id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 januari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100128.1 Rolnummer: C.08.0271.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2010-02-23 Raadplegingen: 187 - laatst gezien 2026-07-02 21:18 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de bepalingen van artikel 152, eerste en derde lid, van het decreet van het Vlaams Parlement van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening volgt niet dat het proces-verbaal van vaststelling, opgesteld na controle, ook verplicht is ingeval van niet-uitvoering of onvolledige uitvoering. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Inbreuken en sancties Vrije woorden: Herstelmaatregel - Proces-verbaal van vaststelling Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 152, eerste en derde lid Tekst van de beslissing Nr. C.08.0271.N T. G., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor de Provincie West-Vlaanderen, met kantoor te 8000 Brugge, Werkhuisstraat 9, die woonplaats kiest bij gerechtsdeurwaarder Michel Vandemoortele, met kantoor te 8000 Brugge, Leopold II-laan 51, verweerder,
- VANDEMOORTELE MICHEL, gerechtsdeurwaarder, met kantoor te 8000 Brugge, Leopold II-laan 51, verweerder, opgeroepen in bindendverklaring van het arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 12 februari 2008 gewezen door het hof van beroep te Gent. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 152, eerste lid, van het decreet van het Vlaams Parlement van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, brengt de overtreder de stedenbouwkundig inspecteur en het college van burgemeester en schepenen onmiddellijk, bij aangetekende brief of bij afgifte tegen ontvangstbewijs, op de hoogte indien hij de opgelegde herstelmaatregel vrijwillig heeft uitgevoerd; daarop wordt door de stedenbouwkundig inspecteur onmiddellijk en na controle ter plaatse een proces-verbaal van vaststelling opgemaakt. Krachtens het derde lid van die wetsbepaling geldt, behoudens bewijs van het tegendeel, enkel het proces-verbaal van vaststelling, als bewijs van het herstel en van de datum van het herstel.
- Uit deze bepalingen volgt niet dat het proces-verbaal van vaststelling, opgesteld na controle, ook verplicht is ingeval van niet-uitvoering of onvolledige uitvoering. In zoverre het onderdeel uitgaat van het tegendeel, faalt het naar recht.
- De eiser voerde voor de appelrechters aan dat de dwangsom hoe dan ook niet kon verbeuren voor het beantwoorden door de eerste verweerder van het aangetekend schrijven van 5 juli 2004 van de eiser en het opmaken van het door artikel 152 van voormeld decreet opgelegde proces-verbaal van vaststelling. Nadat zij eerder reeds hadden aangenomen dat het vaststaat en ook niet betwist wordt dat op het einde van de gestelde termijn de opgelegde herstelmaatregel niet volledig was uitgevoerd, oordelen de appelrechters dat voormeld verweer onjuist is en dat overeenkomstig het arrest van 13 september 2002, dat terzake de uitvoerbare titel uitmaakt, enkel de niet-uitvoering van de opgelegde herstelmaatregel binnen de welbepaalde uitvoeringstermijn de dwangsommen doet verbeuren en niet het opmaken van het proces-verbaal van vaststelling waarvan sprake in artikel
- In zoverre het onderdeel dit antwoord onvolledig citeert, berust het op een onvolledige lezing en mist het feitelijke grondslag.
- Verder zijn de redenen van het arrest in verband met een proces-¬verbaal van vaststelling naar aanleiding van het schrijven van 5 juli 2004 van de eiser en het niet kunnen opmaken van voormeld proces-verbaal ten overvloede gegeven. Als gericht tegen een overtollig motief is het onderdeel in zoverre niet ontvankelijk.
- De aangevoerde schending van artikel 1385bis van het Gerechtelijk Wetboek en van het algemeen beginsel van het verbod van rechtsmisbruik is afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 152 van voormeld decreet. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel gaat uit van onderscheiden rechtsgevolgen van het opstellen van een proces-verbaal van vaststelling en van de hieraan voorafgaande controle.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat dit onderscheid voor de appelrechters was aangevoerd. Het onderdeel is nieuw en dienvolgens niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 629,29 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 28 januari 2010 uitgesproken door raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100128.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div