← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100315.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100315.5 Rolnummer: C.09.0568.N-S.09.0094.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-04-21 Raadplegingen: 605 - laatst gezien 2026-07-02 21:35 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de wetsgeschiedenis van de wet van 3 augustus 1992 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, waarbij artikel 1050, tweede lid, werd ingevoegd en artikel 1055 werd gewijzigd, blijkt dat een eindvonnis in de zin van deze wetsbepalingen een vonnis is inzake de ontvankelijkheid of de gegrondheid, uitgesproken door de rechter die zich bevoegd heeft verklaard dan wel door de als bevoegd aangewezen rechter. Hieruit volgt dat niet onmiddellijk hoger beroep open staat tegen het vonnis waarbij de geadieerde rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart en dat dergelijk hoger beroep slechts mogelijk is nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid

(1).
(1)Cass., 13 feb. 2003, AR C.00.0411.N, A.C., 2003, nr 103; Cass., 24 juni 2005, AR S.04.0150.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050624.7, A.C., 2005, nr 375; Cass., 6 maart 2006, AR S.05.0113.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060306.6, A.C., 2006, nr
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Voorwaarden hoger beroep - Vonnis bevoegdheid Vrije woorden: Beslissing inzake bevoegdheid - Hoger beroep - Eindvonnis Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1050, tweede lid en 1055 Fiches 2 - 3 Uit de artikelen 660, tweede lid, 1050, tweede lid, 1055 van het Gerechtelijk wetboek volgt dat de redenen die de beslissing schragen van de rechter, die zich onbevoegd verklaart, niet bindend zijn voor de rechter naar wie de zaak wordt verwezen en dan ook niet kunnen worden aangezien als eindbeslissingen in de zin van de artikelen 1050, tweede lid en 1055 van het Gerechtelijk wetboek. Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Voorwaarden hoger beroep - Vonnis bevoegdheid Vrije woorden: Beslissing inzake bevoegdheid - Redenen die deze beslissing schragen - Aard Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 660, tweede lid, 1050, tweede lid en 1055 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Voorwaarden hoger beroep - Vonnis bevoegdheid Vrije woorden: Beslissing inzake bevoegdheid - Redenen die deze beslissing schragen - Aard Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 660, tweede lid, 1050, tweede lid en 1055 Tekst van de beslissing Nr. S.09.0094.N S.F., eiser, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest, tegen W.M., verweerder, en ten aanzien van
  2. R.W.D.M., vereniging zonder winstoogmerk, in vereffening, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Charles Malisstraat 61,
  3. D.E., partijen opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest. Nr. C.09.0568.N D.E., eiser vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest, tegen W.M., verweerder, en ten aanzien van
  4. R.W.D.M., vereniging zonder winstoogmerk, in vereffening, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Charles Malisstraat 61, ,
  5. S.F., partijen opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Zaak S.09.0094.N Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 7 april 2009 gewezen door het Arbeidshof te Brussel. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. Zaak C.09.0568.N Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 7 april 2009 gewezen door het Arbeidshof te Brussel. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 1 maart 2010 verwezen naar de derde kamer. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN Zaak S.09.0094.N De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. Zaak C.09.0568.N De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. Voeging
  6. De cassatieberoepen zijn gericht tegen hetzelfde arrest. Zij dienen te worden gevoegd. B. Zaak S.09.0094.N Eerste onderdeel
  7. Krachtens artikel 1050, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan in alle zaken hoger beroep worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een vonnis alvorens recht te doen of een verstekvonnis. Evenwel kan, krachtens artikel 1050, tweede lid, van dit wetboek, tegen een beslissing inzake bevoegdheid slechts hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen een eindvonnis.
  8. Krachtens artikel 1055 van dit wetboek, kan tegen ieder vonnis inzake bevoegdheid, zelfs al is het zonder voorbehoud ten uitvoer gelegd, hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd als tegen het eindvonnis. Uit de wetsgeschiedenis van de wet van 3 augustus 1992 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, waarbij voormeld artikel 1050, tweede lid, werd ingevoegd en voormeld artikel 1055 werd gewijzigd, blijkt dat een eindvonnis in de zin van deze wetsbepalingen een vonnis is inzake de ontvankelijkheid of de gegrondheid, uitgesproken door de rechter die zich bevoegd heeft verklaard dan wel door de als bevoegd aangewezen rechter.
