 1353 Burgerlijk Wetboek, faalt het naar recht.
- De omstandigheid dat de appelrechters de bewijswaarde van de door een partij aangehaalde stukken anders beoordelen dan de eiser, houdt geen miskenning van de bewijskracht van die stukken in. In zoverre faalt het middel naar recht.
- De rechter in strafzaken beoordeelt onaantastbaar de bewijswaarde van de hem regelmatig overgelegde gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren. In zoverre het middel opkomt tegen die beoordeling, is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten op 113,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 19 januari 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100119.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.