← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100401.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100401.7 Rolnummer: C.09.0150.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Unierecht - Internationaal publiekrecht - Internationaal privaatrecht Invoerdatum: 2010-05-04 Raadplegingen: 194 - laatst gezien 2026-07-02 18:24 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De bevoegdheidsgrond van artikel 32, laatste lid, van het Executieverdrag dat bepaalt dat indien de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd geen woonplaats heeft in de aangezochte Staat, de bevoegdheid wordt bepaald door de plaats van tenuitvoelegging, is een subsidiair geldende bevoegdheidsgrond. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid Vrije woorden: Art. 32, laatste lid, Europees executieverdrag - Bevoegdheidsgrond Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 27-09-1968 - Art. 32, laatste lid Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - INTERNATIONALE BEVOEGDHEID UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid Vrije woorden: Art. 32, laatste lid, Europees executieverdrag - Bevoegdheidsgrond Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 27-09-1968 - Art. 32, laatste lid Fiches 3 - 4 Uit het algemene opzet van het Executieverdrag volgt dat het begrip "uitvoerbaar" in artikel 31 van dat Verdrag enkel ziet op de formele uitvoerbaarheid van de in het buitenland gegeven beslissing en niet op de voorwaarden waaronder die beslissing in de Staat van herkomst ten uitvoer kan worden gelegd en dat de beslissing waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, niet noodzakelijk een veroordeling ten voordele van de verzoeker vereist opdat deze als een belanghebbende zou worden aangemerkt. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid Vrije woorden: Art. 31, Europees executieverdrag - Uitvoerbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 27-09-1968 - Art. 31 Thesaurus CAS: UITVOERBAARVERKLARING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid Vrije woorden: Art. 31, Europees executieverdrag - Uitvoerbaarheid Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 27-09-1968 - Art. 31 Tekst van de beslissing Nr. C.09.0150.N

  1. ZÜRICH VERSICHERUNGSGESELLSCHAFT, vennootschap naar Zwitsers recht, met zetel te 8085 Zürich (Zwitserland), Thurgauer Strasse 80,
  2. ZÜRICH VERSICHERUNG AG, vennootschap naar Duits recht, met zetel 60252 Frankfurt-Am-Mein (Duitsland), Solmsstrasse 27-37,
  3. ASCO CONTINENTALE VERZEKERINGEN, naamloze vennootschap, met zetel te 2000 Antwerpen, Lange Nieuwstraat 17,
  4. ACE INSURANCE, naamloze vennootschap, met zetel te 1040 Etterbeek, Nerviërslaan 9,
  5. EAGLE STARR INSURANCE COMPANY Ltd., vennootschap naar vreemd recht, met zetel te Londen (Groot-Brittannië), EC 3A WBA St. Mary Axe 60,
  6. WINTERTHUR S.A., vennootschap naar Zwitsers recht, met zetel te 2002 Neuchâtel (Zwitserland), rue de Monruz 2,
  7. STÉ ITALIANA ASSICURAZIONI TRANSPORTI "SIAT", vennootschap naar Italiaans recht, met zetel te 16121 Genua (Italië), Via V Dicembre 3,
  8. MITSUI MARINE & FIRE INSURANCE COMPANY (EUROPE) Ltd., vennootschap naar vreemd recht, met zetel te Londen (Groot Brittannië), EC3R 7 FH, Mincing Lane, 2 Minster Court, 9th Floor, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen PANALPINA FRANCE (TRANSPORTS INTERNATIONAUX) S.A., vennootschap naar Frans recht, met zetel te 93290 Tremblay-en-France (Frankrijk), rue du Chapelier 6, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 26 september 2008, op verzet en in laatste aanleg gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen. Eerste voorzitter Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseressen voeren in hun verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  9. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, met name enerzijds de akte van verzet van 19 december 2006, blijkt dat de eiseressen vorderden te "horen zeggen voor recht dat de Belgische gerechten in het algemeen, de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen in het bijzonder onbevoegd zijn zich uit te spreken op het verzoek tot tenuitvoerlegging van Panalpina France (Transports Internationaux) sa met betrekking tot het vonnis dat de rechtbank van koophandel te Bobigny op 22 november 2001 uitsprak in het geding dat bij haar gekend was onder A.R.-nr. 200F01566" en anderzijds de conclusie voor de eiseressen van 26 november 2007 waaruit blijkt dat zij de rechtbank vroegen zich "zonder rechtsmacht en/of internationaal onbevoegd te verklaren m.b.t. Panalpina's verzoek in de relatie tot concluanten die buitenlandse vennootschappen zijn".
  10. De rechtbank beslist niet dat de eiseressen aanvoeren dat geen van hen een zetel had in België maar wijst de exceptie af op grond dat een van hen, de eiseres sub 3, een zetel had in België. Zij wijst die exceptie af na te hebben vastgesteld dat "eisende partijen op verzet", zonder een uitzondering te maken voor de eiseressen sub 3 en sub 4, de bevoegdheid betwisten van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen. Gelet op de algemeenheid van de door de eiseressen gebruikte termen in de akten die in naam van alle eiseressen werden voorgedragen, geeft het bestreden vonnis aan bovenvermelde akte van verzet en conclusie van de eiseressen een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is en miskent het mitsdien de bewijskracht ervan niet. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  11. Artikel 32, laatste lid, van het Executieverdrag van 27 september 1968 bepaalt: "Het relatief bevoegde gerecht is dat van de woonplaats van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd. Indien deze partij geen woonplaats heeft in de aangezochte Staat, wordt de bevoegdheid bepaald door de plaats van tenuitvoerlegging". Deze laatste bevoegdheidsgrond is een subsidiair geldende bevoegdheidsgrond.