  9. Hieruit volgt dat niet onmiddellijk hoger beroep open staat tegen het vonnis waarbij de geadieerde rechter zich bevoegd of onbevoegd verklaart en dat dergelijk hoger beroep slechts mogelijk is nadat de rechter die zich bevoegd heeft verklaard of de als bevoegd aangewezen rechter een eindvonnis heeft gewezen over de ontvankelijkheid of de gegrondheid.
  10. Krachtens artikel 660, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, bindt de beslissing betreffende de bevoegdheid de rechter naar wie de vordering wordt verwezen, met dien verstande dat zijn recht om over de rechtsgrond van de zaak te oordelen onverkort blijft. Uit deze bepalingen volgt dat de redenen die de beslissing schragen van de rechter, die zich onbevoegd verklaart, niet bindend zijn voor de rechter naar wie de zaak wordt verwezen en dan ook niet kunnen worden aangezien als eindbeslissingen in de zin van de voormelde artikelen 1050, tweede lid, en 1055 van het Gerechtelijk Wetboek.
  11. In het beroepen vonnis van 4 oktober 2007 verklaart de arbeidsrechtbank te Brussel zich onbevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van M.W. tegen E.D.P. en F.S., oordeelt het dat deze vorderingen tot de uitsluitende bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel behoren, verwijst het de zaak in dit verband voor verdere behandeling naar die rechtbank en houdt het de kosten in dit verband aan.
  12. Het arrest stelt vast dat het beroep van M.W. beperkt was tot en er toe gericht was het beroepen vonnis te horen vernietigen in de mate dat de arbeidsrechtbank zich onbevoegd heeft verklaard om over de vorderingen van M.W. tegen E.D.P. en F.S. uitspraak te doen.
  13. De voormelde beslissing tot onbevoegdheid werd in het beroepen vonnis gemotiveerd als volgt: "Rekening houdend met het feit dat de vordering van M. (W.) lastens (E.D.P. en F.S.) moeilijk kan gebaseerd worden op enige strafrechterlijke inbreuk die noch door de arbeidsauditeur en evenmin door enige andere instantie werd weerhouden, en wegens het gebrek aan samenhang zoals bepaald in artikel 30 (van het Gerechtelijk Wetboek), en gezien deze eis essentieel een vordering tot schadevergoeding betreft gebaseerd op artikel 1382 en volgende (van het Burgerlijk Wetboek), gaat het hier niet over een vordering die kan worden ondergebracht onder artikel 578, 1°, (van het Gerechtelijk Wetboek)".
  14. Het arrest oordeelt dat het beroepen vonnis met de voormelde redenen met betrekking tot de vorderingen van M. W. tegen E.D.P. en F.S. niet enkel een beslissing over de bevoegdheid nam, maar een eindbeslissing velde in de zin van de artikelen 1050, tweede lid, en 1055 van het Gerechtelijk Wetboek, en verklaart het ingestelde hoger beroep ontvankelijk. Het schendt aldus de voormelde wetsbepalingen. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  15. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. C. Zaak C.09.0568.N.
  16. Gelet op de cassatie op het eerste onderdeel van het middel in de zaak S.09.0094.N. is huidig cassatieberoep zonder voorwerp geworden. Dictum Het Hof, Voegt de zaken S.09.0094.N. en C.09.0568.N. Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het met betrekking tot de vorderingen van M.W. tegen E.D.P. en F.S. het hoger beroep ontvankelijk verklaart, ten gronde uitspraak doet en E.D.P. en F.S. in de kosten veroordeelt. Verklaart dit arrest bindend ten aanzien van VZW R.W.D.M. in vereffening. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 15 maart 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100315.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2014:ARR.20140908.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250210.3F.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050624.7 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060306.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.