← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100309.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010

Art. 187

, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VERZET UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Verzet (strafrecht) Vrije woorden: Strafzaken - Verstekvonnis - Betekening niet aan de beklaagde in persoon - Kennis van de betekening - Beoordeling door de feitenrechter - Toezicht van het Hof Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 187

, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEVOEGDHEID - RECHTSPLEGING - RECHTSMIDDELEN STRAFGERECHTEN - Correctionele rechtbank - Verzet (strafrecht) Vrije woorden: Strafzaken - Verstekvonnis - Betekening niet aan de beklaagde in persoon - Beoordeling door de feitenrechter - Toezicht van het Hof Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 187, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.

P.09.1729.N L. N. J. D., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Hans van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 28 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 187, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: de appelrechters leiden uit de feitelijke vaststellingen van de betekening van het uittreksel aangaande de onmiddellijke aanhouding en van de indiening van een verzoekschrift tot kosteloze rechtsbijstand af dat de eiser minstens vanaf 20 november 2008 kennis had van de reden van zijn opsluiting; kennis van de inhoud van het verstekarrest levert nog geen kennis op van het tijdstip van betekening ervan; de appelrechters die op grond van die feitelijke vaststellingen het verzet niet-ontvankelijk verklaren wegens laattijdigheid, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.
  3. Overeenkomstig artikel 187, tweede lid, Wetboek van Strafvordering kan de beklaagde die bij verstek veroordeeld is, wanneer de betekening van het vonnis niet aan hem in persoon is gedaan, wat de veroordelingen tot straf betreft in verzet komen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij van de betekening kennis heeft gekregen en, indien het niet blijkt dat hij daarvan kennis heeft gekregen, totdat de termijnen van verjaring van de straf verstreken zijn.
  4. De rechter oordeelt onaantastbaar of en wanneer de beklaagde kennis kreeg van de betekening van de verstekbeslissing. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen verantwoord worden.
  5. De appelrechters stellen vast dat: - uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat het veroordelend verstekarrest van 4 oktober 2005 betekend werd aan de procureur des Konings te Gent op 17 oktober 2005 vermits de eiser geen gekende woonst in België had; - het bevel tot onmiddellijke aanhouding, meer bepaald een uittreksel uit het arrest van het hof van beroep te Gent van 4 oktober 2005 dat zijn onmiddellijke aanhouding beveelt, aan de eiser betekend werd bij zijn aankomst in België op 20 november 2008 ingevolge een uitleveringsverzoek; - de eiser onmiddellijk een raadsman heeft geconsulteerd die reeds op 27 november 2008 een verzoekschrift tot kosteloze rechtsbijstand indiende met het oog op het aantekenen van het verzet. Op grond van deze gegevens oordelen de appelrechters dat de eiser "wel degelijk na zijn vrijheidsberoving in Togo, minstens vanaf 20 november 2008 kennis had van de reden van zijn opsluiting, namelijk ingevolge het betekend verstekarrest van het hof van beroep te Gent van 4 oktober 2005", en dat het door hem op 11 december 2008 aangetekende verzet laattijdig, mitsdien niet ontvankelijk is. Aldus stellen de appelrechters niet vast of en wanneer de eiser kennis heeft gekregen van de betekening van het verstekarrest waarbij hij tot straf werd veroordeeld, en verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Begroot de kosten op 122,75 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 9 maart 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100309.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160309.3 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201216.2F.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110913.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171024.6 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210413.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.