← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100413.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100413.6 Rolnummer: P.09.1778.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-04-22 Raadplegingen: 643 - laatst gezien 2026-07-02 18:19 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter geschiedt door een ondubbelzinnige wilsverklaring die voor het overige aan geen bijzondere vormvereisten is onderworpen; een dergelijke verklaring hoeft derhalve niet uitdrukkelijk te verwijzen naar een wetsartikel dat de feiten waarvoor klacht wordt gedaan, strafbaar stelt, noch deze feiten te omschrijven in de termen van de strafwet

(1).
(1)Cass., 18 mei 2004, AR P.04.0276.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040518.11, A.C., 2004, nr. 266. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Afstand - Burgerlijke rechtsvordering Vrije woorden: Burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter - Vormvereisten Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 De rechter beoordeelt vrij de bewijswaarde van de akte van burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter, inzonderheid de draagwijdte van de daarin wegens bepaalde feiten gedane klacht
(1).
(1)Zie Cass., 22 mei 2001, AR P.99.1655.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010522.5, A.C., 2001, nr.
  1. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Afstand - Burgerlijke rechtsvordering Vrije woorden: Burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter - Beoordeling van de bewijswaarde van de akte van burgerlijke partijstelling door de rechter Tekst van de beslissing Nr. P.09.1778.N Y. A. beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jimmy-Fernand Vlaeminck, advocaat bij de balie te Brussel, tegen A. B. S. burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 5 november
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert miskenning aan van de bewijskracht van de akte van burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter van 29 januari 2007: het arrest verklaart de strafvordering op grond van "belaging" ontvankelijk, niettegenstaande de omstandigheid dat het een klachtdelict betreft en de eiser als burgerlijke partij niet uitdrukkelijk om vervolging heeft gevraagd.
  4. De burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter geschiedt door een ondubbelzinnige wilsverklaring die voor het overige aan geen bijzondere vormvereisten is onderworpen. Een dergelijke verklaring hoeft derhalve niet uitdrukkelijk te verwijzen naar een wetsartikel dat de feiten waarvoor klacht wordt gedaan, strafbaar stelt, noch deze feiten te omschrijven in de termen van de strafwet. De rechter beoordeelt vrij de bewijswaarde van de verklaring van de burgerlijke partij, inzonderheid de draagwijdte van de daarin wegens bepaalde feiten gedane klacht. In zoverre het middel opkomt tegen die vrije beoordeling door de rechter van de bewijswaarde van de akte van burgerlijke partijstelling van 29 januari 2007, is het niet ontvankelijk.
  5. Voor het overige geven de appelrechters van de bedoelde akte een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is en miskennen zodoende evenmin de bewijskracht ervan. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Tweede middel
  6. Het middel voert miskenning aan van de wettelijke motiveringsplicht: het arrest veroordeelt de eiser ten onrechte.
  7. Het middel dat formeel een motiveringsgebrek aanvoert, komt in werkelijkheid op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechters. Het middel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 75,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 13 april 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100413.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230530.2N.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010522.5 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040518.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131112.6 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160503.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.