id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 februari 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100225.8 Rolnummer: C.08.0474.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Unierecht - Intellectuele eigendom - Overige Invoerdatum: 2010-03-24 Raadplegingen: 254 - laatst gezien 2026-07-02 21:28 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Wanneer een middel, voor het Hof, de vraag opwerpt of artikel 94 van de Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht, zoals gewijzigd door de Verordening (EG) nr. 873/2004 van de Raad van 29 april 2004, in samenhang gelezen met de artikelen 11.1., 13.1. tot en met 13.3., 16, 27 en 104 van de voornoemde Verordening (EG) nr. 2100/94, aldus moet worden uitgelegd dat de houder of de tot exploitatie gerechtigde persoon een vordering wegens inbreuk op het communautaire kwekersrecht kan instellen tegen eenieder die handelingen verricht met betrekking tot materiaal dat aan deze laatste werd verkocht of afgestaan door een licentiehouder, wanneer de beperkingen die in de licentieovereenkomst tussen de licentiehouder en de houder van het communautaire kwekersrecht, ingeval van verkoop van dat materiaal, werden bedongen, niet werden geëerbiedigd en, zo ja, of het voor de beoordeling van de inbreuk van belang is dat diegene die de handelingen verricht op de hoogte is of geacht wordt op de hoogte te zijn van die beperkingen, stelt het Hof de vraag tot uitlegging van die bepalingen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - PREJUDICIELE GESCHILLEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Kwekersrechten GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - EUROPEES RECHT - INSTELLINGEN VAN DE EU - Hof van Justitie van de Europese Unie - Europees procesrecht en rechtsbescherming - Prejudiciële geschillen Vrije woorden: Verordening (EG) nr. 2100/94 - Communautair kwekersrecht - Inbreuk - Houder - Vordering - Begrip - Uitlegging - Hof van Justitie - Hof van Cassatie - Prejudiciële vraag - Verplichting Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Kwekersrechten GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - EUROPEES RECHT - INSTELLINGEN VAN DE EU - Hof van Justitie van de Europese Unie - Europees procesrecht en rechtsbescherming - Prejudiciële geschillen Vrije woorden: Europese Unie - Verordening (EG) nr. 2100/94 - Communautair kwekersrecht - Inbreuk - Houder - Vordering - Begrip - Uitlegging - Hof van Justitie - Hof van Cassatie - Prejudiciële vraag - Verplichting Thesaurus CAS: MERKEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - INTELLECTUELE RECHTEN - Kwekersrechten GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - EUROPEES RECHT - INSTELLINGEN VAN DE EU - Hof van Justitie van de Europese Unie - Europees procesrecht en rechtsbescherming - Prejudiciële geschillen Vrije woorden: Internationaal privaatrecht - Europese Unie - Verordening (EG) nr. 2100/94 - Communautair kwekersrecht - Inbreuk - Houder - Vordering - Begrip - Uitlegging - Hof van Justitie - Hof van Cassatie - Prejudiciële vraag - Verplichting Tekst van de beslissing Nr. C.08.0474.N GREENSTAR-KANZI EUROPE, naamloze vennootschap, met zetel te 3800 Sint-Truiden, Tongersesteenweg 152, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen 1. H. J., 2. G. J., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 24 april 2008 gewezen door het hof van beroep te Antwerpen. Eerste Voorzitter Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. FEITEN De feiten kunnen ingevolge het bestreden arrest worden weergegeven als volgt: a. Kanzi is de naam die is gegeven aan een welbepaalde appelsoort, afkomstig van bomen van het ras Nicoter, om haar te onderscheiden van andere appelrassen of variëteiten. Nicoter brengt als enig appelboomras de Kanzi-appelen voort. b. In het Mededelingenblad van het Communautair Bureau voor plantenrassen van 15 juni 2001 werd de aanvraag door nv Nicolaï gepubliceerd voor het appelras Nicoter, gedaan op 27 april 2001. De kwekersrechten werden door Nicolaï ingebracht in Better3fruit op 3 september 2002. Volgens het Mededelingenblad ging