← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100429.17

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100429.17 Rolnummer: C.09.0268.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2010-05-26 Raadplegingen: 384 - laatst gezien 2026-07-02 17:59 Versie(s): Vertaling FR Fiche Voor het oordeel dat de pachter heeft opgehouden de gepachte gronden te exploiteren, op grond dat hij ze in seizoenpacht geeft aan een derde, zonder toestemming van de verpachter, is het zonder belang dat de pachter, als seizoenverpachter, zelf de voorbereidings- en bemestingswerken uitvoert; de seizoenverpachter voert deze werken immers uit om de bebouwing door een derde mogelijk te maken. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Einde (Opzegging. Verlenging. Terugkeer. Enz) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Landpacht BURGERLIJK RECHT - BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN - Landpacht - Exploitatie Vrije woorden: Ophouden van exploitatie van de gronden - Seizoenpacht aan een derde - Geen toestemming van de verpachter Wettelijke bepalingen: Wet - 04-11-1969 - Art. 29 Tekst van de beslissing Nr. C.09.0268.N C. J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen G.Y., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 23 januari 2009 in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling

  1. Artikel 29 van de Pachtwet bepaalt dat indien de pachter van een landeigendom met de bebouwing ophoudt en daardoor schade ontstaat voor de verpachter, deze de pachtovereenkomst kan doen ontbinden.
  2. Uit de vaststellingen van de appelrechters blijkt dat de eiser zijn gepachte gronden in seizoenpacht geeft aan een derde, zonder de toestemming van de verweerder. Op grond hiervan oordelen zij dat de eiser heeft opgehouden deze gronden te exploiteren.
  3. Het is zonder belang dat de eiser, als seizoenverpachter, zelf de voorbereidings- en bemestingswerken uitvoert. De seizoenverpachter voert deze werken immers uit om de bebouwing door een derde mogelijk te maken.
  4. Het middel dat ervan uitgaat dat de pachter die zelf de voorbereidings- en bemestingswerken op zijn gepachte landeigendommen uitvoert maar het recht op bebouwing overdraagt aan een derde, niet tekort komt aan de verplichtingen van de pachtovereenkomst, kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op de som van 553,28 euro jegens de eisende partij en op de som van 279,36 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 29 april 2010 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100429.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.