← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100427.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100427.7 Rolnummer: P.10.0512.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-05-10 Raadplegingen: 197 - laatst gezien 2026-07-02 18:05 Versie(s): Vertaling FR Fiche De omstandigheid dat de eiser in cassatie niet regelmatig opgeroepen werd op de rechtszitting, waarbij de kamer van inbeschuldigingstelling, in toepassing van artikel 253ter Wetboek van Strafvordering, de regelmatigheid van de toegepaste bijzondere opsporingsmethode observatie heeft onderzocht, heeft niet noodzakelijk voor gevolg dat er overmacht is waardoor de eiser geen kennis heeft kunnen nemen van het arrest om binnen de wettelijke termijn cassatieberoep in te stellen; opdat er overmacht zou zijn, moet de eiser aantonen dat hij slechts ten vroegste vijftien vrije dagen vóór het instellen van zijn cassatieberoep kennis heeft gekregen van het arrest

(1).
(1)Zie Cass., 4 nov. 2008, AR P.08.1440.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.1, A.C., 2008, nr. 609: anders dan in het thans geannoteerde arrest, voerde de eiser in deze zaak aan dat hij slechts op een welbepaalde datum, binnen de periode van vijftien vrije dagen vóór het instellen van het cassatieberoep, kennis had gekregen van het bestreden arrest. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Geen eindbeslissing, toch onmiddellijk vatbaar voor cassatieberoep UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Onderzoek van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethode observatie - Beklaagde en zijn raadsman niet of niet regelmatig opgeroepen - Uitspraak in afwezigheid van beklaagde en zijn raadsman - Cassatieberoep na de termijn van vijtien vrije dagen na de uitspraak - Overmacht Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 373 en 235ter - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.10.0512.N T. G. inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Gert Warson, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 1 oktober
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het bestreden arrest onderzoekt, op vordering van het openbaar ministerie, de regelmatigheid van de toegepaste bijzondere opsporingsmethode observatie.
  3. Het cassatieberoep tegen de beslissing in dergelijke inquisitoire en niet-contradictoire rechtspleging moet worden ingesteld binnen de termijn van vijftien vrije dagen na de dag waarop het arrest is uitgesproken. Behoudens overmacht is het cassatieberoep dat buiten deze termijn is ingesteld, niet ontvankelijk.
  4. De omstandigheid dat de eiser niet regelmatig opgeroepen werd voor de rechtszitting, heeft niet noodzakelijk voor gevolg dat er overmacht is waardoor de eiser geen kennis heeft kunnen nemen van het arrest om binnen de wettelijke termijn cassatieberoep in te stellen. Opdat er overmacht zou zijn, moet de eiser aannemelijk maken dat hij slechts ten vroegste vijftien vrije dagen vóór het instellen van zijn cassatieberoep kennis heeft gekregen van het arrest. De eiser voert dit niet aan en zulks blijkt niet uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan. De overmacht is niet bewezen.
  5. Het cassatieberoep is ingesteld op 2 februari 2010, dit is meer dan vijftien vrije dagen na de uitspraak van het arrest. Het cassatieberoep is laattijdig, mitsdien niet ontvankelijk. Middel
  6. Het middel dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op 75,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 27 april 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100427.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081104.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.