het houderschap van het kwekersrecht over van Nicolaï naar Better3Fruit op 20 april 2004. c. Het merk Kanzi werd op 8 november 2001 gedeponeerd met als merkhouder Better3fruit (klassen 16 en 31). Als licentiehouder zijn de cvba EFC en de nv Greenstar Kanzi Europe vermeld. d. Ingevolge een licentieovereenkomst van 2003 heeft Better3fruit aan Nicolaï een exclusief recht verleend tot het kweken en verkopen van de Nicoterbomen met gebruik van de daaraan verbonden merken. In deze licentieovereenkomst is in artikel 6 bedongen dat Nicolaï "geen enkel licentieproduct zou overdragen of verkopen indien de betrokken tegenpartij niet voorafgaandelijk schriftelijk de teeltlicentie onder bijlage 6 onderschrijft (in geval van tegenpartij/teler) of de vermarketinglicentie vermeld onder bijlage 7 onderschrijft (in geval van tegenpartij/handelspartner)". De licentieovereenkomst afgesloten tussen Better3fruit en Nicolaï werd op 20 januari 2005 ontbonden. e. Volgens factuur nr. 240255 van 24 december 2004 verkocht Nicolaï 7000 appelbomen, omschreven als Kanzi-Nicoter-bomen aan J.H. , eerste verweerder. In deze koop-verkoop heeft H. zich niet verbonden tot naleving van bepaalde voorschriften met betrekking tot de teelt van Kanzi-appelen en de verkoop van de oogst. Op 4 december 2007 werd door de gerechtsdeurwaarder vastgesteld dat op de markt van Hasselt J.G. , de tweede verweerder, appelen te koop aanbood onder de benaming Kanzi die afkomstig bleken te zijn van H. . Op een tussen partijen betwiste datum verkreeg de eiseres, Greenstar Kanzi Europe (hierna GKE), opgericht op 5 mei 2004, de exclusieve exploitatierechten van het kwekersrecht op Nicoter en op de merknaam Kanzi wat de fruitteelt betreft. f. De eiseres leidde de oorspronkelijke vordering in waarbij de ingeroepen schending van het kwekersrecht en het merkenrecht hierop neerkomt dat de eiseres aan de eerste verweerder verwijt op onrechtmatige wijze Nicoter-bomen te hebben aangekocht en dus op onrechtmatige wijze Kanzi-appelen te hebben geteeld met de verdere afleiding dat het in de handel brengen van de oogst als Kanzi-appelen een inbreuk uitmaakt op de eerlijke handelspraktijken. g. De partijen gaan er kennelijk van uit dat de licentieovereenkomst in overeenstemming was met de voorwaarden van de vrije mededinging. III. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan Eerste middel Geschonden wetsbepalingen - artikel 19, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Aangevochten beslissing De appelrechters beslissen dat de vordering van de eiseres in zoverre die ertoe strekte te horen zeggen dat de verweerders door het (voorgenomen) gebruik van de beschermde merknaam Kanzi en de (voorgenomen) verkoop van appels onder deze beschermde benaming een inbreuk plegen op artikel 2.20 van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (hierna BVIE) juncto de artikelen 94/3 en 94/2/8° WHPC, de staking van bovenvermelde inbreukmakende praktijken te horen bevelen en de publicatie van het tussen te komen arrest te horen bevelen, niet ontvankelijk is, op grond van de volgende motieven: "De oorspronkelijke vordering gaat uit van (de eiseres). Deze is slechts de licentiehouder van het merk Kanzi. In zoverre gesteund op artikel 2.20, 7, b), BVIE, in samenhang met artikel 23, 8°, WHPC, was de vordering van (de eiseres) niet ontvankelijk. Het vorderingsrecht ex artikel 2.20, BVIE komt enkel de merkhouder zelf toe. Als licentienemer kon (de eiseres) geen stakingsvordering stellen gesteund op de beweerde merkinbreuken. Zij kan desgevallend schadevergoeding vorderen voor de beweerde merkinbreuk maar de inbreuk niet doen staken via artikel 93 WHPC nu zij niet de merkbescherming geniet zoals de merkhouder. Voor zoveel als nodig merkt het (hof van beroep) op dat de licentieovereenkomst in strijd met de beweringen van (de eiseres en de nv Better3fruit) overigens geen machtiging aan de licentiehouder bevat om via een stakingsvordering op te treden tegen eventuele merkinbreuken. Dergelijke machtiging kan niet afgeleid worden uit artikel 3.6 van de licentieovereenkomst afgesloten tussen EFC en (de