← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100330.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 maart 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100330.10 Rolnummer: P.10.0431.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2010-04-06 Raadplegingen: 497 - laatst gezien 2026-07-02 19:07 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Artikel 68, § 5, tweede lid, Wet Strafuitvoering, dat bepaalt dat, ingeval het een vonnis betreft tot herroeping van een voorwaardelijke invrijheidstelling, de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank het gedeelte bepaalt van de vrijheidsstraf dat de veroordeelde nog moet ondergaan rekening houdend met de periode van de proeftijd die goed is verlopen en met de inspanning die de veroordeelde heeft geleverd om de voorwaarden te respecteren die hem waren opgelegd, vereist niet dat de strafuitvoeringsrechtbank uitdrukkelijk het aantal dagen van de vrijheidsstraf vermeldt dat de veroordeelde nog moet ondergaan. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Inrichting en dienst rechtbanken - Rechtbank van eerste aanleg - Strafuitvoeringsrechtbank STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Opvolging en controle Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling - Verplichting om het gedeelte van de vrijheidsstraf dat nog moet worden ondergaan te bepalen Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Inrichting en dienst rechtbanken - Rechtbank van eerste aanleg - Strafuitvoeringsrechtbank STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Opvolging en controle Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling - Verplichting om het gedeelte van de vrijheidsstraf dat nog moet worden ondergaan te bepalen Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTERLIJKE ORGANISATIE - Inrichting en dienst rechtbanken - Rechtbank van eerste aanleg - Strafuitvoeringsrechtbank STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Opvolging en controle Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling - Verplichting om het gedeelte van de vrijheidsstraf dat nog moet worden ondergaan te bepalen Tekst van de beslissing Nr. P.10.0431.N M. S., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Luk Delbrouck, advocaat bij de balie te Hasselt. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Gent van 17 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 68, § 5 Wet Strafuitvoering: het bestreden vonnis bepaalt na de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de eiser enkel het aantal dagen waarmee het strafrestant dient te worden verminderd, maar niet het aantal dagen dat de eiser nog moet ondergaan.
  3. Artikel 68, § 5, tweede lid, Wet Strafuitvoering bepaalt: "Ingeval het een vonnis betreft tot herroeping van een voorwaardelijke invrijheidstelling, bepaalt de strafuitvoeringsrechter of de strafuitvoeringsrechtbank het gedeelte van de vrijheidsstraf dat de veroordeelde nog moet ondergaan rekening houdend met de periode van de proeftijd die goed is verlopen en met de inspanning die de veroordeelde heeft geleverd om de voorwaarden te respecteren die hem waren opgelegd." Dit artikel vereist niet dat de strafuitvoeringsrechtbank uitdrukkelijk het aantal dagen van de vrijheidsstraf vermeldt dat de eiser nog dient te ondergaan.
  4. Het bestreden vonnis beslist als volgt: "Rekening houdende met de periode waarin de voorwaardelijke invrijheidstelling wel een goed verloop kende en veroordeelde inspanningen heeft gedaan om de hem opgelegde voorwaarden na te leven, beslist het strafrestant te verminderen met 2100 dagen." Met die beslissing is uitspraak gedaan over het gedeelte van de vrijheidsstraf dat de eiser na de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling nog moet ondergaan. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 5,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 30 maart 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Conny Van de Mergel. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100330.10 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121219.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150224.4 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150310.6 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251014.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.