id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100218.10 Rolnummer: C.09.0342.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-03-04 Raadplegingen: 210 - laatst gezien 2026-07-02 21:25 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Door te beoordelen of een rechtsvordering het gezag van gewijsde miskent van een eerdere beslissing die door dezelfde rechter is gewezen, doet die rechter geen uitspraak over een zaak waarvan hij reeds vroeger kennis heeft genomen. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Berechting Vrije woorden: Eerdere beslissing door de rechter gewezen - Beoordeling door dezelfde rechter of een rechtsvordering die het gezag van gewijsde van die beslissing miskent Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 292, tweede lid en 828, 9° Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Behandeling van de zaak - Berechting Vrije woorden: Eerdere beslissing door de rechter gewezen - Beoordeling door dezelfde rechter of een rechtsvordering die het gezag van gewijsde van die beslissing miskent - Rechterlijke organisatie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 292, tweede lid en 828, 9° Tekst van de beslissing Nr. C.09.0342.N SINT-HUBERTUSHOF, naamloze vennootschap, met zetel te 3910 Neerpelt, Broekkant 23, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaat kiest, tegen G.N., verweerster, in aanwezigheid van V., in gemeen- en bindendverklaring van het tussen te komen arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 22 januari 2009 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Luidens artikel 292, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, is nietig, het vonnis gewezen door een rechter die vroeger bij het uitoefenen van een ander rechterlijk ambt kennis genomen heeft van de zaak.
- Artikel 828, 9°, van hetzelfde wetboek bepaalt dat iedere rechter kan worden gewraakt, indien de rechter raad gegeven, gepleit of geschreven heeft over het geschil; indien hij daarvan vroeger kennis heeft genomen als rechter of als scheidsrechter, behalve indien hij in dezelfde aanleg:
- heeft medegewerkt aan een vonnis of een uitspraak alvorens recht te doen;
- na uitspraak te hebben gedaan bij verstek, van de zaak kennis neemt op verzet;
- na uitspraak te hebben gedaan op een voorziening, later van dezelfde zaak kennis neemt in verenigde kamers.
- Door te beoordelen of een rechtsvordering het gezag van gewijsde miskent van een eerdere beslissing die door dezelfde rechter is gewezen, doet die rechter geen uitspraak over een zaak waarvan hij reeds vroeger kennis heeft genomen. Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat in het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 20 januari 2005 wordt vastgesteld dat de eiseres ondergeschikt de aanzuivering vorderde van de rekening-courant en dat de verweerster het bestaan van een rekening-courant waarvan de eiseres de aanzuivering jegens haar zou kunnen vragen, betwistte. Het arrest oordeelt dat uit de boeking onder de diverse kosten, niet blijkt dat de eiseres een vordering ten laste van de verweerster heeft en beslist dat het bestaan van een schuldvordering van de eiseres niet is aangetoond.
- Het onderdeel dat er geheel van uitgaat dat het arrest van 20 januari 2005 heeft vastgesteld dat de vordering van de eiseres uitsluitend werd ingesteld op grond van het in de overeenkomst van 20 maart 2001 opgenomen beding ten behoeve van een derde en dat dit arrest de vordering van de eiseres uitsluitend heeft afgewezen op grond van de nietigheid van de overeenkomst, berust op een onvolledige lezing van dat arrest. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Vordering tot bindendverklaring
- De verwerping van het cassatieberoep ontneemt alle belang aan de vordering tot gemeen- en bindendverklaring. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 904,22 euro jegens de eisende partij Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 18 februari 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100218.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div