← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100304.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100304.5 Rolnummer: C.09.0202.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2010-03-24 Raadplegingen: 596 - laatst gezien 2026-07-02 21:31 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 6.1 E.V.R.M. houdt onder meer het recht in voor de beklaagde of vervolgde niet te moeten bijdragen tot het bewijs van de ten laste gelegde feiten en mee te werken aan zijn veroordeling; de concrete invulling van dit recht, dat in beginsel toepasselijk is in het tuchtrecht, is evenwel afhankelijk van de specifieke aard van de tuchtprocedures, zodat een gebrek aan medewerking en informatieverstrekking desgevallend sanctioneerbaar kan zijn

(1).
(1)Zie Cass., 1 okt. 2009, AR D.07.0024.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.6, A.C., 2009, nr ... Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in tuchtzaken - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in tuchtrecht GERECHTELIJK RECHT - HOF VAN CASSATIE - Opdracht en bestaansreden van het Hof Vrije woorden: Recht van verdediging - Tenlastelegging - Bewijs - Veroordeling - Gebrek aan medewerking - Tuchtzaken - Toepasselijkheid - Invulling Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in tuchtzaken - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in tuchtrecht GERECHTELIJK RECHT - HOF VAN CASSATIE - Opdracht en bestaansreden van het Hof Vrije woorden: Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 6.1 - Tenlastelegging - Bewijs - Veroordeling - Gebrek aan medewerking - Tuchtzaken - Toepasselijkheid - Invulling Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Fiche 3 De eiser die in het kader van een cassatiemiddel globaal de bepalingen vermeldt waarvan hij de schending aanvoert, doch nalaat voor een in een onderdeel van dit middel ontwikkelde afzonderlijke grief aan te duiden welke van de aldus als geschonden aangewezen bepalingen op die grief toepasselijk zijn, voldoet niet aan het voorschrift van artikel 1080 Ger.W. zodat dit onderdeel niet ontvankelijk is
(1).
(1)Zie Cass., 26 nov. 2009, AR C.08.0619.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091126.15, A.C., 2009, nr ... Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in tuchtzaken - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in tuchtrecht GERECHTELIJK RECHT - HOF VAN CASSATIE - Opdracht en bestaansreden van het Hof Vrije woorden: Vereiste vermeldingen - Als geschonden aangewezen bepalingen - Globale vermelding - Onderdeel - Afzonderlijke grief - Toepasselijke bepalingen - Geen vermelding - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1080 Fiches 4 - 6 Een cassatiemiddel dat in wezen louter aanvoert dat de tuchtstraf te streng was gelet op het tuchtrechtelijk verleden van de eiser, komt op tegen een beoordeling van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is, en is derhalve niet ontvankelijk
(1).
(1)Zie Cass., 5 sept. 2008, AR D.07.0016.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080905.3, A.C., 2008, nr
  1. Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in tuchtzaken - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in tuchtrecht GERECHTELIJK RECHT - HOF VAN CASSATIE - Opdracht en bestaansreden van het Hof Vrije woorden: Tuchtzaken - Tuchtstraf - Zwaarte - Onaantastbare beoordeling door de feitenrechter - Gevolg - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 3 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 147 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - TUCHTZAKEN - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in tuchtzaken - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in tuchtrecht GERECHTELIJK RECHT - HOF VAN CASSATIE - Opdracht en bestaansreden van het Hof Vrije woorden: Tuchtstraf - Zwaarte - Gevolg - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 3 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 147 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatiemiddelen in tuchtzaken - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Foltering - art. 3 GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Rechten - vrijheden - Eerlijk proces - art. 6 - Toepassing beginselen in tuchtrecht GERECHTELIJK RECHT - HOF VAN CASSATIE - Opdracht en bestaansreden van het Hof Vrije woorden: Tuchtzaken - Tuchtstraf - Zwaarte - Gevolg - Cassatiemiddel - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 3 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 147 Tekst van de beslissing Nr. C.09.0202.N B. T., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest, tegen ORDE VAN ARCHITECTEN, publiekrechtelijke rechtspersoon, met zetel te 1000 Brussel, Livornostraat 160, bus 2, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing, op 11 maart 2009 gewezen door de raad van beroep van de Orde van Architecten, met het Nederlands als voertaal. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift vijf middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel dat aanvoert dat het onderzoek werd gevoerd in strijd met de dwingende bepalingen van artikel 6 EVRM, want partijdig en dan ook niet rechtsgeldig als basis kon dienen voor het opleggen van een tuchtstraf, maar niet preciseert om welke reden het onderzoek als partijdig dient te worden beschouwd, is onduidelijk. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.