  12. Het onderdeel voert aan dat, wanneer een vordering tot uitvoerbaarverklaring gelijktijdig wordt ingesteld tegen, enerzijds, een partij die een woonplaats heeft in België en, anderzijds, tegen partijen die geen woonplaats hebben in België, de bevoegdheid om kennis te nemen van het verzoek tot uitvoerbaarverklaring afhankelijk is van de vaststelling dat de plaats van tenuitvoerstelling in België is gelegen.
  13. Het vonnis oordeelt vooreerst dat gelet op de woonplaats van de eiseres sub 3 de rechtbank bevoegd was om kennis te nemen van het verzoek tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging. Gelet op dat eerste oordeel hoefde het vonnis, aan hetwelk geen gebrek aan antwoord wordt verweten, niet nader in te gaan op de omstandigheid dat de andere eiseressen geen woonplaats hadden in België aangezien het verzoek tot tenuitvoerlegging, wat die eiseressen betreft, kennelijk verband hield met een mogelijke tenuitvoerlegging in België. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
  14. Het bestreden vonnis verwerpt en beantwoordt het in het onderdeel bedoelde verweer door te oordelen dat "eisende partijen op verzet betwisten (...) dat er een uitvoerbare titel waarvan verwerende partij op verzet de uitvoerbaarheid kon vorderen, zou voorliggen. De beslissing die in een verdragsluitende Staat van herkomst gegeven en daar uitvoerbaar is verklaard, kan in een andere verdragsluitende Staat ten uitvoer worden gelegd, nadat zij aldaar, ten verzoeke van iedere belanghebbende partij, uitvoerbaar is verklaard (art. 31, eerste lid, EEX-Verdrag). (...) Uit de door verwerende partij op verzet voorgelegde documenten blijkt dat het vonnis van 22 november 2001 van de rechtbank van koophandel te Bobigny (Frankrijk) uitvoerbaar is volgens de wet van de staat van herkomst. Aldus is voldaan aan de vereiste van artikel 31, eerste lid, EEX-Verdrag en kan het voormelde vonnis in België ten uitvoer worden gelegd". Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  15. Artikel 31, eerste lid, Executieverdrag van 27 september 1968 bepaalt dat de beslissingen die in een verdragsluitende Staat gegeven zijn en daar uitvoerbaar zijn, in een andere verdragsluitende Staat kunnen ten uitvoer worden gelegd, nadat zij aldaar, ten verzoeke van iedere belanghebbende partij, uitvoerbaar zijn verklaard. In het arrest Coursier van het Hof van Justitie EG wordt geoordeeld: "Het stelsel van tenuitvoerlegging van beslissingen is neergelegd in afdeling 2 van titel III (artikelen 31 - 45) van het Verdrag. Uit het daartoe behorende artikel 31, eerste alinea, blijkt, dat de uitvoerbaarheid van de beslissing in de staat van herkomst een voorwaarde is voor de tenuitvoerlegging van die beslissing in de aangezochte staat. Evenwel moet onderscheid worden gemaakt tussen de vraag of een beslissing formeel gezien uitvoerbaar is, en de vraag of deze beslissing wegens betaling van de schuld of om een andere reden niet meer ten uitvoer kan worden gelegd. Het Executieverdrag wil het vrije verkeer van vonnissen vergemakkelijken door de invoering van een eenvoudige, snelle procedure in de verdragsluitende staat waar de tenuitvoerlegging van een in het buitenland gegeven beslissing wordt gevraagd. Deze exequaturprocedure vormt een volledig, autonoom stelsel (zie, in die zin, arresten van 2 juli 1985, Deutsche Genossenschaftsbank, 148/84, Jurispr. blz. 1981, punt 17, en 21 april 1993, Sonntag, C-172/91, Jurispr. blz. I-1963, punten 32-33)". Uit het algemene opzet van het Executieverdrag volgt dat het begrip „uitvoerbaar" in artikel 31 van dat Verdrag enkel ziet op de formele uitvoerbaarheid van de in het buitenland gegeven beslissing en niet op de voorwaarden waaronder die beslissing in de Staat van herkomst ten uitvoer kan worden gelegd en dat de beslissing waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevraagd, niet noodzakelijk een veroordeling ten voordele van de verzoeker vereist opdat deze als een belanghebbende zou worden aangemerkt.
  16. Het bestreden vonnis oordeelt uitdrukkelijk dat aan die vereisten is voldaan en oordeelt zodoende, zonder schending van de in het onderdeel aangewezen verdragsbepaling dat de verweerster een belanghebbende is in de zin van artikel
  17. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen in de kosten. Bepaalt de kosten op de som van 647,46 euro jegens de eisende partijen en op de som van 250,43 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 1 april 2010 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100401.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.