← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100216.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100216.2 Rolnummer: P.09.1711.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Strafrecht Invoerdatum: 2010-02-18 Raadplegingen: 512 - laatst gezien 2026-07-02 21:24 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100216.2 Fiches 1 - 2 Wanneer de raadkamer door het openbaar ministerie gevorderd wordt om de procedure te regelen met betrekking tot een zaak die overeenkomstig de Jeugdbeschermingswet uit handen werd gegeven, moet de raadkamer, indien de betrokkene ervan verdacht wordt een correctionaliseerbare misdaad of wanbedrijf te hebben gepleegd, de zaak verwijzen naar een bijzondere kamer binnen de jeugdrechtbank als daartoe grond bestaat

(1).
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemene bepalingen STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Aanhangig maken - Dagvaarding Vrije woorden: Zaak uit handen gegeven door de jeugdrechtbank - Gerechtelijk onderzoek - Regeling van de procedure - Betrokkene verdacht van een correctionaliseerbare misdaad of wanbedrijf - Verwijzing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 76, vijfde lid, en 92, § 1, 7° Wet - 08-04-1965 - Art. 57bis, § 1 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemene bepalingen STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Aanhangig maken - Dagvaarding Vrije woorden: Zaak uit handen gegeven door de jeugdrechtbank - Gerechtelijk onderzoek - Regeling van de procedure - Betrokkene verdacht van een correctionaliseerbare misdaad of wanbedrijf - Verwijzing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 76, vijfde lid, en 92, § 1, 7° Wet - 08-04-1965 - Art. 57bis, § 1 Fiches 3 - 4 Conclusie van advocaat-generaal TIMPERMAN. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemene bepalingen STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Aanhangig maken - Dagvaarding Vrije woorden: Zaak uit handen gegeven door de jeugdrechtbank - Gerechtelijk onderzoek - Regeling van de procedure - Betrokkene verdacht van een correctionaliseerbare misdaad of wanbedrijf - Verwijzing Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemene bepalingen STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Taak onderzoeksrechter STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Aanhangig maken - Dagvaarding Vrije woorden: Zaak uit handen gegeven door de jeugdrechtbank - Gerechtelijk onderzoek - Regeling van de procedure - Betrokkene verdacht van een correctionaliseerbare misdaad of wanbedrijf - Verwijzing Tekst van de beslissing Nr. P.09.1711.N I V. K. beklaagde, gedetineerd, eiser, tegen
  1. A. M. burgerlijke partij,
  2. VOORUIT NR. 1 cvba, met zetel te 9000 Gent, Nieuwevaart 151, burgerlijke partij,
  3. L. V. burgerlijke partij, verweerders. II A. S. beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Anne Declerck, advocaat bij de balie van Gent, tegen
  4. VOORUIT NR. 1 cvba., reeds vermeld, burgerlijke partij,
  5. L. V., reeds vermeld, burgerlijke partij,
  6. HUIS VAN DE ECONOMIE vzw, met zetel te 9000 Gent, Kramersplein 15, burgerlijke partij,
  7. AUTOMATEN SERVICE VOLCKAERT nv, met zetel te 9620 Zottegem, Opstalstraat 21, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, bijzondere kamer recht doende in jeugdzaken, van 3 november
  8. De eiser I voert geen middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, één middel aan. Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eiser II
  9. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 13 Grondwet, artikel 57bis, § 1, Jeugdbeschermingswet, de artikelen 130, 179 en 182 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 76 en 101 Gerechtelijk Wetboek: het bestreden arrest oordeelt onterecht dat de berechting van de uit handen gegeven minderjarigen, waaronder de eiser, rechtsgeldig bij dagvaarding voor de bijzondere kamer binnen de jeugdrechtbank aanhangig werd gemaakt; bij beschikking van de raadkamer van 20 april 2009 werden de minderjarigen immers naar de correctionele rechtbank verwezen; het kwam bijgevolg de procureur des Konings niet toe om ondanks voormelde verwijzing naar de correctionele rechtbank, de betrokken minderjarigen te dagvaarden voor de bijzondere kamer binnen de jeugdrechtbank.
  10. Het middel bekritiseert niet de bevoegdheid van de bijzondere jeugdkamer, alleen de wijze waarop ze bij dagvaarding werd geadieerd.
  11. Krachtens artikel 3 Gerechtelijk Wetboek zijn de wetten op de rechterlijke organisatie, de bevoegdheid en de rechtspleging van toepassing op de hangende rechtsgedingen, zonder dat die worden onttrokken aan de instantie van het gerecht waarvoor zij op geldige wijze aanhangig zijn, en behoudens de uitzonderingen bij de wet bepaald.
  12. Krachtens de artikelen 76, vijfde lid, en 92, § 1, 7°, Gerechtelijk Wetboek worden de personen ten aanzien van wie overeenkomstig de Jeugdbeschermingswet een beslissing tot uithandengeving is genomen, ingeval van een correctionaliseerbare misdaad of een wanbedrijf berecht door een kamer bestaande uit drie rechters van de jeugdrechtbank, samengesteld zoals in artikel 78, derde lid, Gerechtelijk Wetboek is bepaald. Voormelde bepalingen over de bevoegdheid zijn in werking getreden op 1 oktober 2007 vooraleer de raadkamer door het openbaar ministerie gevorderd werd om de procedure te regelen. Bijgevolg diende de raadkamer deze bepalingen toe te passen en de uit handen gegeven minderjarigen naar de bijzondere jeugdkamer te verwijzen.
  13. Het openbaar ministerie dagvaardde voor de bijzondere jeugdkamer teneinde te verhelpen aan de nadelige gevolgen van de onregelmatige verwijzing.
  14. In zoverre de bekritiseerde onregelmatigheid in de dagvaarding uitsluitend het gevolg is van de onrechtmatige en niet-bestreden verwijzingsbeschikking, is het middel niet ontvankelijk.
  15. Waar, voor het overige, de bekritiseerde onregelmatigheid in de dagvaarding eisers belangen, inzonderheid diens recht op behandeling van zijn zaak door de bijzondere jeugdkamer, niet heeft kunnen schaden, kan het middel, ook al mocht het gegrond zijn, niet tot cassatie leiden. In zoverre is het middel evenmin ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen over de strafvordering.
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing bevat geen onregelmatigheden die de eiser kunnen schaden. Dictum Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten in het geheel op 206,12 euro waarvan de eisers elk 103,06 euro verschuldigd zijn. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 16 februari 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100216.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100216.2 Link JUSTEL: ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20091103.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.