eiseres) waarin enkel sprake is van een recht om rechtstreeks op te treden en vergoeding van schade, niet van het doen stoppen van de merkinbreuk. Het hoger beroep is in die mate gegrond". Grieven De eerste rechter had in zijn vonnis van 10 januari 2008 beslist dat een stakingsvordering kan worden ingesteld door de licentiehouder voor zover het nationale procesrecht toestaat dat een licentiehouder als gemachtigde van de merkhouder optreedt en dat het aan de nationale rechter is om het mandaat gegeven door de merkeigenaar te beoordelen op grond van de voorgelegde stukken. De eerste rechter had nog beslist dat "de overeenkomst die door (de eiseres) wordt voorgelegd (met verwijzing naar artikel 3.6 waarbij de bevoegdheid wordt verleend om ‘op te treden tegen (potentiële) inbreukmakers van Merken en/of Kwekersrechten') niet kan overtuigen om (de eiseres) te beschouwen als een gemachtigde van de merkhouder (d.i. B3F) aangezien (de eiseres) de toestemming krijgt van EFC (zelf licentiehouder van de merkhouder). Uit de preambule van de overeenkomst kan worden afgeleid dat EFC van de ‘nv Better3fruit een niet-overdraagbare exclusieve hoofdlicentie (heeft) verkregen, welke door EFC is aanvaard, om uitgangs-, voortkwekings- en overig plantenmateriaal van de rassen, voort te (doen) brengen en/of te (doen) leveren alsmede anderszins verder te doen verhandelen, en zulks met de bevoegdheid om sublicentieovereenkomsten af te sluiten'. Hieruit kan niet worden afgeleid dat B3F het recht om op te treden als gemachtigde van de merkeigenaar in het kader van stakingsvorderingen heeft verleend aan EFC". Aldus had de eerste rechter in zijn tussenvonnis van 10 januari 2008 impliciet, doch zeker beslist dat: - in zoverre de licentiehouder over een machtiging van de merkhouder beschikt, de licentiehouder wel degelijk een vordering kan instellen op grond van artikel 2.20.1 van het Beneluxverdrag van 25 februari 2005 inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen), goedgekeurd bij wet van 22 maart 2006; - in de licentieovereenkomst tussen EFC en de eiseres, en met name in artikel 3.6 van deze overeenkomst, EFC aan de eiseres de toestemming gaf om als gemachtigde van de merkhouder via een stakingsvordering op te treden tegen eventuele merkinbreuken, voor zover althans zou blijken dat de merkhouder aan EFC eveneens toestemming had verleend om op treden als gemachtigde van de merkhouder in het kader van een stakingsvordering tegen merkinbreuken. Deze beslissingen zijn eindbeslissingen in de zin van artikel 19, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Tegen het tussenvonnis werd door geen van de partijen hoger beroep ingesteld. In het bestreden arrest beslissen de appelrechters dat de eiseres als licentienemer geen stakingsvordering gesteund op de beweerde merkinbreuken kan instellen, zelfs niet ingeval zij hiertoe gemachtigd was door de merkhouder. De appelrechters beslissen verder dat uit artikel 3.6 van de licentieovereenkomst afgesloten tussen EFC en de eiseres niet kan worden afgeleid dat EFC aan de eiseres een machtiging verleende om via een stakingsvordering op te treden tegen eventuele merkinbreuken. Aldus doet het bestreden arrest opnieuw uitspraak over de beide hierboven genoemde geschilpunten waarover de eerste rechter, in zijn vonnis van 10 januari 2008 waartegen geen hoger beroep werd ingesteld, zijn rechtsmacht volledig had uitgeoefend en schendt het dan ook artikel 19, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Tweede middel Geschonden wetsbepalingen - de artikelen 11, 13, 16, 23, 27, 94 en 104 van de Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (PB L 227 van 1 september 1994); - de artikelen 774 en 1138, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek; - het algemeen rechtsbeginsel van de autonomie van de procespartijen in het burgerlijk geding (het beschikkingsbeginsel); - het algemeen rechtsbeginsel houdende de eerbied voor het recht van verdediging. Aangevochten beslissing De appelrechters verwerpen de vordering van de eiseres die ertoe strekte te horen zeggen voor recht dat de verweerders