← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100323.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100323.2 Rolnummer: P.10.0102.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2010-03-25 Raadplegingen: 275 - laatst gezien 2026-07-02 18:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De artikelen 2 en 8 E.V.R.M. sluiten de strafbaarstelling van hulp bij zelfdoding niet uit. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 2 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Schuldig verzuim Vrije woorden: Hulp bij zelfdoding - Strafbaarstelling Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Schuldig verzuim Vrije woorden: Hulp bij zelfdoding - Strafbaarstelling Thesaurus CAS: SLAGEN EN VERWONDINGEN. DODEN - ONOPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN ONOPZETTELIJK DODEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN - Misdrijven tegen de persoon - Schuldig verzuim Vrije woorden: Schuldig verzuim - Rechten van de Mens - Verdrag Rechten van de Mens - Artikel 2 - Artikel 8 - Hulp bij zelfdoding - Strafbaarstelling Tekst van de beslissing Nr. P.10.0102.N Y.G. J. A., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy Van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent (Sint-Denijs-Westrem), Driekoningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen

  1. L. S., burgerlijke partij,
  2. M. B., burgerlijke partij,
  3. L. S., burgerlijke partij,
  4. E. S., burgerlijke partij,
  5. J. L., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 18 december
  6. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  7. Het middel voert schending aan van de artikelen 2 en 8 EVRM en artikel 422bis Strafwetboek: door het bijtreden van de motieven van de eerste rechter, beslist het arrest niet wettig dat de feiten van de telastlegging C (schuldig verzuim) bewezen zijn.
  8. De eigen beslissing tot een zelfgekozen levensbeëindiging kan deel uitmaken van de integriteit van het privéleven, zoals bedoeld in artikel 8 EVRM. Daaruit volgt echter niet zonder meer dat, enerzijds, de betrokkene die daarvoor hulp zoekt, de nodige handelingsbekwaamheid heeft en, anderzijds, een medische leek die hiervoor op eigen initiatief en oordeel de noodzakelijke materiële hulp verschaft, al gebeurt dat op het uitdrukkelijk verzoek van de betrokkene, niet tekort schiet aan de algemene zorgvuldigheidsplicht. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de artikelen 2 en 8 EVRM, strafbaarstelling van hulp bij zelfdoding uitsluiten, faalt het naar recht.
  9. De rechter beoordeelt onaantastbaar in feite het bestaan van de constitutieve bestanddelen van het misdrijf bepaald in artikel 422bis Strafwetboek, inzonderheid de toestand van gevaar waarin een persoon verkeert en de bewuste weigering daarvoor, indien mogelijk, de aangewezen hulp te verlenen. In zoverre het middel opkomt tegen die onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechter, is het niet ontvankelijk.
  10. Voor het overige oordeelt de eerste rechter, op grond van het geheel van de feitelijke redenen die het beroepen vonnis (p. 6 tot 8) vermeldt, onder meer dat : - "het slachtoffer in groot gevaar verkeerde omdat zij zich in een dergelijke uitzichtloze en hopeloze situatie bevond dat zij niet meer in staat was haar voornemen tot zelfdoding op eigen kracht of met behulp van deskundigen op te geven"; - de eiser tot dat gevaar heeft bijgedragen "door aan het [slachtoffer] de cruciale geneesmiddelen (...) te verschaffen, wel beseffende dat ze deze daadwerkelijk zou gebruiken om zich van het leven te benemen"; - de eiser zelf "overtuigd is dat hij [het slachtoffer] de mogelijkheid bood om zich op een menswaardige manier van het leven te benemen"; - "in dergelijk omstandigheden zorgvuldig handelen voor een medische leek, zoals de [eiser], [betekent], het doorverwijzen van de persoon met een uitgesproken wens en wil tot zelfdoding, naar een deskundige hulpverlener"; - "de [eiser] precies het omgekeerde [heeft] gedaan".
  11. Op grond van die redenen, die de appelrechters bijtreden en tot de hunne maken, kan het arrest, met bevestiging van het beroepen vonnis, wettig oordelen dat de constitutieve elementen, zowel materieel als moreel, van het misdrijf bepaald in artikel 422bis Strafwetboek, bewezen zijn.
  12. De beslissing waarbij de eiser wegens de feiten van de telastlegging C wordt veroordeeld, is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  13. Het middel voert schending aan van artikel 195 Wetboek van Strafvordering: de motivering van de beslissing van de appelrechters tot strafverzwaring, is niet naar recht verantwoord.
  14. Het middel voert formeel miskenning aan van de bijzondere motiveringsplicht van de appelrechters voor het opleggen van een zwaardere straf.
  15. Het middel bekritiseert daarvoor de feitelijke vaststellingen waarop de rechters hun beslissing tot strafverzwaring laten steunen, inzonderheid dat "de eiser onmiddellijk, na een eerste of een tweede gesprek, [het slachtoffer] een dodelijk recept meegaf met het oog op zelfdoding en dat zonder enige begeleiding".
  16. In werkelijkheid hebben de in het middel aangevoerde grieven alle hetzelfde voorwerp als het in het eerste middel vergeefs aangevoerde verweer dat hulp bij zelfdoding niet strafbaar kan zijn. Het middel kan niet tot cassatie leiden, mitsdien niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum, Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 79,07 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Luc Van hoogenbemt en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 23 maart 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100323.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.