← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100225.12

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100225.12 Rolnummer: C.09.0217.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Intellectuele eigendom Invoerdatum: 2010-03-24 Raadplegingen: 210 - laatst gezien 2026-07-02 21:28 Versie(s): Vertaling FR Fiche Voor de invulling van het begrip kwade trouw, in de zin van de bepaling die voorziet dat de inbreukmaker die te kwader trouw is, wordt veroordeeld tot de verbeurdverklaring van de nagemaakte voorwerpen en van de platen, vormen en matrijzen en andere gereedschappen die rechtstreeks gediend hebben tot het plegen van de namaking of, in voorkomend geval, tot de betaling van een som gelijk aan de prijs van deze voorwerpen of andere reeds overgedragen goederen, dient rekening gehouden te worden met al de relevante omstandigheden van het geval; zo een omstandigheid kan ook de houding zijn die de houder van het recht heeft ingenomen nadat hij kennis kreeg van de inbreuk op zijn recht waardoor bij de inbreukmaker twijfel kon ontstaan over de precieze omvang van de betrokken rechten. Thesaurus CAS: AUTEURSRECHT UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Auteursrecht en Naburige rechten - Auteursrecht - Beschermingsomvang auteursrecht Vrije woorden: Inbreuk - Kwade trouw - Begrip - Relevante omstandigheden - Houder van het recht - Houding na kennisname van de inbreuk Wettelijke bepalingen: Wet - 30-06-1994 - Art. 87, § 2, tweede lid Tekst van de beslissing Nr. C.09.0217.N

  1. STOKKE AS, vennootschap naar Noors recht, met zetel te 6260 Skodje (Noorwegen), Hahjem,
  2. O. P.,
  3. STOKKE BELGIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 2300 Turnhout, Parklaan 55, bus 25, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen NEW VALMAR, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 9030 Mariakerke, Mispelbilk 42, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 6 oktober 2008 gewezen door het hof van beroep te Gent. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Artikel 87, §2, tweede lid, van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten bepaalt, in zijn toepasselijke versie, dat de inbreukmaker die te kwader trouw is, wordt veroordeeld tot de verbeurdverklaring van de nagemaakte voorwerpen en van de platen, vormen en matrijzen en andere gereedschappen die rechtstreeks gediend hebben tot het plegen van de namaking of, in voorkomend geval, tot de betaling van een som gelijk aan de prijs van deze voorwerpen of andere reeds overgedragen goederen.
  5. Voor de invulling van het begrip kwade trouw in de zin van deze bepaling dient te worden rekening gehouden met al de relevante omstandigheden van het geval. Zo'n omstandigheid kan ook de houding zijn die de houder van het recht heeft ingenomen nadat hij kennis kreeg van de inbreuk op zijn recht waardoor bij de inbreukmaker twijfel kon ontstaan over de precieze omvang van de betrokken rechten.
  6. Het middel dat aanvoert dat met een dergelijke omstandigheid geen rekening kan worden gehouden, berust op een verkeerde rechtsopvatting. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
  7. De appelrechters oordelen enerzijds dat de verweerster een fout heeft begaan in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek door het auteursrecht van de eisers ook voor de periode die aan het arrest van 6 oktober 2003 voorafgaat, te schenden en anderzijds dat het oorzakelijk verband tussen deze fout en de door de eisers geleden schade doorbroken werd doordat zij lang hebben gewacht vooraleer op te treden.
  8. Door de vordering in schadevergoeding van de eisers voor de periode voorafgaand aan 6 oktober 2003 op deze grond af te wijzen wegens afwezigheid van oorzakelijk verband, schenden de appelrechters de voormelde wettelijke bepaling. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de vordering tot schadevergoeding van de eisers voor de periode voor 20 oktober
  9. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit raadsheer Eric Dirix, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 25 februari 2010 uitgesproken door waarnemend voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100225.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.