door het te koop aanbieden en verkopen van appels van het ras Nicoter onder de beschermde merknaam Kanzi, een inbreuk plegen op de kwekersrechten waarvan Better3fruit houder is, de staking te horen bevelen van bovenvermelde inbreukmakende praktijken en de publicatie van het tussen te komen arrest te horen bevelen, op grond van de volgende motieven: "1. Het (hof van beroep) bepaalt de relevante feiten ter oplossing van het geschil als volgt. In het Mededelingsblad van het Communautair Bureau voor plantenrassen van 15 juni 2001 werd de aanvraag door nv Nicolaï gepubliceerd voor het appelras Nicoter, gedaan op 27 april 2001. Uit de stukken van (de eiseres en Better3fruit) blijkt niet wanneer er een erkenning als kweker werd toegestaan. Uit stuk 11 van het dossier van (de verweerders) kan misschien afgeleid worden dat de erkenning maar plaatsvond op 15 augustus 2005. In het Mededelingsblad van 15 juni 2004 werd de wijziging betreffende de aanvrager, de vertegenwoordiger voor de procedure of de houder van een kwekersrecht gepubliceerd volgens welke vermelding het houderschap van het kwekersrecht van het appelras Nicoter per 20 april 2004 overging van Nicolaï naar Better3fruit. Volgens de aanduidingen in dit Mededelingsblad bleef Nicolaï geregistreerd als kweker. Om voormelde reden is niet duidelijk of het gaat om een wijziging van de aanvrager dan wel om de wijziging van identiteit van de houder van het reeds erkend kwekersrecht. Volgens stuk 13 van het dossier van (de verweerders) ((de eiseres en Better3fruit) leggen geen stukken neer met betrekking tot het merkendepot) werd het merk Kanzi op 8 november 2001 gedeponeerd met als merkhouder Better3fruit. Dit depot werd gedaan voor de klassen 16, verpakkingsmateriaal voor fruit, promotiemateriaal en brochures in verband met de marketing van fruit en voor klasse 31, verse vruchten en fruit. Als licentiehouders werden vermeld: cvba EFC (9 februari 2005) en nv Greenstar Kanzi Europe (22 september 2006). De kwekersrechten werden door Nicolaï (volgens eigen toelichting op 3 september 2002) ingebracht in Better3fruit. Better3fruit heeft aan Nicolaï in 2003 (een nauwkeuriger tijdsomschrijving wordt door (de eiseres en Better3fruit) niet gegeven) een exclusieve licentie verleend op het kwekersrecht en op de merken. Nv Greenstar Kanzi Europe (afgekort als GKE) werd op 5 mei 2004 opgericht. (De eiseres) verkreeg ingevolge een sublicentie de exclusieve exploitatierechten van het kwekersrecht op Nicoter en op de merknaam Kanzi voor wat de fruitteelt betreft. Betwist tussen partijen is de datum van deze overeenkomst. De licentieovereenkomst afgesloten tussen Better3fruit en Nicolaï werd op 20 januari 2005 ontbonden. Volgens factuur nr. 240255 van 24 december 2004 verkocht Nicolaï 7.000 tweejarige bomen aan (de eerste verweerder) van het ras "Kanzi-nicoter (cov)". Op 4 december 2007 werd door de gerechtsdeurwaarder vastgesteld dat op de markt van Hasselt (de tweede verweerder) appelen te koop aanbood onder de benaming Kanzi die afkomstig bleken te zijn van (de eerste verweerder). (...) Krachtens artikel 104 van Verordening nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautair kwekersrecht is (de eiseres) wel gerechtigd om de stakingsvordering te stellen met betrekking tot de beweerde inbreuken op het kwekersrecht. 7. Uit de stukken (onder meer de reclamebrochure) en de gegeven toelichtingen volgt dat de naam Kanzi uitsluitend (alleszins tot nu toe) bestemd is voor de aanduiding van de appel van één welbepaald ras, Nicoter Kanzi is dus de naam die is gegeven aan één welbepaalde appelsoort, afkomstig van bomen van het ras Nicoter, om hem te onderscheiden van andere appelrassen of variëteiten. Het staat niet ter betwisting dat de appels in kwestie afkomstig zijn van Nicoter¬bomen die als enig appelboomras de Kanzi appelen voortbrengen. Daarbij moet ook verwezen worden naar lid 3 van artikel 13 van de Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautair kwekersrecht met betrekking tot het oogstmateriaal. 