id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010
Art. 216bis- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN.
BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Eenheid van opzet - Meerdere feiten tegelijkertijd gepleegd en vastgesteld - Verval van de strafvordering door de betaling van een geldsom voor één feit - Gevolg voor de straftoemeting voor de andere feiten Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 65, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Wetboek
Art. 216bis
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 3 De betaling van een door het parket aangeboden minnelijke schikking voor één misdrijf doet de strafvordering niet vervallen voor andere misdrijven die tegelijkertijd zijn vastgesteld en waarvoor geen minnelijke schikking werd aangeboden
(1).
(1)Cass., 30 sept. 1987, AR 5811, A.C., 1987-88, nr. 69; Cass., 3 dec. 2002, AR P.02.0191.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021203.11, A.C., 2002, nr. 650. Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Meerdere feiten tegelijkertijd gepleegd en vastgesteld - Verval van de strafvordering door de betaling van een geldsom voor één feit - Vervolging en veroordeling voor de andere feiten - Wettigheid Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 216bis- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.09.1520.N I PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN, eiser. II W. L. S. burgerlijke partij, eiser, beiden tegen J. T. J. V. D. H. beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 22 september
- De eiser I voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser II voert geen middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 65 Strafwetboek en artikel 216bis Wetboek van Strafvordering: de betaling van een geldboete als minnelijke schikking is geen in kracht van gewijsde gegane beslissing in de zin van artikel 65 Strafwetboek; de appelrechters oordelen onterecht dat de telastleggingen A en B gepleegd werden met eenzelfde misdadig opzet als het misdrijf waarvoor de strafvordering vervallen is krachtens artikel 216bis Wetboek van Strafvordering ingevolge de betaling van de minnelijke schikking.
- Artikel 65 Strafwetboek bepaalt: "Wanneer een zelfde feit verscheidene misdrijven oplevert of wanneer verschillende misdrijven die de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, gelijktijdig worden voorgelegd aan een zelfde feitenrechter, wordt alleen de zwaarste straf uitgesproken. Wanneer de feitenrechter vaststelt dat misdrijven die reeds het voorwerp waren van een in kracht van gewijsde gegane beslissing en andere feiten die bij hem aanhangig zijn en die, in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste misdrijven de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van een zelfde misdadig opzet, houdt hij bij de straftoemeting rekening met de reeds uitgesproken straffen. Indien deze hem voor een juiste bestraffing van al de misdrijven voldoende lijken, spreekt hij zich uit over de schuldvraag en verwijst hij in zijn beslissing naar de reeds uitgesproken straffen. Het geheel van de straffen uitgesproken met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste straf niet te boven gaan." Deze bepaling is niet toepasselijk op feiten die reeds het voorwerp waren van een minnelijke schikking. De betaling van een door het parket aangeboden minnelijke schikking voor één misdrijf doet de strafvordering niet vervallen voor andere misdrijven die tegelijkertijd zijn vastgesteld en waarvoor geen minnelijke schikking werd aangeboden.
- De appelrechters stellen vast dat: - de verbalisanten over hun vaststellingen aangaande de gedragingen van de verweerder in café Balouca op 30 juni 2005 twee processen-verbaal hebben opgesteld: een proces-verbaal voor de feiten van openbare dronkenschap in café Balouca en een ander voor feiten van weerspannigheid tegen de verbalisanten die de verweerder uit het café kwamen verwijderen; - blijkt dat inzake het misdrijf "openbare dronkenschap" (proces-verbaal 1) de verweerder een minnelijke schikking van 25 euro heeft betaald waardoor de strafvordering daarvoor vervallen is bij toepassing van artikel 216bis, § 1, zesde lid, Wetboek van Strafvordering; - het onderzoek in zake proces-verbaal 2 aanleiding gaf tot de huidige strafvordering. Zij oordelen dat "de feiten, voorwerp van de vervallen strafvordering, en de huidige feiten evenwel de opeenvolgende en voortgezette uiting (vormen) van éénzelfde misdadig opzet, zodat zij één strafbaar feit uitmaken, waarvan de strafvordering is vervallen ingevolge de tijdige betaling van de minnelijke schikking". Aldus verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van de beslissing die de strafvordering vervallen verklaart, brengt de vernietiging mee van de beslissing waarbij de appelrechters zich onbevoegd verklaren kennis te nemen van de burgerlijke rechtsvordering van de eiser II tegen de verweerder. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Begroot de kosten in het geheel op 153,59 euro waarvan 123,59 euro verschuldigd is en 30 euro betaald. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 16 maart 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100316.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241206.1N.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001017.6 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021203.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div