← België

ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100504.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100504.11 Rolnummer: P.09.1905.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2010-05-10 Raadplegingen: 633 - laatst gezien 2026-07-02 17:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche De tijdig door het openbaar ministerie ingestelde vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden verjaart een vol jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht en ook al verwijst deze dagvaarding naar verkeerde telastleggingen in het vonnis waarbij het probatieuitstel werd verleend, wordt de zaak op dat ogenblik bij het bevoegde gerecht aangebracht, zodat de verjaringstermijn alsdan een aanvang heeft genomen

(1).
(1)Het O.M. was de mening toegedaan dat een inhoudelijk onjuiste dagvaarding tot herroeping van het probatieuitstel deze vordering niet rechtsgeldig bij de rechtbank aanbrengt. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEUITSTEL UTU-thesaurus: STRAFRECHT - PROBATIEWET - Herroeping Vrije woorden: Herroeping - Dagvaarding door het openbaar ministerie - Verjaring van de vordering tot herroeping Wettelijke bepalingen: Wet - 29-06-1964 - Art. 14, §§ 2 en 3 Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Artt. 22 tot 25, en 28 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.09.1905.N T. J. A. P. beklaagde, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 24 november
  1. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. FEITEN De procureur des Konings te Gent heeft op voordracht van de bevoegde probatiecommissie de eiser op 28 februari 2008 gedagvaard om te verschijnen voor de correctionele rechtbank te Gent op 10 maart 2008 teneinde de herroeping van het probatieuitstel lastens hem uit te spreken. Deze dagvaarding verwees weliswaar naar het vonnis van de correctionele rechtbank te Gent van 29 juni 2005 waarbij aan de eiser het probatieuitstel werd verleend, maar vermeldde telastleggingen die niet op de eiser maar wel op een medebeklaagde van toepassing zijn. Om die reden werd de behandeling van de zaak op de rechtszitting van 10 maart 2008 onbepaald uitgesteld. Een nieuwe en verbeterde dagvaarding werd de eiser betekend op 4 augustus 2008 om voor de correctionele rechtbank te verschijnen op 15 september
  2. De zaak werd alsdan behandeld op de rechtszittingen van 15 september 2008, 29 september 2008 en 3 november
  3. Het vonnis van de correctionele rechtbank te Gent van 17 november 2008 heeft het probatieuitstel herroepen. De eiser heeft op 25 november 2008 hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Op 11 september 2009 heeft de procureur-generaal bij het hof van beroep te Gent opdracht gegeven de eiser te dagvaarden om te verschijnen op 20 oktober
  4. De dagvaarding is betekend op 19 september 2009 en door de eiser in ontvangst genomen op 12 oktober
  5. Het hof van beroep te Gent heeft de zaak behandeld op de rechtszitting van 20 oktober
  6. Het thans bestreden arrest heeft op 24 november 2009 de herroeping van het probatieuitstel bevestigd. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 14, §2 en §3, Probatiewet; - de artikelen 22 tot 25 en 28 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering.
  7. Artikel 14, § 2, eerste en tweede lid, Probatiewet bepaalt dat het probatieuitstel kan worden herroepen indien degene voor wie die maatregel is genomen, de opgelegde voorwaarden niet naleeft. In dat geval dagvaardt het openbaar ministerie, op verslag van de commissie dat strekt tot herroeping, de betrokkene, ten einde het uitstel te doen herroepen, voor de rechtbank van eerste aanleg van zijn verblijfplaats binnen dezelfde termijn, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde vormen als in correctionele zaken. Krachtens § 3, in fine, van hetzelfde artikel verjaart de tijdig ingestelde vordering tot herroeping wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden een vol jaar na de dag waarop zij bij het bevoegde gerecht is aangebracht.
  8. De verjaringstermijn van de vordering tot herroeping van het probatieuitstel kan worden gestuit en geschorst.
  9. De procureur des Konings te Gent heeft op voordracht van de probatiecommissie de eiser op 28 februari 2008 gedagvaard om te verschijnen voor de correctionele rechtbank te Gent op 10 maart
  10. Ook al verwees deze dagvaarding naar verkeerde telastleggingen in het vonnis waarbij aan de eiser het probatieuitstel werd verleend, werd de zaak op dat ogenblik bij het bevoegde gerecht aangebracht, zodat de verjaringstermijn alsdan een aanvang heeft genomen. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eenjarige verjaringstermijn voor het laatst regelmatig werd gestuit door het vonnis van de correctionele rechtbank te Gent van 17 november
  11. Uit dezelfde stukken blijkt geen grond van schorsing van de verjaring.
  12. Het arrest dat, met bevestiging van het beroepen vonnis, de vordering tot herroeping van het probatieuitstel gegrond verklaart, schendt de hoger vermelde wetsbepalingen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 64,35 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 4 mei 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100504.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140611.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210209.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230509.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.