← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100201.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100201.2 Rolnummer: C.09.0349.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2010-02-23 Raadplegingen: 497 - laatst gezien 2026-07-02 21:20 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 1.1 en 2.

  1. van het Verdrag van Rome van 7 oktober 1952 betreffende de schade door buitenlandse luchtvaartuigen aan derden op het aardoppervlak veroorzaakt, volgt dat de schade waarvoor de exploitant overeenkomstig het verdrag aansprakelijk is, alleen die schade is die het rechtstreeks gevolg is van een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig of van een daaruit vallende persoon of zaak, en die niet uitsluitend te wijten is aan het feit dat het luchtvaartuig door het luchtruim vliegt overeenkomstig de geldende bepalingen betreffende het luchtverkeer. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Algemeen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Fout - de schuld - Objectieve aansprakelijkheid Vrije woorden: Schade veroorzaakt door een luchtvaartuig - Objectieve aansprakelijkheid van de exploitant Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 07-10-1952 - Artt. 1.1 en 2.1 Thesaurus CAS: LUCHTVAART UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Fout - de schuld - Objectieve aansprakelijkheid Vrije woorden: Schade veroorzaakt door een luchtvaartuig - Objectieve aansprakelijkheid van de exploitant Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 07-10-1952 - Artt. 1.1 en 2.1 Fiche 3 De partij die schadevergoeding vordert van de exploitant van het luchtvaartuig op grond van het Verdrag van Rome van 7 oktober 1952 moet, overeenkomstig artikel 1315, eerste lid B.W., bewijzen dat het schadegeval beantwoordt aan de omschrijving bepaald in artikel 1 van dit verdrag, zodat het aan deze partij behoort te bewijzen dat de schade het rechtstreeks gevolg is van een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig of van een daaruit vallende persoon of zaak, en dat zij niet uitsluitend te wijten is aan het feit dat het luchtvaartuig door het luchtruim vliegt overeenkomstig de geldende bepalingen betreffende het luchtverkeer. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Fout - de schuld - Objectieve aansprakelijkheid Vrije woorden: Luchtvaart - Schade veroorzaakt door een luchtvaartuig - Bewijs Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1315, eerste lid Verdrag of internationale overeenkomst - 07-10-1952 - Art. 1.1 Tekst van de beslissing Nr. C.09.0349.N BALLOONING, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 9250 Waasmunster, Lentelaan 11, eiseres, vertegenwoordigd door mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 6000 Charleroi, Rue de l'Athénée 9, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen B. A., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 7 november 2008 gewezen door het hof van beroep te Gent. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 13 januari 2010 verwezen naar de derde kamer. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Tweede onderdeel
  2. Krachtens artikel 1.1 van het Verdrag van Rome van 7 oktober 1952 betreffende de schade door buitenlandse luchtvaartuigen aan derden op het aardoppervlak veroorzaakt, goedgekeurd door de wet van 14 juli 1966, heeft elke persoon die op het aardoppervlak schade lijdt, onder de bij dit verdrag bepaalde voorwaarden, recht op vergoeding enkel en alleen door het feit dat het vaststaat dat de schade te wijten is aan een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig of aan een daaruit vallende persoon of zaak. Er bestaat echter geen aanleiding tot vergoeding, indien de schade niet het rechtstreekse gevolg is van het feit dat ze veroorzaakt heeft of indien zij alleen te wijten is aan het feit dat het luchtvaartuig door het luchtruim vliegt overeenkomstig de geldende bepalingen betreffende het luchtverkeer. Artikel 2.1 van dit verdrag bepaalt dat de verplichting tot vergoeding van de in artikel 1 van dit verdrag bedoelde schade rust op de exploitant van het luchtvaartuig.
  3. Uit deze bepalingen volgt dat de schade waarvoor de exploitant overeenkomstig het verdrag aansprakelijk is, alleen die schade is die het rechtstreekse gevolg is van een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig of van een daaruit vallende persoon of zaak, en die niet uitsluitend te wijten is aan het feit dat het luchtvaartuig door het luchtruim vliegt overeenkomstig de geldende bepalingen betreffende het luchtverkeer.
  4. Overeenkomstig artikel 1315, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat hij die de uitvoering van een verbintenis vordert, het bestaan daarvan moet bewijzen, moet de partij die schadevergoeding vordert van de exploitant van het luchtvaartuig op grond van het voormelde verdrag bewijzen dat het schadegeval beantwoordt aan de omschrijving bepaald in artikel 1 van dit verdrag. Het behoort dus aan deze partij te bewijzen dat de schade het rechtstreekse gevolg is van een zich in de lucht bevindend luchtvaartuig of van een daaruit vallende persoon of zaak, en dat zij niet uitsluitend te wijten is aan het feit dat het luchtvaartuig door het luchtruim vliegt overeenkomstig de geldende bepalingen betreffende het luchtverkeer.
  5. De appelrechter stelt vast dat de verweerder aanvoert dat de eiseres aansprakelijk is voor de schade aan de weideafsluiting en aan zijn veulen, dat panikeerde ten gevolge van het te laag vliegen van een luchtballon van de eiseres. Hij oordeelt dat het schadegeval beheerst wordt door het Verdrag van Rome van 7 oktober 1952 en dat het aan de bestuurder van het luchtvaartuig is om te bewijzen dat de aangevoerde schade niet het rechtstreekse gevolg is van de vlucht of dat hij gevlogen heeft overeenkomstig de geldende bepalingen van het luchtverkeer, in dit geval dat hij een hoogte van minstens 150 meter heeft aangehouden, en dat de eiseres niet bewijst dat haar ballonvaarder zich aan de geldende bepalingen van het luchtverkeer heeft gehouden.
  6. Op grond hiervan verantwoordt het arrest zijn beslissing dat de verweerder recht heeft op de volledige vergoeding van de door hem bewezen schade niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 1 februari 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100201.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130429.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.