id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100216.4 Rolnummer: P.10.0089.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-02-18 Raadplegingen: 197 - laatst gezien 2026-07-02 21:24 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100216.4 Fiche 1 De beslissing van de jeugdrechtbank betreffende de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de maatregelen, bedoeld in artikel 37, § 2, 2° tot 11°, Jeugdbeschermingswet, voor een bepaalde duur, uiterlijk tot de betrokkene de leeftijd van twintig jaar heeft bereikt, ten aanzien van personen die vervolgd worden wegens een als misdrijf omschreven feit, gepleegd vóór de volle leeftijd van achttien jaar, moet niet worden uitgesproken voorafgaand aan de dag waarop de betrokkene meerderjarig wordt
(1)Zie concl. O.M. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemene bepalingen Vrije woorden: Jeugdrechtbank - Maatregelen van bewaring, behoeding of opvoeding - Persoon vervolgd wegens misdrijf gepleegd vóór de volle leeftijd van achttien jaar - Verlenging van de maatregelen tot de betrokkene de leeftijd van twintig jaar heeft bereikt - Vordering van het openbaar ministerie - Beslissing betreffende die vordering - Tijdstip van de uitspraak Wettelijke bepalingen: Wet - 08-04-1965 - Artt. 36, 4°, en 37, § 2, 2° tot 11° en § 3, tweede lid, 1° Fiche 2 Artikel 37, § 3, tweede lid, 1°, Jeugdbeschermingswet, dat bepaalt dat de maatregelen bedoeld in artikel 37, § 2, 2° tot 11°, Jeugdbeschermingswet, verlengd kunnen worden voor een bepaalde duur, uiterlijk tot de betrokkene de leeftijd van twintig jaar heeft bereikt, ten aanzien van personen die vervolgd worden wegens een als misdrijf omschreven feit, gepleegd vóór de volle leeftijd van achttien jaar, vereist niet dat de als misdrijf omschreven feiten gepleegd werden na de leeftijd van zeventien jaar. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemene bepalingen Vrije woorden: Jeugdbeschermingswet - Maatregelen van bewaring, behoeding of opvoeding - Verlenging van de maatregelen tot de betrokkene de leeftijd van twintig jaar heeft bereikt - Artikel 37, § 3, tweede lid, 1° Wettelijke bepalingen: Wet - 08-04-1965 - Artt. 36, 4°, en 37, § 2, 2° tot 11° en § 3, tweede lid, 1° Fiche 3 Conclusie van advocaat-generaal TIMPERMAN. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - JEUGDRECHT - Jeugdbeschermingswet - Algemene bepalingen Vrije woorden: Jeugdrechtbank - Maatregelen van bewaring, behoeding of opvoeding - Persoon vervolgd wegens misdrijf gepleegd vóór de volle leeftijd van achttien jaar - Verlenging van de maatregelen tot de betrokkene de leeftijd van twintig jaar heeft bereikt - Vordering van het openbaar ministerie - Beslissing betreffende die vordering - Tijdstip van de uitspraak Tekst van de beslissing Nr. P.10.0089.N M. H. minderjarige, eiser, met als raadsman mr. Nathalie Van de Merlen, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, jeugdkamer, van 26 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, volgt dat: - de eiser die geboren is op 4 augustus 1991, verdacht wordt een als misdrijf omschreven feit zoals bedoeld in artikel 36, 4°, Jeugdbeschermingswet, te hebben gepleegd in de nacht van 22 op 23 juni 2007, vóór de volle leeftijd van achttien jaar; - de eiser, na uitlevering door Italië, bij vonnis van de jeugdrechtbank te Antwerpen van 9 december 2008, wordt toevertrouwd aan de gesloten gemeenschapsinstelling "De Kempen", afdeling "De Hutten", te Mol; - die maatregel behouden blijft voor een periode van zes maanden, ingevolge het vonnis van de jeugdrechtbank te Antwerpen van 28 april 2009, bevestigd bij arrest van het hof van beroep te Antwerpen, jeugdkamer, van 11 juni 2009; - het openbaar ministerie op 31 juli 2009 de verlenging van de plaatsingsmaatregel en de onder toezichtstelling van de eiser tot de leeftijd van 20 jaar, vordert; - het vonnis van de jeugdrechtbank te Antwerpen van 13 oktober 2009 de maatregel bevolen bij het vonnis van 28 april 2009 behoudt en daarbij zegt dat, enerzijds, de plaatsingsmaatregel zal gelden voor zes maanden, anderzijds, de eiser verlengd onder toezicht wordt gesteld tot de leeftijd van 20 jaar; - op het hoger beroep van de eiser, het hof van beroep te Antwerpen, jeugdkamer, dat vonnis bevestigt bij arrest van 26 november
- III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 37, § 3, tweede lid, 1° en 2°, Jeugdbeschermingswet: het arrest bevestigt onterecht het beroepen vonnis dat, enerzijds, de maatregel van toezicht verlengt tot de leeftijd van 20 jaar en, anderzijds, de maatregel van plaatsing verlengt voor een periode van zes maanden, omdat op het ogenblik van de verlenging van de maatregelen de eiser reeds meerderjarig was.
- Artikel 37, § 3, eerste lid, Jeugdbeschermingswet bepaalt dat de onder § 2, 2° tot 11°, van dat artikel bedoelde maatregelen een einde nemen wanneer de betrokkene de leeftijd van achttien jaar bereikt.
- Artikel 37, § 3, tweede lid, 1°, Jeugdbeschermingswet, bepaalt evenwel dat deze maatregelen, inzonderheid onder toezichtstelling en plaatsing in een openbare gemeenschapsinstelling van de minderjarige, verlengd kunnen worden voor een bepaalde duur, uiterlijk tot de betrokkene de leeftijd van twintig jaar heeft bereikt, ten aanzien van personen die vervolgd worden wegens een als misdrijf omschreven feit, gepleegd vóór de volle leeftijd van achttien jaar.
- Hetzelfde artikel bepaalt dat de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van die maatregelen binnen een termijn van drie maanden voorafgaand aan de dag waarop de betrokkene meerderjarig wordt, bij de rechtbank moet worden ingesteld. Daarbij is niet vereist dat de beslissing van de jeugdrechtbank betreffende die vordering, eveneens voorafgaand aan de dag waarop de betrokkene meerderjarig wordt, moet worden uitgesproken. Artikel 37, § 3, tweede lid, 1°, Jeugdbeschermingswet houdt evenmin de vereiste in dat de als misdrijf omschreven feiten gepleegd werden na de leeftijd van zeventien jaar. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 57,12 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 16 februari 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100216.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100216.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div