← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100211.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100211.4 Rolnummer: F.09.0059.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Overige Invoerdatum: 2010-03-04 Raadplegingen: 437 - laatst gezien 2026-07-02 21:24 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100211.4 Fiche De vermindering van het kadastraal inkomen bij toepassing van artikel 15, § 1, 1° en 2° van het W.I.B.

(1992), vereist dat het goed niet gebruikt wordt door omstandigheden buiten de wil van de eigenaar; het aanwenden van een pand voor het opbergen of stockeren van roerende goederen, tijdens de uitvoering van verbouwingswerken, sluit een gebruik niet uit in de zin van dit artikel
(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Inkomsten uit onroerende goederen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in belastingzaken - Vereiste vermeldingen FISCAAL RECHT - INKOMSTENBELASTING - PERSONENBELASTING - Grondslag - Onroerende goederen Vrije woorden: Kadastraal inkomen - Proportionele vermindering wegens onproductiviteit - Toepassingsvoorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 15, § 1, 1° en 2° - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Nr. F.09.0059.N D.R. P., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 10 februari 2009 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  1. Krachtens artikel 15, §1,1° en 2°, WIB92, wordt het kadastraal inkomen proportioneel verminderd naar verhouding tot de duur en de omvang van de onproductiviteit, van het ontbreken van het genot van inkomsten of van het verlies ervan wanneer een niet gemeubileerd gebouwd onroerend goed in de loop van het jaar gedurende ten minste 90 dagen volstrekt niet in gebruik is genomen en volstrekt geen inkomsten heeft opgebracht of wanneer materieel en outillage geheel, of voor een gedeelte dat ten minste 25 pct. van het kadastraal inkomen ervan vertegenwoordigt, in het jaar gedurende ten minste 90 dagen buiten werking zijn gebleven. De vermindering van het kadastraal inkomen bij toepassing van voormeld artikel 15, §1,1° en 2°, vereist dat het goed niet gebruikt wordt door omstandigheden buiten de wil van de eigenaar. Het aanwenden van een pand voor het opbergen of stockeren van roerende goederen, tijdens de uitvoering van verbouwingswerken, sluit een gebruik niet uit in de zin van artikel 15, §1,1°, WIB
  2. De appelrechters stellen vast dat de eiser tijdens het verloop van de werken aan het pand hoteluitrusting heeft aangeschaft om onmiddellijk te kunnen starten wanneer de vergunningen werden verkregen en dat deze uitrusting (bedden, matrassen) aanwezig was in het gebouw. Zij oordelen verder dat het feit dat er meubels in het pand van de eiser werden opgeslagen aantoont dat het pand vanaf 1 oktober 1997 dienstig was voor het opbergen van meubels en bijgevolg aan de eiser een bepaald voordeel verschafte en het gedeeltelijk werd gebruikt. De appelrechters schenden aldus artikel 15, §1,1° en 2°, WIB92 niet. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  3. De eiser voert verder schending aan van artikel 257,4°, WIB
  4. Bij gebrek aan nadere aanwijzingen geldt die vermelding als een verwijzing naar het WIB92 zoals het in voege was op het ogenblik van de instelling van het cassatieberoep.
  5. In het WIB92, zoals het toepasselijk is voor het Vlaams Gewest, bestaat er geen artikel 247,4°, met de inhoud omschreven door de eiser. Het middel is in zoverre het schending aanvoert van artikel 257,4°, van het WIB92, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 95,55 euro jegens de eisende partij en op de som van 83,05 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 11 februari 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100211.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100211.4 geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2013:ARR.20131218.9 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20141010.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.