id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100201.7 Rolnummer: S.09.0017.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2010-02-23 Raadplegingen: 615 - laatst gezien 2026-07-02 21:52 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit artikel 117, § 2, van de Programmawet van 30 december 1988 en artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 14 maart 1997 volgt dat een nieuwe indienstneming geen recht geeft op bedoelde bijdrageverminderingen wanneer zij niet gepaard gaat met enige reële werkgelegenheidsschepping in dezelfde technische bedrijfseenheid
(1).
(1)Zie Cass., 30 okt. 2006, AR S.05.0085.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061030.5, Pas., 2006/9-10, N° 524. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Sociale zekerheid - Werknemer - Verminderingen Vrije woorden: Werkgever - Nieuw in dienst genomen werknemer - Zelfde technische bedrijfseenheid - Bijdragevermindering Wettelijke bepalingen: Wet - 30-12-1988 - Art. 117, § 2 Koninklijk Besluit - 14-03-1997 - Art. 5 Fiche 2 Voor de toepassing van artikel 117, § 2, van de Programmawet van 30 december 1988 en artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 14 maart 1997 dient het bestaan van een technische bedrijfseenheid bepaald te worden op grond van sociale en economische criteria, wat betekent dat nagegaan moet worden of de entiteit waarin de nieuw in dienst genomen werknemer wordt tewerkgesteld sociaal en economisch verweven is met de entiteit waarin, in de loop van de 12 maanden voorafgaand aan zijn indienstneming, een werknemer werkzaam is geweest die hij vervangt
(1).
(1)Zie Cass., 30 okt. 2006, AR S.05.0085.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061030.5, Pas., 2006/9-10, N° 524; en Cass., 10 dec. 2007, AR S.07.0036.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071210.4, A.C., 2007, Nr
- Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Sociale zekerheid - Werknemer - Verminderingen Vrije woorden: Werkgever - Nieuw in dienst genomen werknemer - Bijdragevermindering - Zelfde technische bedrijfseenheid Wettelijke bepalingen: Wet - 30-12-1988 - Art. 117, § 2 Koninklijk Besluit - 14-03-1997 - Art. 5 Tekst van de beslissing Nr. S.09.0017.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen HBK CONSTRUCT, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 2323 Wortel, Rooimans 38, bus 2, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 19 september 2008 gewezen door het arbeidshof te Antwerpen. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Derde onderdeel
- Krachtens de bepalingen van de artikelen 115, 115bis en 116 van de Programmawet van 30 december 1988, kan de werkgever die aan de voorwaarden bepaald in artikel 117, §1, voldoet, genieten van een tijdelijke vermindering van de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid ter bevordering van de tewerkstelling voor de nieuw in dienst genomen werknemer die met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangenomen en die een netto-aangroei van het personeelsbestand uitmaakt. Krachtens de bepalingen van de artikelen 3, 4 en 6 van het koninklijk besluit van 14 maart 1997 houdende specifieke tewerkstellingsbevorderende maatregelen voor kleine en middelgrote ondernemingen met toepassing van artikel 7, §2, van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, kan de werkgever genieten van een tijdelijke vermindering van de werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid voor de tweede of derde nieuw in dienst genomen werknemer die na 31 december 1996 met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangenomen.
- Overeenkomstig artikel 117, §2, van de voormelde programmawet geniet de in §1 bedoelde werkgever niet van de tijdelijke vermindering van de werkgeversbijdragen indien de nieuw in dienst genomen werknemer een werknemer vervangt die in de loop van de twaalf kalendermaanden voorafgaand aan de indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam is geweest. Overeenkomstig artikel 5 van het voormelde koninklijk besluit van 14 maart 1997 geniet de in artikel 4, §1, bedoelde werkgever niet van de tijdelijke vermindering van de werkgeversbijdragen indien de nieuw in dienst genomen tweede of derde werknemer een werknemer vervangt die in de loop van de twaalf kalendermaanden voorafgaand aan de indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam is geweest.
- Uit deze bepalingen volgt dat een nieuwe indienstneming geen recht geeft op de bedoelde bijdrageverminderingen wanneer zij niet gepaard gaat met enige reële werkgelegenheidsschepping in dezelfde technische bedrijfseenheid.