8. De ingeroepen schending van het kwekersrecht op Nicoter-appelbomen komt samengevat hierop neer dat (de eiseres) aan (de eerste verweerder) verwijt op onrechtmatige wijze Nicoter-bomen te hebben aangekocht en dus op onrechtmatige wijze Kanzi-appelen te hebben geteeld met de verdere afleiding dat het in de handel brengen van de oogst als Kanzi-appelen een inbreuk uitmaakt op de eerlijke handelspraktijken. 9. Er is geen enkele aanduiding dat de factuur van Nicolaï van 24 december 2004 niet overeenstemt met de realiteit zowel wat het voorwerp van de koop-verkoop betreft als van het tijdstip van deze verkoop. De koop-verkoop van Nicolaï aan (de eerste verweerder) van 7.000 appelbomen, omschreven als Kanzi-Nicoter-bomen, einde 2004 is daardoor bewezen. 10. Indien ervan moet worden uitgegaan dat in 2004 het kwekersrecht reeds werd erkend overeenkomstig de verordening 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 blijkt dat op het ogenblik dat de koop-verkoop van Nicolaï aan (eerste verweerder) plaats had Nicolaï de erkende kweker was en dat ingevolge de licentieovereenkomst "van 2003" (stuk nr. 4 van het dossier van (de eiseres en Better3fruit)) Better3fruit aan Nicolaï een - zelfs exclusief - recht had verleend tot kweken en verkopen van de Nicoter-bomen met gebruik van de daaraan verbonden merken. In artikel 1.2 van dit contract wordt verwezen voor deze merken naar een bijlage nr. 2 die niet gevoegd is aan de overgelegde kopie van het ontract maar er kan niet betwijfeld worden dat het om de merken Nicoter en Kanzi gaat waarvan trouwens wel sprake is in de voorafgaandelijke uiteenzetting van het contract en in artikel 6.4 van het contract. Niet is bewezen dat einde 2004 dit recht ontnomen was aan Nicolaï. Integendeel zou volgens (de eiseres en Better3fruit) de overeenkomst maar ontbonden zijn op 20 januari 2005. Uit de brief van Better3fruit van die datum kan overigens afgeleid worden dat tot die datum de overeenkomst ook daadwerkelijk uitgevoerd werd, zij het dat Nicolaï naliet haar betalingsverbintenissen na te komen. De overeenkomst van 13 april 2004, afgesloten tussen Nicolaï en (de eiseres) in oprichting (stuk nr. 6 dossier (eiseres en Better3fruit)) moet in het licht daarvan beoordeeld worden. Krachtens artikel 2 van dit contract zou Nicolaï aan (de eiseres) (ook genoemd de Masterlicentienemer Europe) een exclusieve licentie toekennen met betrekking tot zowel de kwekersrechten als de merken. In artikel 10 van het contract zijn evenwel een aantal opschortende voorwaarden vermeld en uit niets blijkt dat deze overeenkomst ooit daadwerkelijk uitvoering heeft gekregen terwijl de inhoud van voormelde brief van 20 januari 2005 onverzoenbaar is met de inhoud van dit contract. De overige contracten waarnaar (de eiseres en Better3fruit) verwijzen dateren alle van 2005 en zijn niet van aard te bepalen over welke rechten Nicolaï beschikte einde 2004 op het ogenblik van de voornoemde verkoop aan (de eerste verweerder). 11. Op basis van hetgeen hiervoor werd uiteen gezet besluit dit (hof van beroep) dat eind 2004 Nicolaï ingevolge licentieovereenkomst afgesloten met Better3fruit gerechtigd was om de Kanzi-Nicoter-bomen aan (de eerste verweerder) te verkopen met daaraan gekoppeld het recht voor (de eerste verweerder) om de van die aangekochte bomen geoogste appelen in de handel te brengen als Kanzi-appelen. 12. In deze koop-verkoop heeft (de eerste verweerder) zich niet verbonden tot naleving van bepaalde voorschriften met betrekking tot de teelt van Kanzi-appelen en de verkoop van de oogst. 13. In de licentieovereenkomst betreffende kwekersrechten en merken die Better3fruit en Nicolai afsloten was nochtans in artikel 6 bedongen dat Nicolaï "geen enkel licentieproduct zou overdragen of verkopen indien de betrokken tegenpartij niet voorafgaandelijk schriftelijk de teeltlicentie onder bijlage 6 onderschrijft (in geval van tegenpartij/teler) of de vermarketinglicentie vermeld onder bijlage 7 onderschrijft (in geval van tegenpartij/handelspartner)". 14. Door de 7.000 Nicoter-bomen te verkopen aan (de eerste verweerder) zonder (de eerste verweerder) de voornoemde licentie te laten onderschrijven heeft Nicolaï een inbreuk begaan op haar contractuele verbintenissen. 