  3. Artikel 149 van de Grondwet is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre het middel de schending aanvoert van dit artikel is het mitsdien niet ontvankelijk. Tweede middel
  4. Het artikel 6.1 EVRM houdt onder meer het recht in voor de beklaagde of vervolgde niet te moeten bijdragen tot het bewijs van de ten laste gelegde feiten en mee te werken aan zijn veroordeling. De concrete invulling van dit recht, dat in beginsel toepasselijk is in het tuchtrecht, is evenwel afhankelijk van de specifieke aard van de tuchtprocedures.
  5. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat een gebrek aan medewerking en informatieverstrekking omwille van voormeld recht in geen enkel geval tuchtrechtelijk sanctioneerbaar is, faalt het naar recht.
  6. Het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld, het artikel 870 van het Gerechtelijk Wetboek en het artikel 149 van de Grondwet zijn vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre het middel de miskenning en schending ervan aanvoert, is het mitsdien niet ontvankelijk. Derde Middel Eerste onderdeel
  7. De eiser voert in het onderdeel als grief aan dat het bekendmaken van klantenlijsten met namen van bouwheren een schending impliceert van hun recht op privacy.
  8. De eiser die in het kader van het middel globaal de bepalingen vermeldt waarvan hij de schending aanvoert, laat na voor de in het onderdeel ontwikkelde afzonderlijke grief aan te duiden welke van de aldus als geschonden aangevoerde bepalingen op die grief toepasselijk zijn, zodat niet is voldaan aan het voorschrift van artikel 1080 van het Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  9. Het onderdeel voert aan dat artikel 149 van de Grondwet is geschonden doordat de bestreden beslissing "met geen woord rept omtrent dit in besluiten opgeworpen argument", maar laat na te preciseren op welk verweer of op welke conclusie de bestreden beslissing niet antwoordt. Het onderdeel is in zoverre niet nauwkeurig en mitsdien niet ontvankelijk.
  10. Het artikel 1138, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek is vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre het onderdeel de schending aanvoert van voormeld artikel is het mitsdien niet ontvankelijk. Vierde middel
  11. Het middel, dat aanvoert dat er een manifeste discriminatie bestaat tussen de tuchtprocedures voorzien voor de architecten enerzijds en de advocaten anderzijds en de schending aanvoert van de artikelen 10, 11 en 149 van de Grondwet, komt op tegen het oordeel dat het gelijkheidsbeginsel te dezen niet geschonden is en dat er geen reden is een prejudiciële vraag te richten tot het Grondwettelijk Hof.
  12. Het middel laat niet toe uit te maken of het de raad van beroep verwijt geen prejudiciële vraag te hebben gesteld aan het Grondwettelijk Hof, dan wel geoordeeld te hebben dat er geen sprake was van een schending van het gelijkheidsbeginsel. Het middel is derhalve onduidelijk en mitsdien niet ontvankelijk. Vijfde middel
  13. Het middel zegt niet hoe en waardoor artikel 149 van de Grondwet wordt geschonden en is in zoverre niet ontvankelijk.
  14. Het middel voert ook aan dat de straf "onevenredig zwaar is, in acht genomen ook het blanco-tuchtrechtelijk verleden van de eiser met lange staat van verdienste als architect". Het middel dat in wezen louter aanvoert dat de straf te streng was gelet op het tuchtrechtelijk verleden van de eiser, komt op tegen een beoordeling van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 587,93 euro jegens de eisende partij en op de som van 250,43 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 4 maart 2010 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100304.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150904.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080905.3 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091001.6 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091126.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.