← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100429.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100429.13 Rolnummer: C.09.0066.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2010-05-26 Raadplegingen: 544 - laatst gezien 2026-07-02 18:01 Versie(s): Vertaling FR Fiche De omstandigheid dat de appelrechters een deel van de vordering van de eiser die door de vrederechter als ontoelaatbaar was afgewezen, op grond van de argumenten in hoger beroep aangehaald toelaatbaar verklaren, sluit niet uit dat zij een schadevergoeding toekennen voor tergend en roekeloos hoger beroep, als blijkt dat dit deel van de vordering in elk geval niet gegrond is

(1).
(1)Zie Cass., 25 jan. 2002, AR C.01.0386.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020125.11, A.C., 2002, nr.
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Hoger beroep (gerechtelijk recht) - Gevolgen hoger beroep - Schadevergoeding en boete Vrije woorden: Tergend en roekeloos hoger beroep - Schadevergoeding - Toekenning Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1072bis Tekst van de beslissing Nr. C.09.0066.N B.D., eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest, tegen VME RESIDENTIE GOLF VAN LO, met zetel te 8620 Nieuwpoort, Zeedijk 1a, vertegenwoordigd door de syndicus bvba Agentuur Philips, met zetel te 8620 Nieuwpoort, Albert I-laan 126A, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 1 oktober 2008 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Ieper, op verwijzing door het arrest van 6 oktober
  2. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  3. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, oordelen de appelrechters niet: "dat er, in acht genomen het verschillend lot van werk- en reservekapitaal bij overdracht van kavel, van een persoonlijk en concreet nadeel voor (de eiser) slechts sprake zou kunnen zijn wanneer hij bij zo een overdracht betrokken is. De eerste rechter vervolgde dat er geen enkele staving werd voorgebracht dat dit het geval was of zulks gepland was zodat hij besloot dat het vereist persoonlijk en concreet nadeel voor (de eiser) bij dit verhaal voorlag". Aldus geven de appelrechters enkel een samenvatting van de redenen van het beroepen vonnis zonder deze over te nemen. De appelrechters beantwoorden en verwerpen het in het onderdeel bedoelde verweer met de redenen dat: - de vereniging van mede-eigenaars stelt dat er voor de residentie geen reservekapitaal werd aangelegd; - de eiser niet aantoont dat zijn belangen geschonden worden door het feit dat bepaalde posten onder werkkapitaal werden ondergebracht, daar waar zij volgens hem onder reservekapitaal dienen te ressorteren. In zoverre het onderdeel de schending aanvoert van artikel 149 van de Grondwet, mist het feitelijke grondslag.
  4. Uit randnummer 1 blijkt dat, anders dan waarvan het middel voorts uitgaat, het Hof niet van oordeel is dat de appelrechters het in het onderdeel bedoelde verweer beantwoorden met de reden dat "in graad van beroep over dit element niets specifiek (werd) gesteld". In zoverre het onderdeel de schending van de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek aanvoert, mist het feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  5. Het tweede onderdeel gaat ervan uit dat het bestreden vonnis heeft aangenomen dat de eiser alleen belang heeft bij het aanvechten van de beslissing van de algemene vergadering betreffende het werkkapitaal in zoverre hij zelf bij een overdracht van een kavel zou betrokken zijn. Het bestreden vonnis neemt zulks niet aan, zodat het onderdeel berust op een onjuiste lezing van de bestreden beslissing en mitsdien feitelijke grondslag mist. Derde onderdeel
  6. De appelrechters stellen vast dat, na verwijzing, aan hun oordeel onder meer voorligt "de beoordeling van het hoger hoofdberoep van (de eiser) tegen het vonnis van de Vrederechter van het kanton Veurne-Nieuwpoort van 23/12/2003 aangaande de ontvankelijkheid van zijn vordering strekkende tot vernietiging van de beslissing van de (algemene vergadering) met betrekking tot de liften en met betrekking tot het kapitaal". Rekening gehouden met het aldus bepaalde voorwerp van de vordering, geven de appelrechters door de reden dat " (de verweerster) stelt dat er voor de residentie geen reservekapitaal werd aangelegd" van de in het onderdeel bedoelde akten geen uitlegging die met de bewoordingen ervan onverenigbaar is en miskennen zij derhalve de bewijskracht ervan niet. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Vierde onderdeel
  7. Het onderdeel gaat volledig ervan uit dat de appelrechters de vordering van de eiser tot nietigverklaring van de beslissingen van de algemene vergadering van 28 april 2002 over de omvang van het werkkapitaal niet wettig als onontvankelijk hebben verworpen bij gebrek aan belang. Uit het antwoord op het eerste, het tweede en het derde onderdeel volgt dat de appelrechters ter zake wel wettig hebben beslist. Het onderdeel mist derhalve feitelijke grondslag. Vijfde onderdeel
  8. De omstandigheid dat de appelrechters een deel van de vordering van de eiser die door de vrederechter als ontoelaatbaar was afgewezen, op grond van de argumenten in hoger beroep aangehaald, toelaatbaar verklaren, sluit niet uit dat zij een schadevergoeding kunnen toekennen voor tergend en roekeloos hoger beroep, als blijkt dat dit deel van de vordering in elk geval niet gegrond is. Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht. Zesde onderdeel
  9. In de mate dat de bestreden beslissing oordeelt dat het hoger beroep tergend en roekeloos is wanneer bewezen wordt dat de eiser een fout heeft begaan door hoger beroep in te stellen waardoor "hij" schade leed, berust het op een kennelijke materiële vergissing zoals blijkt uit de daaropvolgende redenen van de bestreden beslissing. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Bepaalt de kosten op de som van 787,65 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 29 april 2010 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100429.13 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2018:ARR.20180219.5 ECLI:BE:CALIE:2018:ARR.20180319.6 ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100604.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020125.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170623.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.