15. Het is niet bewezen dat (de eerste verweerder) op de hoogte was van het bestaan en inhoud van deze contractuele verplichtingen in hoofde van Nicolaï. 16. Het is ook niet aangetoond dat het bestaan van de kwekersrechtelijke bescherming van de Kanzi-Nicoter-appelaars (die volgens partijen zou blijken uit de toevoeging cov die voorkomt op de factuur) inhoudt dat de landbouwer-fruitteler moet weten dat hij de appelaars in kwestie maar kan aankopen mits onderschrijving van bepaalde verbintenissen en dat hij zich schuldig maakt aan een inbreuk op de bescherming van het kwekersrecht indien hij dit niet doet. Het laatste lid van artikel 13 van de Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautair kwekersrecht bepaalt dat de houder aan zijn toestemming voorwaarden en beperkingen kan verbinden. Het behoorde niet aan (de eerste verweerder) te informeren of van deze mogelijkheid gebruik was gemaakt. 17. Aldus ontbreekt het bewijs dat (de eerste verweerder) wist of behoorde te weten dat hij de appelaars met miskenning van de hoger genoemde contractuele verplichtingen in hoofde van zijn medecontractant Nicolaï aankocht. Door de aankoop van de appelaars van het Nicoterras van degene die rechtmatig als kweker de appelaars mocht verkopen mag (de eerste verweerder) de appelen als Kanzi-appelen in de handel brengen en mocht (de tweede verweerder) de appelen ook als Kanzi-appelen verkopen. De vorderingen van (de eiseres) zijn om die redenen ongegrond. 18. Het is dan ook overbodig te onderzoeken of voor de verkoop einde 2004 van appelaars aan (de eerste verweerder) het kwekersrecht reeds erkend was zodat ook niet moet onderzocht worden wat de gevolgen zijn die met betrekking tot de stakingsvordering moeten afgeleid worden uit artikel 95 van de Verordening". Grieven Eerste onderdeel Tussen partijen was niet betwist dat Better3fruit eind 2004 houder was van het communautair kwekersrecht en verder dat Better3fruit aan de nv Johan Nicolaï een exclusieve licentie had verleend op voormelde kwekersrechten (syntheseberoepsbesluiten van de eiseres ingediend ter griffie van het hof van beroep te Antwerpen op 27 februari 2008, blz. 3-4, nrs. 4-5; conclusie in hoger beroep van de verweerders met datum 21 februari 2008, blz. 10-11, nrs. 37-39). De beiden partijen steunden verder hun middelen op dit niet betwiste feit dat Better3fruit eind 2004 wel degelijk houder was van het communautair kwekersrecht. Door te beslissen dat het niet duidelijk is of Better3fruit eind 2004 houder was van het communautair kwekersrecht, voeren de appelrechters een betwisting aan die door partijen was uitgesloten en schenden zij het algemeen rechtsbeginsel betreffende de autonomie van de procespartijen in het burgerlijk geding, zoals tevens vervat in artikel 1138, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek. Door verder na te laten partijen uit te nodigen om hun standpunt uiteen te zetten omtrent het ambtshalve aangevoerde middel dat het niet duidelijk is of Better3fruit eind 2004 houder was van het communautair kwekersrecht, schenden de appelrechters artikel 774, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek alsook het algemeen rechtsbeginsel houdende de eerbied voor het recht van verdediging. Tweede onderdeel Overeenkomstig artikel 11 van de Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht komt de aanspraak op een communautair kwekersrecht toe aan de persoon die het ras heeft gekweekt of ontdekt en ontwikkeld, dit is de "kweker". Dit communautair kwekersrecht kan worden overgedragen aan een of meer rechtsopvolgers (artikel 23 van voormelde Verordening (EG) nr. 2100/94). Artikel 13 van voormelde Verordening (EG) nr. 2100/94 bepaalt dat een communautair kwekersrecht als rechtsgevolg heeft dat de houder ervan bevoegd is om de in het tweede lid van deze bepaling genoemde handelingen te verrichten. Zo is de toestemming van de houder vereist voor de volgende handelingen met betrekking tot componenten, of oogstmateriaal van het beschermde ras:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.