← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100429.18

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 april 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010

Art. 61

, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1953072204 Thesaurus CAS: BEDRIJFSREVISOR UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Geldigheidsvereisten Vrije woorden: Instituut van de bedrijfsrevisoren - Beroepstucht - Tuchtcommissie - Beslissing - Kennisgeving - Vereiste vermeldingen - Termijn van verzet - Termijn van hoger beroep - Nietigheid Wettelijke bepalingen:

Art. 61

, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1953072204 Thesaurus CAS: VERZET UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Geldigheidsvereisten Vrije woorden: Tuchtzaken - Bedrijfsrevisor - Instituut van de bedrijfsrevisoren - Beroepstucht - Tuchtcommissie - Beslissing - Kennisgeving - Vereiste vermeldingen - Termijn van verzet - Termijn van hoger beroep - Nietigheid Wettelijke bepalingen:

Art. 61

, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1953072204 Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - TUCHTZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Geldigheidsvereisten Vrije woorden: Bedrijfsrevisor - Instituut van de bedrijfsrevisoren - Beroepstucht - Tuchtcommissie - Beslissing - Kennisgeving - Vereiste vermeldingen - Termijn van verzet - Termijn van hoger beroep - Nietigheid Wettelijke bepalingen:

Art. 61, § 1 - 30 ELI link Pub nr 1953072204 Tekst van de beslissing Nr.

C.09.0146.N INSTITUUT VAN DE BEDRIJFSREVISOREN, met zetel te 1000 Brussel, Arenbergstraat 13, eiser, vertegenwoordigd door mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiser woonplaats kiest, tegen D.J., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 19 december 2008 gewezen door de Commissie van beroep van het Instituut van de bedrijfsrevisoren. Eerste voorzitter Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Ontvankelijkheid

  1. De verweerder werpt op dat het onderdeel niet ontvankelijk is bij gebrek aan de vereiste nauwkeurigheid, daar uit de bewoordingen van het onderdeel niet duidelijk blijkt waarin de ingeroepen wetsbepaling volgens de eiser geschonden is.
  2. Het onderdeel geeft voldoende nauwkeurig aan waardoor de ingeroepen wetsbepaling volgens de eiser geschonden is. De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.
  3. De verweerder werpt tevens op dat het onderdeel niet ontvankelijk is aangezien de bestreden beslissing zou zijn gewezen conform de zienswijze die de eiser heeft verdedigd voor de Tuchtcommissie. De eiser zou immers de voor het Hof verdedigde uitleg van artikel 61 van de wet van 22 juli 1953, houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007, niet hebben aangevoerd in de loop van de tuchtprocedure.
  4. Uit het feit dat de eiser de voor het Hof uiteengezette argumentatie betreffende vermeld artikel 61 niet zou hebben aangevoerd voor de feitenrechter, kan niet worden afgeleid dat de bestreden beslissing een oordeel heeft geveld in overeenstemming met de zienswijze van de eiser. De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen. Onderdeel
  5. Artikel 61, §1, van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007, bepaalt dat de beslissingen van de Tuchtcommissie bij een ter post aangetekende brief ter kennis worden gebracht van de betrokken bedrijfsrevisor. Samen met deze betekening worden alle gepaste inlichtingen verstrekt betreffende de termijn van verzet en van hoger beroep, en de wijze waarop verzet of hoger beroep tegen de beslissing kan worden ingesteld. Bij ontstentenis van deze vermeldingen is de kennisgeving nietig.
  6. Uit die wetsbepaling en de wetsgeschiedenis volgt dat de nietigheid van de kennisgeving enkel is voorgeschreven in geval van het ontbreken van de gepaste inlichtingen betreffende de termijn van verzet en van hoger beroep, en de wijze waarop verzet of hoger beroep tegen de beslissing kan worden inge¬steld. De vermelding ‘alle gepaste inlichtingen betreffende de termijn van verzet' laat niet toe de nietigheidsanctie uit te breiden tot vermeldingen die niet de termijn zelf betreffen, maar de aanvang en de berekening ervan.
  7. De bestreden beslissing die de kennisgeving van de verstekbe¬slissing van de Tuchtcommissie nietig verklaart op grond dat de aanvang van de termijn niet is vermeld, schendt de aangewezen wetsbepaling. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  8. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden beslissing, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beslissing. Veroordeelt de verweerder in de kosten. Verwijst de zaak naar de Commissie van beroep van het Instituut van de bedrijfsrevisoren met het nederlands als voertaal, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 29 april 2010 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100429.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.