id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 mei 2010 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100504.6 Rolnummer: P.10.0156.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2010-05-10 Raadplegingen: 518 - laatst gezien 2026-07-02 17:54 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De feitenrechter bepaalt op onaantastbare wijze, binnen de grenzen van de wet, op een wijze die beknopt mag zijn doch nauwkeurig moet zijn, de reden van zijn keuze voor de strafmaat die hij in verhouding acht tot de zwaarte van de bewezen verklaarde misdrijven en de individuele strafwaardigheid van elke beklaagde, zonder dat hij de reden dient op te geven waarom hij de medebeklaagden al dan niet tot een gelijke straf veroordeelt
(1).
(1)Cass., 4 juin 2008, AR P.08.0489.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080604.3, AC, 2008, nr
- Thesaurus CAS: STRAF - ALLERLEI UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN Vrije woorden: Straftoemeting - Onaantastbare beoordeling door de feitenrechter - Toepassing - Meerdere beklaagden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER UTU-thesaurus: STRAFRECHT - MISDRIJVEN EN HUN STRAFFEN Vrije woorden: Straftoemeting - Meerdere beklaagden - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.10.0156.N
- W. R. beklaagde,
- N. B. beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Johan Lambers, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 18 december
- De eiser 1 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. De eiser 2 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel van de eiser 1
- Het middel voert schending aan van het artikel 149 Grondwet en 195 Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest steunt zijn beslissing zonder meer op de overwegingen van de eerste rechter, die echter geen kennis had van eisers conclusie in hoger beroep, en er dan ook niet heeft op geantwoord; het bestreden arrest houdt geen rekening met eisers verweer waaruit blijkt dat hij niet betrokken is bij de drugtransactie noch deel uitmaakt van een criminele organisatie.
- In zoverre het middel opkomt tegen de beoordeling van de feiten door de rechter of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.
- Anders dan het middel aanvoert, beantwoorden en verwerpen de appelrechters eisers verweer dat hij niet schuldig is aan de hem ten laste gelegde feiten, niet alleen door overname van de redenen van het beroepen vonnis, maar ook op grond van de eigen redenen die het arrest (p.10 en 11) vermeldt, en die in het middel niet worden aangehaald. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Tweede middel van de eiser 1
- Het middel voert schending aan van het artikel 149 Grondwet en 195 Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest steunt zijn beslissing met betrekking tot de telastlegging F II (lidmaatschap criminele organisatie) zonder meer op de verklaringen van de verdachte E., die evenwel niet bezwarend zijn voor de eiser; evenmin wordt rekening gehouden met eisers verweer waaruit blijkt dat hij niet betrokken is bij de drugtransactie noch deel uitmaakt van een criminele organisatie.
- Behoudens andersluidende bepaling, beoordeelt de rechter in strafzaken in feite, mitsdien onaantastbaar, de bewijswaarde van de hem regelmatig overgelegde feitelijke gegevens waarover de partijen tegenspraak hebben kunnen voeren; niets belet hem daarbij bepaalde verklaringen geloofwaardig te achten en andere verklaringen te verwerpen. In zoverre het middel opkomt tegen deze onaantastbare beoordeling in feite, is het niet ontvankelijk.
- Voor het overige beantwoorden en verwerpen de appelrechters, op grond van het geheel van redenen die het arrest vermeldt, eisers verweer dat hij niet schuldig is aan de hem ten laste gelegde feiten van deelname aan een criminele organisatie. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Derde middel van de eiser 1
- Het middel voert schending aan van het artikel 149 Grondwet en 195 Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest spreekt eenzelfde straf uit voor alle beklaagden zonder rekening te houden met de persoonlijkheid van de eiser en de daaruitvolgende toe te passen individualisering van de straf; aan eisers verzoek om aangaande zijn gerechtelijk verleden nadere inlichtingen in te winnen wordt niet voldaan.
- De feitenrechter bepaalt op onaantastbare wijze, binnen de grenzen van de wet, op een wijze die beknopt mag zijn doch nauwkeurig moet zijn, de reden van zijn keuze voor de strafmaat die hij in verhouding acht tot de zwaarte van de bewezen verklaarde misdrijven en de individuele strafwaardigheid van elke beklaagde, zonder dat hij de reden dient op te geven waarom hij de medebeklaagden al dan niet tot een gelijke straf veroordeelt. Het middel kan niet worden aangenomen. Middelen van de eiser 2
- De middelen hebben dezelfde strekking als de middelen van de eiser 1 en dienen om dezelfde redenen te worden verworpen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Bepaalt de kosten op 88,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 4 mei 2010 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100504.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080604.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200429.2F.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div