← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100302.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100302.2 Rolnummer: P.09.1726.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2010-03-08 Raadplegingen: 787 - laatst gezien 2026-07-02 21:30 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Door artikel 2bis, § 4, Drugwet dat een zwaardere straf oplegt wanneer het in de eerste paragraaf bedoelde misdrijf gepleegd wordt ten aanzien van een kind dat geen volle twaalf jaar oud is, heeft de wetgever een verhoogde bescherming van de minderjarigen wegens hun grotere kwetsbaarheid beoogd; die bescherming gaat ervan uit dat verdovende middelen voor de minderjarige gevaarlijk kunnen zijn en houdt in dat ofwel de minderjarige over voldoende onderscheidingsvermogen beschikt om zich bewust te zijn van de feiten die in zijn aanwezigheid zijn gepleegd, ofwel dat hij rechtstreeks het risico loopt de schadelijke gevolgen van die feiten te ondergaan

(1).
(1)Cass., 8 feb. 2006, AR P.05.1543.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060208.8, A.C., 2006, nr
  1. Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - GENEESMIDDELEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Drugs - Psychotrope stoffen - Verzwarende omstandigheden Vrije woorden: Verdovende middelen - Misdrijf - Vergemakkelijken van het gebruik door het verschaffen van een lokaal - Misdrijf gepleegd "ten aanzien" van een minderjarige Thesaurus CAS: MISDRIJF - VERZWARENDE OMSTANDIGHEDEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Drugs - Psychotrope stoffen - Verzwarende omstandigheden Vrije woorden: Verdovende middelen - Vergemakkelijken van het gebruik door het verschaffen van een lokaal - Misdrijf gepleegd "ten aanzien" van een minderjarige Fiche 3 Artikel 195 Wetboek van Strafvordering noch enige andere wetsbepaling verhinderen dat de rechter het uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel in billijkheid begroot; hij kan zich daartoe steunen op de gegevens van het strafdossier die hij onaantastbaar beoordeelt. Thesaurus CAS: STRAF - ANDERE STRAFFEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Drugs - Psychotrope stoffen - Verzwarende omstandigheden Vrije woorden: Verbeurdverklaring - Bijzondere verbeurdverklaring van de uit een misdrijf verkregen vermogensvoordelen - Begroting door de rechter - Begroting in billijkheid - Wettigheid Tekst van de beslissing Nr. P.09.1726.N
  2. P. M. B. beklaagde,
  3. M. C. V. beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Renaat Landuyt, advocaat bij de balie te Brugge. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 14 oktober
  4. In memories die aan dit arrest zijn gehecht, voeren de eiser 1 drie middelen en de eiseres 2 een middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel van de eiser 1
  5. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 2bis Drugwet: het arrest oordeelt ten onrechte dat de bewezen verklaarde feiten gepleegd zijn ten aanzien van een minderjarige die de volle leeftijd van 12 jaar niet had bereikt; de in de vermelde wetsbepaling bedoelde verzwarende omstandigheid is niet van toepassing wanneer de minderjarige zelf geen drugs gebruikt heeft; verder stelt het arrest niet vast dat de ten laste van de eiser gelegde feiten voor de minderjarige gevaarlijk konden zijn.
  6. Artikel 2bis, § 4, Drugwet legt een zwaardere straf op wanneer het in de eerste paragraaf bedoelde misdrijf gepleegd wordt ten aanzien van een kind dat geen volle 12 jaar oud is. Hierdoor heeft de wetgever een verhoogde bescherming van de minderjarigen wegens hun grotere kwetsbaarheid beoogd. Die bescherming gaat ervan uit dat verdovende middelen voor de minderjarige gevaarlijk kunnen zijn. Zij houdt in dat ofwel de minderjarige over voldoende onderscheidingsvermogen beschikt om zich bewust te zijn van de feiten die in zijn aanwezigheid zijn gepleegd, ofwel dat hij rechtstreeks het risico loopt de schadelijke gevolgen van die feiten te ondergaan. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de in artikel 2bis, § 4, Drugwet bedoelde verzwarende omstandigheid vereist dat de minderjarige zelf verdovende middelen moet hebben gebruikt, faalt het naar recht.
  7. Het arrest stelt vast dat de ten laste gelegde feiten gepleegd werden in aanwezigheid van een minderjarige die geen volle 12 jaar oud was en tussen de gebruikers in de woning zat. Het stelt ook vast dat er in het huis waar de minderjarige aanwezig was, een precisieschaal met wit poeder alsmede aanstekers, lepels, spuiten en een mixer met wit poeder, heroïne gemengd met cafeïne, aangetroffen werden. Aldus geeft het arrest te kennen dat de feiten voor de minderjarige gevaarlijk waren. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Tweede middel van de eiser 1
  8. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 9 Drugwet: het arrest oordeelt ten onrechte dat geen uitstel, opschorting of probatie kan worden toegestaan omdat de verzwarende omstandigheid bedoeld in artikel 2bis, § 4, Drugwet zulks belet; die verzwarende omstandigheid kan immers niet in aanmerking genomen worden.
  9. Het middel is afgeleid uit de in het eerste middel vergeefs aangevoerde onwettigheid en is bijgevolg niet ontvankelijk. Derde middel van de eiser 1
  10. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet, de artikelen 42 en 43bis Strafwetboek en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het arrest beantwoordt de conclusies van de eisers niet met betrekking tot de berekening van het bedrag van de verbeurd te verklaren vermogensvoordelen.
  11. Voor het hof van beroep hebben de eisers op basis van een eigen berekening van het bedrag van de uit de misdrijven verkregen vermogensvoordelen, geconcludeerd dat de door het openbaar ministerie gedane begroting van die vermogensvoordelen op 251.640 euro niet kon aangenomen worden. Zij hebben ook gevraagd hun specifieke situatie in aanmerking te nemen.
  12. Artikel 195 Wetboek van Strafvordering noch enige andere wetsbepaling verhinderen dat de rechter het uit een misdrijf verkregen vermogensvoordeel in billijkheid begroot. Hij kan daartoe steunen op de gegevens van het strafdossier die hij onaantastbaar beoordeelt.
  13. Het arrest begroot de te verbeurdverklaren vermogensvoordelen voor elke eiser afzonderlijk niet op basis van de berekening van het openbaar ministerie, maar wel op een berekening in billijkheid. Het steunt daartoe op de gegevens van het strafdossier en brengt het aandeel van een medebeklaagde van het verkregen bedrag in mindering. Het neemt eveneens het feit dat de beide eisers zelf drugs gebruikten in aanmerking. Het oordeelt ook dat van de begrote vermogensvoordelen de kosten die verbonden zijn aan de realisatie van de misdrijven, niet moeten worden afgetrokken. Aldus miskent het arrest geenszins het recht van de eisers op een eerlijk proces, maar beantwoordt het hun verweer en verantwoordt het de beslissing naar recht. Het middel kan niet aangenomen worden. Middel van de eiseres 2
  14. Het middel heeft dezelfde draagwijdte als het derde middel van de eiser
  15. Op grond van het antwoord op dat middel kan het niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 104,15 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare rechtszitting van 2 maart 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100302.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2013:CONC.20130911.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060208.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160531.2 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180925.5 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210518.2N.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221206.2N.17 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250304.2N.1 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250304.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.