← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100225.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100225.10 Rolnummer: C.08.0228.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Bestuursrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2010-03-24 Raadplegingen: 727 - laatst gezien 2026-07-02 21:27 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 6 Artikel 4 van de wet van 25 juli 2008 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit met het oog op het stuiten van de verjaring van de vordering tot schadevergoeding ten gevolge van een beroep tot vernietiging bij de Raad van State doet geen afbreuk aan de bepalingen van openbare orde die de cassatieprocedure regelen, meer bepaald deze omtrent de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, de memories en de middelen; noch het recht van verdediging, noch dit op een eerlijk proces zoals vervat in artikel 6.1 E.V.R.M. verantwoorden een afwijking terzake; de aanvullende memorie die buiten de op straffe van verval voorgeschreven termijn ter griffie werd neergelegd kan derhalve niet in overweging worden genomen

(1).
(1)Zie Cass., 2 april 2009, AR C.08.0343.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090402.14, www.cass.be., met concl. advocaat-generaal m.o. de Koster. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing Vrije woorden: Aanvullende memorie buiten de op straffe van verval voorgeschreven termijn - Raad van State - Beroep tot vernietiging - Vordering tot schadevergoeding - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1087 Wet - 25-07-2008 - Art. 4 Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing Vrije woorden: Beroep tot vernietiging - Vordering tot schadevergoeding - Verjaring - Stuiting - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1087 Wet - 25-07-2008 - Art. 4 Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing Vrije woorden: Raad van State - Beroep tot vernietiging - Vordering tot schadevergoeding - Verjaring - Stuiting - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1087 Wet - 25-07-2008 - Art. 4 Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Staat. Overheid UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing Vrije woorden: Raad van State - Beroep tot vernietiging - Vordering tot schadevergoeding - Verjaring - Stuiting - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1087 Wet - 25-07-2008 - Art. 4 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing Vrije woorden: Raad van State - Beroep tot vernietiging - Vordering tot schadevergoeding - Verjaring - Stuiting - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1087 Wet - 25-07-2008 - Art. 4 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing Vrije woorden: Eerlijk proces - Raad van State - Beroep tot vernietiging - Vordering tot schadevergoeding - Verjaring - Stuiting - Cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1087 Wet - 25-07-2008 - Art. 4 Fiches 7 - 9 Hoewel het feit dat de bij een dagvaarding bij een rechtbank van de rechterlijke orde ingestelde aansprakelijkheidsvordering tegen de Staat de verjaring stuit, heeft het beroep voor de Raad van State tot nietigverklaring van een administratieve handeling waarvan de onwettigheid de aansprakelijkheid van de Staat in het gedrang brengt, die uitwerking niet
(1).
(1)Cass., 2 april 2009, AR C.08.0343.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090402.14, www.cass.be., met concl. advocaat-generaal m.o. de Koster; Zie ook Cass., 25 okt. 2007, AR C.05.0255.N, www.cass.be., en Cass., 16 feb. 2006, AR C.05.0022.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060216.8, 2006, nr
  1. Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing Vrije woorden: Beroep tot nietigverklaring - Aansprakelijkheidsvordering tegen de Staat - Verjaring - Stuiting - Dagvaarding Wettelijke bepalingen: Wet - 25-07-2008 - Art. 101, eerste lid Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Stuiting UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing Vrije woorden: Aansprakelijkheidsvordering tegen de Staat - Raad van State - Beroep tot nietigverklaring - Dagvaarding Wettelijke bepalingen: Wet - 25-07-2008 - Art. 101, eerste lid Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - HERSTELPLICHT - Staat. Overheid UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERJARING (BURGERLIJK RECHT) - Stuiting en schorsing Vrije woorden: Raad van State - Beroep tot nietigverklaring - Aansprakelijkheidsvordering tegen de Staat - Verjaring - Stuiting - Dagvaarding Wettelijke bepalingen: Wet - 25-07-2008 - Art. 101, eerste lid Tekst van de beslissing Nr. C.08.0228.N V. F., eiser, vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 523, waar de eiser woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur, met kantoor te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 22 juni 2007 gewe¬zen door het hof van beroep te Gent. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de aanvullende memorie
  2. Krachtens artikel 1087 van het Gerechtelijk Wetboek kan de eiser, samen met zijn verzoekschrift, of, op straffe van verval, bin¬nen vijftien dagen na de betekening ervan, een memorie van toelich¬ting overleggen, die vooraf aan de verweerder is betekend en waarin de feiten worden uiteengezet en de cassatiemiddelen ontwikkeld.
  3. Te dezen werd het cassatieberoep betekend op 27 augustus 2008, terwijl de aanvullende memorie ter griffie werd neergelegd op 10 oktober 2008, hetzij buiten de op straffe van verval voorgeschreven termijn.
  4. De eiser voert aan dat de neerlegging van deze memorie ontvankelijk zou zijn gelet op de terugwerkende kracht van de wet van 25 juli 2008, zoals deze volgt uit artikel 4 van voormelde wet. Dit artikel bepaalt dat deze wet van toepassing is op beroepen tot vernietiging die bij de Raad van State zijn ingediend voor de inwerkingtreding ervan. Zij is evenwel niet van toepassing wanneer de vordering tot schadevergoeding voor de inwerkingtreding van deze wet verjaard is verklaard bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing waartegen geen cassatieberoep is ingediend.
  5. Dit artikel doet geen afbreuk aan de bepalingen van openbare orde die de cassatieprocedure regelen, meer bepaald deze omtrent de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, de memories en de middelen. Noch het recht van verdediging, noch dit op een eerlijk proces zoals vervat in artikel 6.1 EVRM verantwoorden een afwijking terzake.
  6. De aanvullende memorie kan derhalve niet in overweging worden genomen zoals aangevoerd door de verweerder. Middel zelf Eerste onderdeel
  7. Krachtens het te dezen toepasselijke artikel 101, eerste lid, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 17 juli 1991, in de door het onderdeel aangewezen versie ervan, wordt de verjaring van schuldvorderingen ten voordele van de Staat gestuit door een gerechtsdeurwaardersexploot, alsook door een schulderkenning van de Staat.
  8. Uit die bepaling, die de toepassing van artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek uitsluit, volgt dat, hoewel het feit dat de bij een dagvaarding bij een rechtbank van de rechterlijke orde, ingestelde aansprakelijkheidsvordering tegen de Staat de verjaring stuit, het beroep voor de Raad van State tot nietigverklaring van een administratieve handeling waarvan de onwettigheid de aansprakelijkheid van de Staat in het gedrang brengt, die uitwerking niet heeft. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  9. Anders dan het onderdeel aanvoert, blijkt geenszins dat de bestreden beslissing toepassing maakt van een beslissing van dit Hof van 16 februari
  10. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  11. De omstandigheid dat het arrest van dit Hof van 16 februari 2006 voor het eerst oordeelt dat een verzoekschrift tot nietigverklaring van een administratieve rechtshandeling voor de Raad van State de verjaring van het recht om voor de burgerlijk rechter schadevergoeding te vorderen wegens een onrechtmatige overheidsdaad, niet stuit noch schorst, impliceert niet dat de bepaling voorheen niet voldoende duidelijk was of de toepassing ervan niet voorzienbaar. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 669,08 euro jegens de eisende partij en op de som van 301,82 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 25 februari 2010 uitgesproken door raadsheer Eric Dirix, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100225.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100903.2 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160902.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060216.8 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090402.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.