- Voor de toepassing van artikel 117, §2, van de Programmawet van 30 december 1988 en artikel 5 van het voormelde koninklijk besluit van 14 maart 1997 dient het bestaan van een technische bedrijfseenheid bepaald te worden op grond van sociale en economische criteria. Dit betekent dat nagegaan moet worden of de entiteit waarin de nieuw in dienst genomen werknemer wordt tewerkgesteld, sociaal en economisch verweven is met de entiteit waarin, in de loop van de 12 maanden voorafgaand aan zijn indienstneming, een werknemer werkzaam is geweest die hij vervangt.
- Het arrest stelt vast dat: - de verweerster op 10 juni 2002 werd opgericht door N. K., die benoemd werd tot zaakvoerder, en haar echtgenoot, die op 1 februari 2003 werd aangesteld tot medezaakvoerder; - de vader van N. K. de eigenaar en zaakvoerder was van de bvba Kersbergen maar dat hun aanwezigheid en betrokkenheid in elkaars vennootschap niet is aangetoond; - geen beeld wordt geschetst van enige sociale verwevenheid tussen beide vennootschappen; - de bvba Kersbergen op 1 oktober 2002 failliet ging en de betrokken werknemers reeds voordien, namelijk in augustus 2002, bij deze bvba uit dienst zijn getreden; - deze werknemers door de verweerster pas in dienst werden genomen nadat ze een tijdje werkloos waren geweest; - enig verband tussen deze aanwerving en het faillissement niet bewezen is; - het onduidelijk blijft in welke mate enige bedrijvigheid van de bvba Kersbergen werd overgenomen of verder gezet door de verweerster; - het niet bewezen is dat de verweerster werven of klanten van de bvba Kersbergen heeft overgenomen; - de bedrijvigheid van beide firma's verwant was maar niet identiek; - de medeoprichter en medezaakvoerder van de verweerster uit de boedel van het faillissement materieel heeft gekocht dat hem ook dienstig kan zijn bij zijn activiteit in de verweerster, waaronder een leasingwagen; - de adressen van de beide firma's in dezelfde straat waren gelegen. Het arrest oordeelt dat het bestaan van een familieband tussen de zaakvoerder van de verweerster en de aandeelhouder - zaakvoerder van de bvba Kersbergen als dusdanig geen bewijs is van een eenheid tussen beide ondernemingen en leidt uit de voormelde vaststellingen af dat het bestaan van eenzelfde technische bedrijfseenheid tussen de verweerster en de bvba Kersbergen niet is aangetoond.
- Anders dan het onderdeel aanvoert, heeft het arrest uit de feitelijke omstandigheden die het aangeeft, met inbegrip van de in het onderdeel aangehaalde vaststellingen, naar recht en zonder schending van de in het onderdeel aangewezen wettelijke bepalingen kunnen afleiden dat het bestaan van eenzelfde technische bedrijfseenheid tussen de verweerster en de bvba Kersbergen niet is aangetoond. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het arrest dat vaststelt dat de bedrijvigheid van beide ondernemingen niet identiek maar wel verwant was en dat het niet bewezen is dat de verweerster werven of klanten van de bvba Kersbergen heeft overgenomen, oordeelt hiermee niet dat voor het bestaan van eenzelfde technische bedrijfseenheid is vereist dat de beide entiteiten identieke economische activiteiten verrichten, noch dat het noodzakelijk is dat werven of klanten werden overgenomen van de entiteit die zijn activiteiten heeft gestaakt. Het onderdeel dat op een onjuiste lezing van het arrest berust, mist aldus feitelijke grondslag. Eerste onderdeel
- De door het derde onderdeel vergeefs aangevochten globale beoordeling van de sociale en economische verwevenheid, schraagt de beslissing van het arrest dat het bestaan van eenzelfde technische bedrijfseenheid tussen de verweerster en de bvba Kersbergen niet is aangetoond. Het onderdeel dat alleen betrekking heeft op één van de beoordelingselementen voor het sociale criterium, kan, ook al was het gegrond, niet tot cassatie leiden. Het onderdeel is aldus, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 335,79 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van 1 februari 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100201.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260209.3F.5 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260209.3F.6 ECLI:BE:CTLIE:2022:ARR.20220830.1 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.088 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061030.5 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071210.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div