id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100218.7 Rolnummer: C.08.0583.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2010-03-04 Raadplegingen: 591 - laatst gezien 2026-07-02 21:24 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Ook in hoger beroep laat artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek geen andere uitbreidingen of wijzigingen van de vordering toe dan deze die aan de voorwaarden van dit artikel voldoen. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Tusseneis - Nieuwe eis STRAFRECHT - GEESTESSTOORNIS - Commissie tot bescherming maatschappij Vrije woorden: Uitbreiding of wijziging van de vordering - Nieuwe vordering Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Thesaurus CAS: NIEUWE VORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Tusseneis - Nieuwe eis STRAFRECHT - GEESTESSTOORNIS - Commissie tot bescherming maatschappij Vrije woorden: Uitbreiding of wijziging van de vordering - Hoger beroep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Fiche 3 De rechter moet weliswaar over de bij hem aanhangige vordering uitspraak doen met inachtneming van de feiten die zich in de loop van het geding hebben voorgedaan en een weerslag hebben op het geschil, maar mag bij de beoordeling van nieuwe vorderingen de grenzen bepaald door artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek niet overschrijden
(1).
(1)Zie Cass., 20 mei 1999, AR C.97.0058.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990520.10, A.C., 1999, nr
- Thesaurus CAS: NIEUWE VORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Tussengeschillen - Tusseneis - Nieuwe eis STRAFRECHT - GEESTESSTOORNIS - Commissie tot bescherming maatschappij Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Uitbreiding of wijziging van de vordering - Feiten die zich in de loop van het geding hebben voorgedaan - Beoordeling door de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Tekst van de beslissing Nr. C.08.0583.N H.P., eiser, aan wie rechtsbijstand werd verleend op 30 oktober 2008, onder nummer G.08.0177.N, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, met kantoor te 1000 Brussel, Waterloolaan 115, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 25 juni 2008 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel gaat er volledig van uit dat het bestreden arrest de nieuwe vordering in hoger beroep afwijst op grond van de ontvankelijkheidsvoorwaarden van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek.
- Met het oordeel dat de nieuwe vordering niet kan ingesteld worden in het kader van huidige procedure, omdat het gaat om de uitvoering van een geheel andere maatregel, waarvan in de dagvaarding geen sprake is en de eiser de door hem opgestarte procedure in verband met de beslissing van de commissie tot bescherming van de maatschappij tot een residentiële reclassering niet kan aanwenden om thans de uitvoering van een totaal andere beslissing van ambulante reclassering te vorderen, geven de appelrechters te kennen dat de nieuwe vordering niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek kan de vordering die voor de rechter aanhangig is, uitgebreid of gewijzigd worden, indien de nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies, berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is. Krachtens artikel 1042 van het Gerechtelijk Wetboek, is voormeld artikel 807 van toepassing in hoger beroep. Uit die wetsbepalingen volgt dat artikel 807 ook in hoger beroep geen andere uitbreidingen of wijzigingen toelaat dan deze die aan de voorwaarden van dit artikel voldoen.
- De rechter moet weliswaar over de bij hem aanhangige vordering uitspraak doen met inachtneming van de feiten die zich in de loop van het geding hebben voorgedaan en een weerslag hebben op het geschil, maar mag bij de beoordeling van nieuwe vorderingen de grenzen bepaald door voormeld artikel 807 niet overschrijden. Het onderdeel dat van het tegendeel uitgaat faalt naar recht. Tweede middel
- De appelrechters verwerpen de vordering tot de nodige begeleiding en behandeling, in de strafinrichting in Merksplas, op grond dat deze vordering niet meer actueel en hoogdringend is gelet op de beslissing die op 18 februari 2008 door de Commissie tot bescherming van de Maatschappij is genomen om tot ambulante reclassering over te gaan, terwijl in afwachting de begeleiding in Merksplas kan volstaan.
- De reden die het middel bekritiseert dat de eiser op korte termijn Merksplas kan verlaten is ten overvloede gegeven. Het middel dat zijn kritiek steunt op een ten overvloede gegeven reden is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 127,46 euro jegens de eisende partij en op de som van 108,05 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 18 februari 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100218.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181019.3 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190329.3 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240916.3F.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990520.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190517.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201009.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div