← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100315.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100315.4 Rolnummer: C.09.0472.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2010-04-21 Raadplegingen: 523 - laatst gezien 2026-07-02 21:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een motorrijtuig is betrokken in de zin van artikel 29bis, § 1, van de W.A.M.-wet wanneer het enige rol heeft gespeeld in het verkeersongeval. Hiervoor is niet vereist dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de aanwezigheid van het motorrijtuig en het ontstaan van het verkeersongeval

(1).
(1)Cass., 3 okt. 2008, AR C.07.0130.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081003.3, A.C., 2008, nr 524; Cass.,1 okt. 2009, AR C.08.0420.N ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091022.4, A.C., 2009, nr ... Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERZEKERINGEN - Verzekering motorrijtuigen - Zwakke weggebruiker Vrije woorden: Artikel 29bis, § 1 - Zwakke weggebruiker - Betrokken voertuig Wettelijke bepalingen: Wet - 21-11-1989 - Art. 29bis, § 1 Tekst van de beslissing Nr. C.09.0472.N KBC VERZEKERINGEN, naamloze vennootschap, met zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. SOCIETE DE NOM ARTISANALE IRIS, vennootschap naar Frans recht, met zetel in Frankrijk, te Montouban de Picardie, rue du Parc Rochas 2, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerster woonplaats kiest,
  2. A.K.,
  3. A.H.,
  4. a. A.Y., en b. A.A.
  5. a. A.O., en b. A.F., handelend in eigen naam,
  6. A.S.,
  7. A.S.,
  8. A.M.,
  9. D.H.,
  10. A.H.,
  11. A.I.,
  12. A.H.,
  13. A.N.,
  14. a. A.S., b. A.A. c. A.A., en d. A.A., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woonplaats kiezen,
  15. BELGISCH BUREAU VAN DE AUTOVERZEKERAARS, vereniging zonder winstoogmerk, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Noode, Liefdadigheidsstraat 33, bus 2, optredend in haar hoedanigheid van vertegenwoordiger van de nv LONDON VERZEKERINGEN, verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de verweerster woonplaats kiest,
  16. BELGISCH BUREAU VAN DE AUTOVERZEKERAARS, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Liefdadigheidsstraat 33, bus 2, optredend in haar hoedanigheid van vertegenwoordiger van de nv AXA ASSURANCES IARD, verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerster woonplaats kiest,
  17. V.N., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 9 april 2009 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Gent. De zaak is bij beschikking van de voorzitter van 22 februari 2010 verwezen naar de derde kamer. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het middel
  18. De eerste, derde en vierde verweersters werpen een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel op: het middel komt op tegen een feitelijke onaantastbare beoordeling van de appelrechters. Het middel komt niet op tegen een feitelijke beoordeling, maar voert aan dat het arrest niet op wettige wijze kon beslissen dat alleen het voertuig Mazda bij het ongeval betrokken was in de zin van artikel 29bis van de WAM-wet op grond dat de tweede aanrijding niet het rechtstreeks gevolg was van de eerste aanrijding, zonder te onderzoeken of de in de eerste aanrijding betrokken voertuigen geen rol hebben gespeeld in het ongevalsgebeuren. De grond van niet-ontvankelijkheid van het middel moet worden verworpen.
  19. De tweede verweerders werpen een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel op: het middel vertoont ten aanzien van hen geen belang. Het middel is niet gericht tegen de beslissing waarbij de eiseres veroordeeld wordt tot het betalen van vergoedingen aan de tweede verweerders en vertoont mitsdien geen belang ten aanzien van de tweede verweerders. Het middel is niet ontvankelijk ten aanzien van de tweede verweerders. Het middel zelf
  20. Artikel 29bis, §1, van de WAM-wet, zoals te dezen van toepassing, bepaalt dat bij een verkeersongeval waarbij een motorrijtuig betrokken is, met uitzondering van de stoffelijke schade, alle schade veroorzaakt aan elk slachtoffer of zijn rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of overlijden, vergoed wordt door de verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt van de eigenaar, de bestuurder of de houder van het motorrijtuig overeenkomstig deze wet.
  21. Een motorrijtuig is betrokken in de zin van deze wetsbepaling wanneer het enige rol heeft gespeeld in het verkeersongeval. Hiervoor is niet vereist dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de aanwezigheid van het motorrijtuig en het ontstaan van het verkeersongeval.
  22. Het bestreden vonnis stelt vast dat: - R.A. op 2 mei 2003 om 4 uur 's morgens met zijn voertuig Mercedes op de autosnelweg E17 ter hoogte van De Pinte inreed op een rechts op de pechstrook gestationeerde lichte vrachtwagen Renault, waarbij H.D. licht gewond werd; - het voertuig Mercedes tot stilstand kwam op de middenrijstrook van de autosnelweg; - R.A. en de andere inzittenden in zijn wagen, H.D. en H.A., onmiddellijk uit de Mercedes zijn gestapt en getracht hebben de autosnelweg te verlaten door de rechterrijstrook te dwarsen; - zij op die rechterrijstrook werden aangereden door het voertuig Mazda, bestuurd door S.V., waarbij R.A. overleed en de voormelde inzittenden gewond werden.
  23. De appelrechters oordelen op niet aangevochten wijze dat de rechthebbenden van R.A. gerechtigd zijn zich te beroepen op voormeld artikel 29bis van de WAM-wet vermits R.A. niet als bestuurder, maar als voetganger het leven verloor.
  24. Zij oordelen voorts dat: - de aanrijding door de Mazda van voetganger R.A. als een afzonderlijk ongevalsfeit moet worden beschouwd omdat die aanrijding niet als een rechtstreeks gevolg dient te worden aangezien van de voorafgaande aanrijding, waarvoor zij R.A. als bestuurder aansprakelijk stellen. - alleen het voertuig Mazda, met aansprakelijkheidsverzekering bij de eiseres, als betrokken voertuig kan worden aangezien, als bedoeld in voormeld artikel 29bis.
  25. De appelrechters die aldus oordelen dat de in een eerste verkeersongeval betrokken motorrijtuigen slechts kunnen worden aangezien als betrokken in de zin van het artikel 29bis, §1, van de WAM-wet in een daaropvolgende tweede verkeersongeval, indien dit tweede verkeersongeval het rechtstreeks gevolg is van het eerste, schenden voormelde wetsbepaling. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het alleen het voertuig Mazda als betrokken voertuig in de zin van artikel 29bis van de WAM-wet beschouwt, de vrijwaringsvordering van de eiseres tegen de derde en de vierde verweersters afwijst en uitspraak doet over de kosten. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiseres in de kosten met betrekking tot de verweerders sub
  26. Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, zitting houdende in hoger beroep. De kosten zijn begroot op de som van 1.327,59 euro jegens de eisende partij, op de som van 108,05 euro jegens de verwerende partijen sub 1 en 4, op de som van 108,05 euro jegens de verwerende partij sub 2 en op de som van 314,74 euro jegens de verwerende partij sub
  27. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 15 maart 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100315.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140912.6 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260430.1N.11 precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081003.3 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091022.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100621.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.